Canadees mijnstadje Asbestos belooft wereld meer asbest

Canada is tegen plaatsing van wit asbest aan de wereldlijst met gevaarlijke stoffen. Want ze hebben de mijnen van Asbestos. ‘Canada wint de prijs voor hypocrisie’.

Een reusachtige gele kiepwagen staat aan de rand van Asbestos, in de Franstalige provincie Québec. De monstertruck is een trotse herinnering aan de industriële traditie van het stadje. Asbestos is genoemd naar de grondstof die er tot voor kort werd gewonnen uit een van de grootste open mijnen ter wereld: asbest, hier omschreven als l’or blanc, het witte goud.

Een rit door Asbestos voert al snel naar een gigantische krater van twee kilometer in diameter en bijna 400 meter diep. Deze put was meer dan een eeuw een wereldbron van asbest – ooit geprezen als een ‘magisch mineraal’ voor de bouw wegens zijn kracht en isolerende eigenschappen, maar sinds de jaren zestig in diskrediet geraakt omdat inademing van asbestvezels kan leiden tot dodelijke longziektes, waaronder longkanker.

Investeerders hopen de winning te hervatten in een ondergrondse mijn die al grotendeels is gebouwd. Dat is een omstreden plan, omdat asbest in Westerse landen veelal is verboden. De exploitant wil 200.000 ton zogeheten ‘wit asbest’ per jaar gaan winnen, voor export naar landen waar het nog wel wordt gebruikt, waaronder India, Indonesië en Mexico.

Bewoners van Asbestos, dat het economisch moeilijk heeft, juichen het plan toe. „Ik hoop dat de mijn opengaat”, zegt Roland Marcotte, een stevige man van een jaar of zestig. Hij heeft dertig jaar bij de mijn gewerkt. „Er is hier geen andere bedrijfstak, er is weinig werk voor jonge mensen.” Bovendien: „Ik ben gezond en de risico’s worden overdreven. We waren trots op asbest.”

Het mijnplan wordt gesteund door de regering. Maar in Canada zelf is gebruik van asbest verboden. Premier Stephen Harper ziet geen probleem in levering aan landen zonder verbod. „Deze regering zal de Canadese industrie niet in een positie brengen waarin ze wordt gediscrimineerd in markten waar de verkoop is geoorloofd”, verklaarde hij.

Die positie is controversieel – en volgens critici de reden dat Canada de internationale pogingen blokkeert om wit asbest, ofwel chrysotiel, toe te voegen aan het Verdrag van Rotterdam rond handel in gevaarlijke stoffen. Na die stap, deze week aan de orde bij een VN-conferentie in Genève, kan de stof alleen nog worden verhandeld met toestemming van het importerende land (zie inzet).

„Canada is een groot voorvechter van de asbestindustrie en speelt een belangrijke rol bij de ondermijning van het verdrag”, zegt Kathleen Ruff, anti-asbestactivist. „Canada staat wereldwijde publieke gezondheid in de weg, als enige land dat asbest zelf niet gebruikt. Er zijn landen die het produceren en gebruiken; Canada wint de prijs voor hypocrisie.”

Volgens Amir Attaran, jurist aan de Universiteit van Ottawa, beseft Canada wel dat het dodelijke longziektes exporteert naar ontwikkelingslanden. „Canada heeft een afweging gemaakt tussen banen in eigen land en het doden van buitenlanders”, zegt hij. „Het staat vast dat ons kabinet weet dat dit mensenlevens kost in het buitenland. Het is doding met voorbedachten rade, uitgevoerd door een Canadese onderneming met de zegen van Stephen Harper.”

Onzin, zeggen vertegenwoordigers van de Canadese asbestindustrie. Volgens hen zijn schadelijke toepassingen uit het verleden, zoals ‘spuitasbest’ tussen muren ter isolatie, allang afgeschaft. Chrysotiel wordt volgens hen nu op een veilige manier gebruikt door het te ‘binden’ in andere stoffen, zoals cement, zodat vezels niet vrijkomen in de lucht.

„Je kunt er cementplaten en golfplaten mee maken die vrij dun zijn, en heel sterk, voor dakbedekking”, zegt Guy Versailles, woordvoerder van het Chrysotielinstituut in Montreal. „Het is een perfect materiaal voor mensen die het moeten doen met minder dan twee dollar per dag.” Volgens Versailles is het plan om chrysotiel op te nemen in het Verdrag van Rotterdam een opstap naar een verbod. „Het zou niets minder zijn dan een handelsbarrière.”

Christian Paradis, de Canadese minister van Industrie en parlementslid namens het kiesdistrict waarin Asbestos ligt, is tegen toevoeging van wit asbest aan het Verdrag van Rotterdam. „We weten dat het kanker kan veroorzaken, dus we moeten het op een veilige manier behandelen”, zei hij deze maand. „Dat doen we hier, en het kan ook in de landen waarnaar we het exporteren.”

Paradis sprak in het parlementsgebouw in de hoofdstad Ottawa, dat een renovatie ondergaat om isolatie van spuitasbest uit de muren te verwijderen. Dat werk wordt gedaan door specialisten in chemische pakken en met zuurstofmaskers. „Dat was slecht gebruik van asbest”, aldus Paradis. „Het is overal verspreid, dat is geen veilige toepassing.”

Activist Ruff vindt het niet realistisch te denken dat Canadees asbest in ontwikkelende landen wel op een veilige manier wordt behandeld. Arbeiders bij een bedrijf in India dat asbest afneemt, zouden het materiaal uitpakken met blote handen en een zakdoek voor de mond. „Daaraan zullen velen van hen doodgaan.”

Ruff noemt toevoeging van chrysotiel aan het Verdrag van Rotterdam inderdaad een stap naar een handelsverbod – een welkome stap. „Laat mensen weten dat asbest gevaarlijk is.” In Asbestos blijft asbest het gewilde exportproduct dat Québec vervulde van trots. „We hebben hier een goed leven en zijn gezond”, zegt Georges-André Gagné van het plaatselijk bestuur. „En we zijn het zat om er altijd van beschuldigd te worden dat we kanker verspreiden in de wereld.”