Subsidie die Rotterdam gebruikt als dwangmiddel

Mag Rotterdam subsidie inhouden om af te dwingen dat de Riagg elk vermoeden van mishandeling meldt?

De rechter vindt van niet.

De Zaak. De gemeente Rotterdam weigert de Riagg, de instelling voor geestelijke gezondheidszorg, 3 ton subsidie. Die was bedoeld voor een project om depressie bij allochtonen te voorkomen, een project over huiselijk geweld en een over ‘emotionele problematiek’ bij jongeren. Als motief verwijst de gemeente naar de weigering van de Riagg om de gemeentelijke meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling te tekenen. Rotterdam heeft alle instanties op het terrein van welzijn, zorg, onderwijs en veiligheid verplicht ernstige vermoedens van huiselijk geweld te melden. Ook moeten ze de meldcode „adequaat implementeren” in hun organisatie. Deze verplichting heeft juridisch de vorm van een ‘bijzondere voorwaarde’ om subsidie te mogen ontvangen.

Waarom weigert de Riagg? Dat wil de eigen professionals laten beslissen of en wanneer het een melding doet. Daartoe houdt het zich vrijwillig aan de codes van artsenvereniging KNMG. De gemeentelijke code vindt de Riagg te ver gaan. Het wil de vertrouwensrelatie met patiënten kunnen beschermen, en geen verlengstuk van de gemeente zijn. De beslissing van Rotterdam om de projecten niet te financieren, vindt de Riagg een politiek gemotiveerde strafkorting. Het zegt ‘heus weleens’ te melden, maar het vindt privacy ook belangrijk en het wil de drempel naar behandeling laag houden. De helft van de aangiftes wegens huiselijk geweld is bovendien onterecht. De Riagg spreekt van subsidiedwang voor gemeentelijke instanties die loyaal gemaakt moeten worden.

Wat is juridisch de vraag? De Riagg stelt dat de gemeente Rotterdam met de meldplicht inbreuk maakt op het grondrecht van bescherming van het privé- en gezinsleven. En: de gemeente mag volgens de Algemene wet bestuursrecht alleen verplichtingen opleggen die „strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie”. Subsidievoorwaarden moeten een zogeheten doelbinding hebben. Ze moeten bepalend zijn voor de subsidie. In dit geval moet er dus een duidelijk verband zijn tussen de preventieprojecten over depressie en ‘emotionele jongerenproblematiek’ en het melden van huiselijk geweld.

Hoe oordeelt de rechter? Die maakt er korte metten mee. De verplichtingen uit de meldcode hebben niets te maken met de projecten over depressie of emotionele problematiek. Huiselijk gezegd: de bijzondere voorwaarde om de meldcode te tekenen, is door de gemeente gebruikt als een stok om de hond te slaan. In de meldcode staat niets over de manier waarop de Riagg dit soort cursussen zou moeten geven. Verder is iedereen die aan dit soort cursussen deelneemt volgens de Riagg al lang en breed bekend bij alle hulpinstanties. Dus er valt ook weinig te melden. De gemeente moet betalen, aldus het vonnis.

Met een toegift. De rechter wijst er op dat de Wet op de Jeugdzorg bij een vermoeden van huiselijk geweld alleen een bevoegdheid om te melden toekent. De Rotterdamse meldcode legt echter een plicht op. „Dat lijkt derhalve in strijd te zijn” met die wet. Anders gezegd: Rotterdam probeert met een oneigenlijk middel iets af te dwingen wat tegen een landelijke wet indruist.