IQ-test na arrestatie voor kind onder mavo-niveau

Leerlingen op scholen onder mavo-niveau die in aanraking komen met de politie of jeugdzorg, moeten voortaan standaard een IQ-test doen. Daarmee is vast te stellen of ze zwakbegaafd of ‘licht’ verstandelijk beperkt zijn. Nu worden kinderen met geringe begaafdheid – een IQ tussen 50 en 85 – vaak niet herkend, terwijl zij later onevenredig vaak in criminaliteit en jeugdgevangenis belanden.

De standaard-IQ-test is een advies van de Raad van de Strafrechttoepassing en Jeugdbescherming, dat morgen aan het kabinet wordt gedaan. In de raad zitten 60 deskundigen in penitentiair recht, jeugd- en familierecht en gedragswetenschappen, leden van de rechterlijke macht en advocatuur, het openbaar bestuur en medici. Volgens raadslid Roland van Benthem (burgemeester van Eemnes) kunnen straks agenten op het politiebureau een eerste IQ-test afnemen bij een jongere.

Het advies staat haaks op het voornemen van het kabinet om kinderen met een IQ van 70 tot 85 (‘zwakbegaafd’) uit te sluiten van hulp via de algemene wet bijzondere ziektekosten – de raad stelt zelfs dat het onderscheid dat de overheid sinds de jaren zeventig maakt tussen ‘zwakbegaafd’ (IQ 70-85) en ‘licht verstandelijk beperkt’ (IQ 50-70) eigenlijk kunstmatig is. ‘Zwakbegaafde’ jongeren komen even vaak in de problemen als dommere tieners doordat de omgeving hen te hoog inschat. Er zijn 55.000 ‘licht verstandelijk beperkte’ volwassenen, 2,2 miljoen mensen hebben een IQ onder 85.

Het aandeel jeugddelinquenten in de zwaarste categorie (jeugd-tbs) met een IQ tussen 50 en 85 is toegenomen van 29 procent in de jaren 90 tot 44 procent in 2005. Uit recent onderzoek blijkt dat jeugdige veelplegers in Rotterdan en Utrecht „vrijwel zonder uitzondering een verstoorde schoolgang, een laag IQ (gemiddeld 73), gedragsproblemen en een gebrekkig verantwoordelijkheidsbesef kennen”, aldus het advies.

Omdat jongeren vaak verhullend (‘streetwise’) gedrag vertonen, zien zelfs gedragsdeskundigen de beperking soms niet.

De jongere voelt vaak wel dat hij iets doet wat niet wordt gewaardeerd, maar waarom begrijpt hij niet, legt Van Benthem uit. „In de literatuur en de praktijk bestaat consensus dat jongeren met een licht verstandelijke beperking als een bijzondere categorie moet worden gezien waarvoor een specifieke benadering (met veel oefenen en herhalen) nodig is.”