Jackson Galaxy, alles aan hem is net zo gaaf als zijn naam

Wat te doen als je samenleeft met een onbegrijpelijk wezen dat er eigenaardig gedrag op na houdt? Je schakelt een fluisteraar in. Jammer genoeg zijn de fluisteraars van nu niet bepaald de charismatische, fijngevoelige types die je zou verwachten. In plaats van een broeierige paardenfluisteraar als Robert Redford, moeten wij het doen met hondenfluisteraar Cesar

Wat te doen als je samenleeft met een onbegrijpelijk wezen dat er eigenaardig gedrag op na houdt? Je schakelt een fluisteraar in.

Jammer genoeg zijn de fluisteraars van nu niet bepaald de charismatische, fijngevoelige types die je zou verwachten. In plaats van een broeierige paardenfluisteraar als Robert Redford, moeten wij het doen met hondenfluisteraar Cesar Millan: de man die zelf lijkt op een soort Mexicaanse schoothond, mits deze toegang tot een tandenbleeksalon zou hebben. Of de griezelige geesten/babyfluisteraar Derek Ogilvie, van wie ik zeker weet dat zelfs áls hij met doden kon praten, míjn oma het in ieder geval zou vertikken om hem te antwoorden.

Nu is er echter een nieuwe ster, die ons allen laat zien dat het toch kan. Hij is een kattenfluisteraar die Jackson Galaxy heet, en alles aan hem is net zo gaaf als zijn naam. Hij is kaal, enigszins gezet en hij heeft een sik. In zijn bakkebaarden zijn figuren weggeschoren. Zijn armen zijn volgetatoeëerd en zijn kattenspullen draagt hij mee in een gitaarkist, vanwege de algehele gaafheid. In het Animal Planet-programma My Cat From Hell temt hij elke zaterdag onhandelbare poezen.

Nu dacht ik altijd dat er bij katten niet zoveel te fluisteren viel. Katten komen enkel naar je toe als ze vermoeden dat je misschien een blikje Gans en Lever in je broekzak hebt. Verder verachten ze je – wat hen juist zo leuk maakt.

Toch laat Jackson zien dat ook katten te snappen zijn, als je maar kijkt naar hun gedrag en behoeften. Deze zaterdag begon het programma met een introductiefilmpje van een bijtende, krabbende kat die zijn dagen vulde met hinderlagen leggen. In de voice-over hoorde je de eigenaren, de wanhoop nabij. Het beeld bevroor op een close-up van de woest kijkende kat, er klonk een spookachtige kerkklok, waarna in bibberige letters op het scherm verscheen: Fifi.

Waar de eigenaren van Fifi een incarnatie van Beëlzebub in haar zagen, zag Jackson iets anders. Er werd te ruw met Fifi gespeeld, waardoor ze ledematen als speelgoed was gaan zien. Bovendien bestaan katten volgens hem uit bush dwellers en tree dwellers: sommige verstoppen zich graag in de struiken, anderen houden van hoge plekjes. De bush dweller Fifi had geen enkel plekje om op te klimmen: er moest een klimplek op de patio gemaakt worden. „Het moet een catio worden”, sprak Jackson.

Tegen het eind van de aflevering ging alles uiteraard stukken beter: de eigenaren plaatsten een paal met nepklimop, kochten nepmuizen voor haar om mee te spelen en tijdens een wasbeurt brandden ze kaarsen en wierook voor haar, zodat ze „fijn kon ontspannen”.

Natuurlijk gaat het bij zulke programma’s aan het eind altijd goed met de kat, en wellicht was de tevreden Fifi wel voor de opnames gedrogeerd met kattenkruid. Toch geloof ik in Jackson Galaxy, met zijn rustige, zachtaardige werkwijze, zijn sik en zijn motto dat je katten nooit ergens toe moet dwingen: „Ze komen wel naar jou toe.”

De katten hebben de fluisteraar gekregen die ze verdienen.