Wat doe je als iemand zijn leven wil beëindigen?

Matthijs Kleyn: Vita Prometheus, 237 blz. €16,95 **

Hylke Moorman uit Matthijs Kleyns debuut Vita is een groot liefhebber van horrorfilms. ‘Als ik [...] anderhalf uur naar de grootst denkbare narigheid kijk, ben ik weer blij dat het echte leven wel meevalt. Dan heb ik het gevoel dat ik alles weer aankan.’

Wat is dat ‘alles’ in Moormans geval? Voor zover het aan de lezer overgeleverd wordt, niet veel. Moorman is een opgeruimde eind-twintiger die er een grootstedelijk modelleven op nahoudt. Hij heeft een vriendin, maakt luchtige filmpjes voor een tv-programma en verdient daar genoeg geld mee om de hypotheek van zijn ruime Amsterdamse appartement te kunnen betalen, terwijl hij ook op een losbandig uitgaansleven niet hoeft te bezuinigen.

Vita speelt echter in onze tijd, dus het zal niet als een verrassing komen dat Moorman geplaagd wordt door een ontevredenheid die op de lezer nogal verwend en dreinerig overkomt. Het werk is niet ‘uitdagend’, z’n vriendin is lastig, kortom: het egocentrisch aandoende geklaag dat al veel vaker het domein van de roman is binnengedrongen. Het moment dat Kleyn meer van Vita maakt dan het verslag van een voortpruttelend leven laat lang op zich wachten.

Uiteindelijk wordt de centrale gedachte van de roman: wat moet je doen als iemand in je omgeving zijn leven blijkt te willen beëindigen? Dit doemt op wanneer Moorman zijn relatie verbreekt en hij iets krijgt met Vita, een vrouw die door Kleyn overtuigend de vertelling wordt ingeleid.

Aanvankelijk vrijen Moorman en Vita het behang van de muren. Stukje bij beetje wordt echter duidelijk dat Vita een psychisch zeer geplaagde vrouw is met een doodswens. De brave, wat simpele Moorman laat zich overreden en besluit Vita te helpen bij haar zelfmoord. ‘Ik betrap me ineens op de gedachte dat het beter zou zijn als Vita er een eind aan maakt, dat het leven haar te veel pijn doet en dat ik mezelf haat dat ik haar niet kan begrijpen. En vooral dat ik haar niet kan helpen.’

Slecht Vita het taboe dat rond hulp bij zelfdoding hangt? Geenszins. Met name omdat Kleyn er niet in slaagt de geestelijke toestand van Vita inzichtelijk te maken. De lezer moet het doen met trefwoorden als ‘depressief’ en ‘borderline’ die nergens werkelijk ingevuld worden. Daarnaast blijft het een raadsel hoe Moorman ervan overtuigd is geraakt dat hij alles in het werk heeft gesteld Vita op andere gedachten te brengen. Professionele hulp raadt hij bijvoorbeeld niet aan. Het kenmerkt een boek dat pretendeert over Vita te gaan, maar dat in wezen nooit ver uit de buurt van het personage Moorman komt. En dat is te simpel om te boeien.

Sebastiaan Kort