Publieke omroep keert terug naar verzuiling

Terug naar het ledentellen, terug naar radio en tv zonder web. De omroepplannen van minister Van Bijsterveldt zijn opvallend restauratief.

Zelfs in Den Haag is het doorgedrongen: het medialandschap is aan het veranderen. Minister Van Bijsterveldt (Media, CDA) zegt het zelf in de brief over haar beleidsplannen die ze vrijdag naar de Tweede Kamer stuurde: „Zo wordt het steeds moeilijker om onderscheid te maken naar medium. Krant of televisie, oude of nieuwe media. De hoogtijdagen van het klassieke broadcasten zijn voorbij. Dit hangt samen met de immer groeiende populariteit van het internet, dat zich steeds meer tot een vermaaksmedium ontwikkelt en de amusementsfunctie van de televisie overneemt.”

Dat schrijft ze tenminste in het hoofdstukje ‘visie’. In de uitwerking, verderop in de brief, kondigt ze echter allemaal maatregelen die dat veranderde medialandschap ontkennen. De publieke omroepen gaan weer terug naar vroeger, toen Nederland nog verzuild was en er alleen radio en televisie bestonden.

In het veranderde landschap, zo stelt de minster eerst, blijft de publieke omroep een belangrijke taak verrichten, om de spreiding van informatie en cultuur te waarborgen. Maar hij moet die taak wel verrichten met één arm op de rug gebonden. Van de oplopende bezuiniging – in 2015 200 miljoen minder op 800 miljoen totaal – moet de publieke omroep 127,3 miljoen dragen.

Volgens de minister leidt dat tot kwaliteitsverbetering, maar te verwachten valt dat dit tot verschraling van het aanbod zal leiden. De minister hoopt op een meer efficiënte omroep, maar volgens de VPRO blijkt uit het rapport van adviesbureau BCG (dat uiterlijk 24 juni wordt gepresenteerd) dat uit de bestuurslaag niet genoeg te halen valt, hoogstens 12 miljoen. De rest moet komen uit het korten op het programmabudget: mindere eigen dramaseries, meer aangekochte series, en bestaande series langer laten doorlopen.

Verder maakt de minister in de uitwerking toch weer een scherp onderscheid tussen oude en nieuwe media. De publieke omroep moet zich terugtrekken op de oude media, televisie en radio, die minder belangrijk worden. Wat betreft uitingen op het web, tablet-pc’s en smartphones moet de omroep minderen. Het aantal websites van de omroep moet worden teruggebracht met 35 procent. Deze passage is waarschijnlijk politiek wisselgeld van de CDA-minister, om goedkeuring van coalitiepartner VVD te krijgen. De liberale partij vind de omroepinspanningen van de nieuwe media – zoals de uitgebreide nieuwssite van de NOS – oneerlijke concurrentie voor commerciële mediabedrijven. Maar in wezen is de website van de NOS niet anders dan het tv-nieuws. Als Van Bijsterveldt ervan uitgaat dat de verschillen tussen de media wegvallen, dan zou zij dat verschil juist hier niet moeten maken.

Helemaal restauratief is de herintroductie van het ledentellen. Om de omroepen die bereid zijn tot fuseren, zoals de minister graag wil, enigszins te belonen, krijgen zij straks geld en zendtijd naar het aantal leden dat ze hebben. Dat is nu ook zo, maar nu zit daar een plafond op van 400.000 leden, waardoor de zes grootste omroepen ongeveer even groot zijn. Nu stoppen ze met hun peperdure ledenwerfacties als ze de 400.000 hebben bereikt. Zonder plafond ontstaat opnieuw het oude systeem van A- en B-omroepen.

Die herintroductie ondergraaft een van de goede vernieuwingen van de laatste jaren: de netmanager die centraal de programma-ideeën weegt en bepaalt welke omroep geld krijgt voor welk uurtje zendtijd. Hierdoor is de kwaliteit van de publieke zenders verbeterd. Als een toekomstige reus als de AVRO/TROS straks bij hem aanklopt, kan deze met recht zeggen dat zijn programma’s voorrang verdienen, omdat die reus de grootste is. Van Bijsterveldt schrijft dat ze de coördinerende functie van de netmanager belangrijk vindt, maar ze vindt het niet nodig om zijn budget te verhogen. Zijn macht wordt daardoor ingeperkt.

Niemand blij, ook de te fuseren omroepen niet. Want ook al worden ze beloond voor hun fusiebereidheid – door het optellen van de leden – ze hadden graag méér beloond willen worden. Waar komt hun woede vandaan? De minister wil het bedrag van het lidmaatschap verhogen van vijf naar vijftien euro. AVRO/TROS en VARA/BNN zijn bang dat hun leden afhaken. Omdat die omroepen geen duidelijk gezicht meer hebben. De omroepen met een duidelijk gezicht, VPRO en EO, lijken hier in het voordeel: hun leden zijn geen papieren leden maar betrokken aanhangers die bereid zijn om mee te betalen om hun club in de lucht te houden. Ook de jonge omroep MAX is strijdvaardig en heeft alvast de jacht op leden geopend. Dat zijn net de drie omroepen die weigerden te fuseren. Worden ze daarvoor straks toch beloond.