Clairy Polak is filosoof geworden

Het nieuwe tv-programma Het Filosofisch Kwintet serveert intellectueel slowfood in het tijdperk van de snelle hap.

Maar werkt dat eigenlijk wel, filosofie op televisie?

In 1996 verscheen de Franse socioloog Pierre Bourdieu op televisie. Hij droeg zijn essay Sur La Télévision live voor en stelde gedurende bijna vijftig minuten – zonder enige ironie – op televisie vast dat televisie niet een geschikt medium was voor het denken.

Denken bestaat, aldus de socioloog, uit de bewijsvoering van een gedachte, en dat kan dus een lange keten zijn, vol woorden als ‘dus’, ‘bijgevolg’, ‘echter’ en ‘gegeven dat’. En zo’n keten kost tijd. Een keten is niet altijd rechtlijnig maar vol kronkelpaadjes. Televisie is een medium dat zich richt op snelheid, urgentie en scoops. Televisie is daarom vooral geschikt voor fast thinkers die culturele fast food bieden.

Hoeveel mensen er destijds zijn weggezapt tijdens Bourdieus tv-essay weet ik niet, het zou zijn theorie hebben gedemonstreerd. Maar misschien bleef men juist hangen in het wonderlijke schouwspel van de ongebruikelijke traagheid vol ‘doncs’ en ‘et cetera’s’. Bourdieu had een punt, donc: op televisie gaat alles het liefste zo snel en dynamisch mogelijk, et cetera.

Misschien is ‘snel’ in 2011 nog sneller geworden. Matthijs van Nieuwkerk belichaamt de ultieme snelheid van het medium door de allersnelste aankondiger van Nederland te zijn: de wereld draait doorrr. Op internet en tv domineert de ‘stijl’ van GeenStijl (snelle heftige opinies en sensatie) en van emotietelevisie (Jan Mulders irritatie top 5). Zelfs wanneer het om ‘denken’ gaat, komt het eigenlijk vooral neer op eenzijdige kennisoverdracht – en moet het snel. Zie de filmpjes van TED (nu ook op Canvas op TV): individuele sprekers die dynamisch over een podium lopen, opzwepend hun ‘kant en klare’ verhaal leveren, binnen vijftien minuten (een wekker loopt mee), en vaak ondersteund met veel beeldmateriaal. Luid applaus – en weer afgaan. Het ‘denken’ in de media beweegt zich over een soepele Duitse Autobahn met één rijstrook zonder vluchtstrook.

Gedachtenuitwisseling gaat nu volgens het Idols-concept. Illustratief is de ontwikkeling in de geschreven media. Inmiddels heeft zo’n beetje iedere kwaliteitskrant een ‘tegengeluid’ ingekocht, om de links-rechts tegenstelling een plaats te geven in het publieke bestel. De ‘intellectueel’ van de PVV mocht het Gesundenes Volksempfinden een tijdje een stem geven in NRC, en sinds een paar maanden heeft ook de Volkskrant een ‘spannend’ bedoelde format: Bert Brussen versus Thomas von der Dunk. Iedere maandagochtend mogen zij elkaar volgens vast format voorspelbaar afmaken. Knuffel-populist BB roept ‘Nee!’ als Thomas von der Dunk ‘Ja!’ heeft gebruld – en hup de eigen loopgraaf weer in.

Hadden we voorheen de excuustruus en de excuusneger – met de emancipatie van de hardwerkende Nederlander kregen we de PVV’er omdat het moet. Daarmee werd debatteren over belangrijke kwesties niet denken, maar scoren. Schijnexercities als een American Wrestling-festijn.

Binnen het huidige Nederlandse televisieaanbod zijn er eigenlijk maar een paar programma’s die flink de tijd nemen om een gedachte neer te zetten, of om tot een gedachte te komen: Boeken en Buitenhof zijn goede en alom geprezen voorbeelden – monteer de beelden van Wim Brands naast Matthijs van Nieuwkerk achter elkaar en we hebben de uitersten van slow en fast te pakken in televisieland.

Binnenkort krijgt Brands concurrentie: Het Filosofisch Kwintet. In het nieuwe HUMAN-programma – tot 24 juli elke zondagmiddag op Nederland 1 – gaan vier denkers zes weken lang vijftig minuten per aflevering met elkaar nadenken over één (!) thema (de rechtsstaat), onder leiding van Clairy Polak. Bij elkaar driehonderd minuten gedachtewisseling over één enkel onderwerp.

Het idee en ook de naam van het programma zijn overgenomen uit Duitsland. In Das Filosofische Quartet ontvangt Peter Sloterdijk, de internationaal vermaarde filosoof, bijgestaan door Rüdiger Safranski, steeds twee gasten om thema’s te bespreken als: ‘Universum ohne Gott’ of ‘Die Kunste: überflussiger Luxus?’ Het is één van de hoogdrempeligste programma’s die te zien zijn op de Duitse televisie: vier filosofen die zich met alle ernst buigen over grote filosofische vraagstukken en daarbij niet schuwen om achtereenvolgens vier minuten ononderbroken te spreken. Een oase van rust en overdenken in een tijdsgeest die, zeker in medialand, snelheid, sensatie en polemiek ademt.

De idee van een ‘oase’ neemt het Filosofisch Kwintet overigens vrij letterlijk door het decor op te luisteren met een palmboom en een Dubai-achtig uitzicht op de Zuidas. Helemaal lijkt het Kwintet het langzame experiment nog niet aan te durven: de gespreksleider werd een modererende journalist, geen filosoof. En er is een ‘sidekick’ (restant van de snelle cultuur), zij het een filosoof. De andere gasten zijn niet allemaal filosofen, maar uitgekozen op expertise – en dat is mogelijk ook niet de beste manier om tot samenspraak te komen. En de laatste aflevering heet ‘conclusies.’ Ik zou het ‘synthese’ hebben genoemd.

Clairy Polak heeft mooie slotwoorden. „We zijn er nog niet helemaal uit, maar wijsheid begint met het stellen van vragen”.

Over vragen stellen gesproken. Waarom hebben ze er eigenlijk een kwintet in plaats van kwartet van gemaakt? Nu ja, ik vind het best. Het Duitse kwartetten gebeurt wel erg vaak door vier blanke ivorentorenheren op leeftijd. Nu zijn we in ieder geval verzekerd van één wijze vrouw per aflevering.