Tiener mag tussen de grote jongens rijden op TT Assen

Thomas van Leeuwen rijdt komend weekend de TT Assen. De pas zestienjarige motorcoureur in de 125cc-klasse kreeg een wildcard.

1Hoe verrast was je met je wildcard?

Thomas van Leeuwen: „Een beetje. Er zijn nog wel een paar jongens beter dan ik. Mij is niet verteld waarom ik één van de vier wildcards kreeg. Maar ik ben er erg blij mee.”

2Je bent dit jaar de jongste TT-deelnemer. Hoe speciaal is dat?

„Ik vind het een hele eer. Ik heb niet de ambitie om aan grands prix mee te doen, maar vind het gigantisch om een keer tussen de grote jongens te rijden. Mijn doel is me te kwalificeren voor de hoofdwedstrijd. Dat zal nog moeilijk genoeg worden.”

3Waarom heb je niet als doel grands prix te rijden?

„Ik ga er niet van uit, omdat het qua materiaal niet te bekostigen is. En je moet supergoed zijn. Op dat niveau ben ik nog lang niet. Het is de vraag of ik ooit zover zal komen.”

4Je rijdt nu voor het derde jaar in de IDM, het Duitse kampioenschap. Hoe succesvol ben je daarin?

„Ik kan aardig meekomen. Elke race is een plek bij de beste vijftien mijn doel. Dat lukt regelmatig.”

5Je komt uit een motorsportfamilie. Hoe belangrijk is dat?

„Zonder de hulp van mijn familie had ik nooit kunnen racen. Mijn opa Teunis Ramaker werd bij de TT in 1971 derde in de 50cc. Hij helpt bij het tunen van de motor, maar vooral bij de afstelling van de veren. Mijn oom Wilhelm van Leeuwen is ook een oud-coureur en zorgt voor de publiciteit en sponsorwerving. Mijn vader is verantwoordelijk voor de techniek. Het motorblok heeft hij zelf gebouwd. Dat is bijzonder tussen alle fabrieksmotoren. Er blijkt nauwelijks verschil, want ik kan lekker meekomen. Mijn moeder doet de verzorging en administratie.”

6Hoe kom je erbij een eigen motorblok te bouwen?

Vader Everhard van Leeuwen: „Ik heb dat vroeger gedaan voor fabrieksteams. Toen Thomas ging racen stond ik voor de keus: of een duur blok leasen of er zelf één bouwen. De tweede optie was goedkoper maar arbeidsintensiever. Ik heb de EvL125 ontwikkeld. En dat is best moeilijk. Vergelijk het met de Formule 1 waarvoor je zelf een auto bouwt en dan de strijd aangaat met Michael Schumacher en Fernando Alonso. Dan weet je bij voorbaat: het is niet te doen. Dat we zo dicht in de buurt van de beste rijders komen, vind ik een topprestatie. We zijn er dagelijks druk mee en moeten werkelijk alles zelf doen.”