Interpunctie & poëzie

Vanaf mijn debuut, Van de vierkante man, tot aan mijn laatste bundel Doka heb ik interpunctie gemeden als de pest. Daar zijn twee redenen voor. De eerste is dat hoofdletters, punten en komma’s de lezer helpen. Met interpunctie leest het makkelijker. Maar ik wil de lezer helemaal niet helpen. Ik wil het hem zo moeilijk mogelijk maken. Het lezen van een tekst zonder interpunctie vergt meer concentratie. En het is die concentratie waar ik op uit ben. Ik wil de lectuur vertragen. Poëzie is gebaat bij slow reading.

De tweede reden is dat interpunctie dingen expliciet maakt die je liever impliciet wilt laten. ‘ik zal voor u verduisteren wat is dient herschapen’ is spannender dan ‘Ik zal voor u verduisteren. Wat is, dient herschapen’, omdat de optie open blijft dat wat is, wordt verduisterd, waarmee ‘verduisteren’ als zodanig dubbelzinnig wordt, omdat het met een direct object niet alleen ‘donker maken’ kan betekenen, maar ook ‘verdonkeremanen.’ Dat soort effecten. Poëzie gaat over ambiguïteit tenslotte.

Ik heb mezelf bijna altijd een vrijstelling vergund van het verbod op interpunctie in opdrachtgedichten of in gedichten voor theater die geschreven zijn om te worden voorgedragen door een acteur. Commerciële opdrachtgevers houden niet van experimenten. Ze willen een gedicht van je kopen voor hun jaarverslag of informatiekrant en ze houden hun hart vast. Al dat onbetrouwbare kunstenaarsvolk. Maar ze hebben nu eenmaal een budgetje dat fiscaal aftrekbaar is. Je kunt je hun opluchting voorstellen als je daadwerkelijk levert. Op de deadline. En het ziet er nog uit als een gedicht ook. Het rijmt. Ze snappen het zelfs. Ze zijn zielsblij dat het gevaarlijke avontuur met de kunst zo goed is afgelopen en betalen binnen een week.

En acteurs staren zich blind op interpunctie. Zet ergens een komma en ze gaan er weken over nadenken hoe ze die gaan zeggen. Nog beter: drie puntjes... Dat haalt het beste in een acteur naar boven. Dus als ik een gedicht schrijf waarvan bij voorbaat duidelijk is dat een acteur het moet voordragen, overstuur ik. Ik ben exuberant in mijn interpunctie om hem een schijnzekerheid te verschaffen, terwijl hij niet beseft dat ik hem juist daarmee manipuleer. Te veel aanwijzingen leiden ook tot een verhoogde concentratie. Kijk maar in de partituren van Stravinsky. Hij schrijft soms specifieke vingerzettingen voor, wat componisten nooit doen. En die vingerzettingen zijn ook nog contra-intuïtief. Voor de klank maakt het niets uit. Maar wel voor de concentratie van de muzikant, omdat hij zijn stinkende best probeert te doen om het allemaal precies zo uit te voeren zoals de grote Stravinsky heeft voorgeschreven.

Ilja Leonard Pfeijffer