Assad: Syrië slachtoffer van buitenlands complot en vandalisme

Assad sprak vanochtend het Syrische parlement toe en toonde zich strijdbaar. Foto screenshot Al Jazeera

Syrië heeft “ernstige tijden” doorgemaakt en is het slachtoffer geweest van daden van vandalisme, moord en vernietiging. Dat zei de Syrische president Bashar al-Assad vanochtend in een toespraak in het parlement.

De president sprak voor het eerst sinds halverwege april in het openbaar over de gewelddadige onrust in zijn land. Volgens Al-Assad is zijn land het slachtoffer van een complot dat in het buitenland is ontworpen. Hij benoemde de huidige tijd als een “beslissend moment” in de geschiedenis van Syrië.

Al-Assad maakte in zijn toespraak onderscheid tussen vreedzame anti-regeringsbetogers en “vandalen” die volgens hem achter het geweld in het land zitten. De president zei dat een deel van de betogers “gerechtvaardige eisen” heeft. Hij benadrukte dat hij de afgelopen weken met veel gewone Syriërs heeft gesproken en werkt aan de door hen verlangde hervormingen, die volgens hem niet succesvol kunnen zijn zonder stabiliteit.

Het Syrische ministerie van Justitie gaat volgens Al-Assad de komende tijd uitzoeken of de recentelijk verleende amnestie aan politieke activisten kan worden uitgebreid. De president benadrukte dat de nationale dialoog met burgers in volle gang is en voortgezet moet worden. Hij beloofde een Nationale Raad voor Dialoog op te richten om hervormingen met alle partijen in het land te kunnen bespreken en kondigde aan actie te gaan ondernemen tegen corruptie, een nieuwe kieswet op te stellen en de Grondwet te willen wijzigen.

Over de vandalen zei Al-Assad dat er 64.000 gezocht worden door de Syrische justitie. Tegen hen was het gebruik van geweld “de enige overgebleven optie”, aldus de president. Sommige anti-regeringsbetogingen waren volgens Al-Assad een dekmantel voor gewapende activiteiten. Hij noemde onder meer de gebeurtenissen in de noordelijke stad Jisr al-Shughour, waar volgens het regime honderden veiligheidstroepen gedood werden door betogers. “Het opheffen van de noodtoestand betekent niet dat mensen de wet mogen overtreden.”