'Mijn opa was in 1971 bij de TT al derde in de 50cc'

Naam: Thomas van LeeuwenLeeftijd: 16Sport: Wegrace, klasse 125cc

Prestaties: 19de Spaans kampioenschap 2010; 12de Duits kampioenschap 2011.

Je hebt een wildcard voor de TT Assen gekregen. Hoe verrast was je?

Thomas van Leeuwen: „Een beetje, omdat er nog wel een paar jongens beter zijn dan ik. Nee, mij is niet verteld waarom ik één van de vier wildcards kreeg. Maar ik ben er erg blij mee.”

Je bent dit jaar de jongste TT-deelnemer. Hoe speciaal is dat?

„Ik vind het een hele eer. Ik heb niet de ambitie om aan grands prix mee te doen, maar vind het gigantisch om een keer tussen de grote jongens op fabrieksmotoren te rijden. Mijn doel is me te kwalificeren voor de hoofdwedstrijd en dat zal nog moeilijk genoeg worden.”

Waarom heb je niet als doel grands prix te rijden?

„Ik bedoel dat ik er niet vanuit ga, omdat het qua materiaal niet te bekostigen is. En je moet supergoed zijn. Op dat niveau ben ik nog lang niet. Het is zelfs de vraag of ik ooit zo ver kan komen.”

Je rijdt nu voor het derde jaar in de IDM, het Duitse kampioenschap. Hoe succesvol ben je daarin?

„Ik kan aardig meekomen. Elke race is een plek bij de beste vijftien mijn doel. Dat lukt regelmatig.”

Je komt uit een motorsportfamilie. Hoe belangrijk is dat voor een racer?

„Heel bijzonder, want zonder de hulp van mijn familie had ik nooit kunnen racen. Mijn opa Teunis Ramaker werd bij de TT in 1971 derde in de 50cc-klasse. Hij helpt bij het tunen van de motor, maar vooral bij de afstelling van de veren. Daarin is hij een expert. Mijn oom Wilhelm van Leeuwen is ook een oud-coureur en zorgt voor de publiciteit en sponsorwerving. Mijn vader is verantwoordelijk voor de techniek. Het motorblok heeft hij zelf gebouwd. Dat is bijzonder tussen alle fabrieksmotoren. Er blijkt nauwelijks verschil, want ik kan lekker meekomen. Hoe mijn vader dat voor elkaar bokst? Hij heeft een eigen bedrijf in metaalbewerking. En mijn moeder tot slot neemt de verzorging en administratie voor haar rekening.”

Hoe kom je erbij een eigen motorblok te bouwen?

Vader Everhard van Leeuwen: „Ik heb dat vroeger gedaan voor fabrieksteams, zoals het vermaarde Derby waar ook wereldkampioen Jorge Lorenzo uit is voortgekomen. Toen Thomas ging racen, stond ik voor de keus: of een duur blok leasen of er zelf één bouwen. In het eerste geval kost je dat zo’n 180.000 euro. En daar ben je niet klaar mee, want voor het bouwen van de motor moet je nog eens zo’n bedrag neertellen. De tweede optie was goedkoper – zo’n tiende van het budget van een fabrieksmotor – maar aanzienlijk arbeidsintensiever. Ik heb de EvL125 ontwikkeld. En dat is best moeilijk. Vergelijk het met de Formule 1 waarvoor je zelf een auto bouwt en dan de strijd aangaat met Michael Schumacher en Fernando Alonso. Dan weet je bij voorbaat: het is niet te doen. Maar dat we zo dicht in de buurt van de beste rijders komen, vind ik een topprestatie. In de IDM is het verschil met de fabrieksmotoren zelfs erg klein. Maar we zijn er dan ook dagelijks druk mee, omdat we werkelijk alles zelf moeten doen.”