Syrisch verzet op Turkse grens

De grens tussen Turkije en Syrië is een verzamelplaats van oppositiegroeperingen geworden. Het Syrische leger doet er alles aan om ze te stoppen. President Assad blijft bij zijn harde lijn.

Jonge jongens zijn het, ringbaardjes, versleten spijkerbroeken. Boodschappers van het laatste nieuws uit Syrië. En koeriers van alles wat nodig is aan de andere kant van de grens met Turkije. Medicijnen, voedsel, water.

Een paar keer per dag steken ze die grens over. Met gebogen rug, waakzaam niet gesnapt te worden door de Turkse grenswachten.

Vanochtend keert Annas (22), rood t-shirtje, terug met het nieuws over de schietpartij in Gherbet-Al-Jouz, hemelsbreed nog geen twee kilometer verwijderd van de Turkse grens. Scherpschutters openden gisteren volgens hem en zijn kameraden het vuur op activisten in het dorp. De gewonden werden vannacht naar Turkije gebracht. Ook Annas heeft een schotwond aan zijn been, die hij naar eigen zeggen opliep tijdens een eerdere militaire operatie in een van de grensdorpen hier.

„Ze jagen op informatie nu,” zegt hij. „Het Syrische leger doet er alles aan om te voorkomen dat we getuigen van de misdaden die nu in Syrië plaatsvinden”. Het leger heeft de wegen geblokkeerd. Er zijn wegversperringen opgeworpen om te voorkomen dat nog meer vluchtelingen naar Turkije trekken.

Maar het grote nieuws bereikt de overkant toch. 42 vertegenwoordigers van verschillende oppositiegroeperingen hielden gisteren hun eerste oprichtingsvergadering in Gherbet-al-Jouz. Ze noemen zich „de Nationale Raad”, een verzameling opposanten van de zittende president Bashar al-Assad. Het eerste artikel in hun oprichtingsstatuut: alle functionarissen van deze regering in binnen- en buitenland moeten aftreden. Voor wie het horen wil.

De aanwezigen kwamen lang niet allemaal uit Gherbet-al-Jouz. Sommigen staken vanuit Turkije de grens over om bij de vergadering aanwezig te kunnen zijn. Anderen waren eerder deze maand aanwezig op een conferentie van oppositiegroeperingen in Antalya, waar ze spraken over de val van Assad.

„Wij zijn de jongeren van de revolutie. We zijn de leiders van de revolutie. En omdat we al die aandacht kregen, hebben ze op ons geschoten,” vertelt Annas. Zometeen keert hij weer terug, met tassen vol met brood en water.

Het Syrische leger nadert de Turkse grens steeds dichter. Dit weekeinde stegen rookpluimen op uit het dorp Bdama, een paar kilometer ten zuiden van de Turkse grens. Huizen zijn in brand gestoken. De bakkerijen gesloten. De methoden van het Syrische leger lijken op de strafcampagnes die eerder in grotere steden als Jisr-al-Shughour en Marat al-Numan werden gehouden.

Duizenden Syriërs wachten aan de Syrische kant van de grens op hun oversteek. Ze bivakkeren tussen olijfbomen, of in de open weilanden. Onder blauwe zeiltjes, huisjes gemaakt van boomstronken en wrakhout. „Er is aan alles tekort daar,” zegt Annas. „Geen schoon drinkwater, te weinig melk voor de baby’s.”

Turkse hulpverleners begonnen gisteren met het uitdelen van voedsel en medicijnen over het grenshek. Veel van die hulp wordt naar families gebracht die achterblijven in de grensdorpen. Het Turkse leger versterkt in de afgelopen dagen zijn troepen met honderden soldaten, als signaal naar Damascus: tot hier en niet verder.

Meer dan tienduizend vluchtelingen worden nu opgevangen in vier verschillende kampen aan de Turkse kant van de grens. De kampen hebben de inwoneraantallen van de Turkse dorpen verdubbeld. De Turkse autoriteiten laten nog steeds geen journalisten toe tot de kampen. Slechts een kamp heeft zijn deuren geopend voor fotografen.

De Turkse regering is bang dat de vluchtelingenkampen worden gezien als de nieuwe hoofdkwartieren van de Syrische oppositie. De kampen vullen zich vooral met Syrische sunnieten, tegen wie het meeste geweld van president Assad, een alawiet, is gericht.

De president sprak vanmiddag voor het eerst sinds half april het volk toe. Twee vorige toespraken sinds de uitbraak van de protesten tegen hem, waren niet genoeg om het protest tegen zijn regime te smoren. De beloften van hervormingen bleken vals.

Assad hield in zijn toespraak glashard voet bij stuk. Hij geeft de schuld van de onrust in zijn land aan een handjevol „saboteurs”. Een nieuw gevaar dat Syrië volgens de president belaagt is het wegvallen van het internationale vertrouwen in de Syrische economie. „Het grootste gevaar dat we in de komende fase onder ogen moeten zien is de ineenstorting van onze economie. Een groot deel van dat probleem is psychologisch.”

Net als in zijn eerdere toespraken beloofde hij een dialoog. En hij sprak over het comité dat nieuwe verkiezingen moet uitschrijven.

Maar de paniek in Damascus wordt zichtbaar. Donderdag trok de rijkste zakenman in het land, Rami Makhlouf, zich terug uit de zakenwereld om zich te kunnen richten „op liefdadigheidswerk”. Makhlouf werd de verpersoonlijking van alles wat fout is in Syrië. Hij is onder meer de baas van mobiele netwerk Syratel, dat sinds de uitbraak van de protesten uit de lucht ging om te voorkomen dat video’s van de onlusten op het internet terecht kwamen.

Maar hier in de grensstreek met Turkije vertrouwt de jeugd op het signaal van het Turkse mobiele netwerk Turkcell. Dagelijks worden over het Turkse netwerk nieuwe filmpjes de wereld in gezonden en berichten uitgewisseld. Turkcell versterkte het signaal in de afgelopen week nu er ineens zoveel klanten bijgekomen zijn. „De regering in Syrië probeert ons het werk onmogelijk te maken,” zegt Annas. Maar zijn boodschap vindt zijn weg naar de buitenwereld toch wel.