'Ik zou me er voor schamen als ik de NS was'

Verantwoordelijk minister Netelenbos schuift alle schuld voor het mislukken van de hsl af naar de NS. „We hoopten dat de NS zou winnen, ja. Maar dat werd geen succes.”

In 2005 zouden ze gaan rijden: supersnelle treinen van Amsterdam naar Parijs, via Rotterdam en Brussel. De Thalys rijdt inmiddels van Amsterdam naar Parijs, maar op het binnenlandse deel van de hogesnelheidslijn (hsl) naar Breda blijft het behelpen. De Fyra, een opgepimpte intercity, rijdt niet de topsnelheid van 300 kilometer per uur, maar maximaal 160, en de exploitant van de hsl kampt al jaren met financiële problemen. Minister Schultz van Haegen (Verkeer, VVD) onderhandelt momenteel met NS over mogelijke oplossingen.

Tineke Netelenbos (PvdA), minister van Verkeer en Waterstaat ten tijde van de aanbesteding van de hsl, nu tien jaar geleden, was de belangrijke spil in het laatste Paarse kabinet die de aanbesteding moest voltooien. Onder haar supervisie tekende een consortium van NS en KLM een contract met de overheid voor de duur van 15 jaar. Het recht om op de hsl te mogen rijden, kostte NS 148 miljoen euro per jaar. Maar door beveiligingsproblemen met de lijn en een late levering van treinen rijdt er nog steeds geen snelle trein van Amsterdam naar Rotterdam. Netelenbos is teleurgesteld in NS. Ze wijt de problemen met de hsl aan dat bedrijf. Volgens haar heeft NS er nooit een succes van willen maken, maar deed het bedrijf een bod om mogelijke concurrenten van het Nederlandse spoor te houden.

Voor het eerst ging de overheid een groot infrastructureel project aanbesteden, zowel de bouw ervan als het recht om erover te mogen rijden. Moet na 10 jaar geconcludeerd worden dat het een mislukking is geweest?

„De problemen met de hsl zijn met name te wijten aan NS. Op het moment van aanbesteden was het een luie monopolist, nog steeds afhankelijk van de staat, en wij wilden dat het meer een markpartij zou worden. Dat hoorde ook bij het denken van die tijd. We hoopten dat partner KLM voor verandering zou kunnen zorgen, maar dat is een illusie gebleken. Er is een cynisch spel gespeeld door NS, daardoor is de hsl geen succes geworden. Het bedrijf heeft een niet-reëel bod gedaan op de lijn en er vervolgens weinig energie ingestopt om er daadwerkelijk een succes van te maken. Ik zou me er voor schamen als ik de NS was.”

Maar was het sentiment in het Paarse kabinet ten tijde van de aanbesteding ook niet dat NS de lijn eigenlijk niet mocht ontlopen? Er werd wel aanbesteed, maar wel in de hoop dat NS zou gaan winnen.

„We hoopten dat de NS zou winnen ja, al hebben we dat nooit expliciet gecommuniceerd. Achteraf moet je concluderen dat het geen groot succes geworden is. NS heeft weinig verstand van concurrentie.”

U klinkt verbitterd.

„Ik ben teleurgesteld in NS. We hebben een zeer correcte aanbesteding gedaan waarbij de spelregels duidelijk waren. Het lijkt alsof NS nooit de intentie heeft gehad er een succes van te maken. Dat vind ik verwijtbaar.”

De huidige minister van Verkeer, Schultz van Haegen, onderhandelt momenteel met NS over een oplossing omdat de schuldenlast van dochterbedrijf HSA te groot is geworden. Er wordt daarbij ook gedacht aan het opnemen van de hsl-concessie in het hoofdrailnet. Wat vindt u daarvan?

„Dat zou ik heel vreemd vinden. Daarmee zou je feitelijk de NS belonen voor het mislukken van het hsl-project. Gezien de kleur van dit kabinet zou je toch anders mogen verwachten. Het zou een conservatieve beslissing zijn.”

Hoe bedoelt u? Wat zou de minister volgens u dan moeten doen?

„De minister moet de hsl opnieuw aanbesteden. Daar is niets op tegen. De winnaar van de vorige keer heeft er een potje van gemaakt. Nou, ik zou zeggen: doe het opnieuw. Dan kunnen buitenlandse partijen weer meedingen en zal NS met een vlijmscherp bod moeten komen. Doe je dat niet, dan draait de belastingbetaler op voor het falen van NS. Dat is niet terecht.”

Verwacht u ook dat het zal gebeuren?

„Ik ben daar cynisch over. Er waait een vreemde wind door de politiek, conservatieve partijen hebben het voor het zeggen. Daarbij merk ik keer op keer dat de Tweede Kamer een geheugen ontbeert. Wie weet nog hoe de discussie tien jaar geleden is gelopen? De Kamer moet ballen hebben en opnieuw pleiten voor een aanbesteding. Dat zou getuigen van moed.”