Het jagen wordt anders, zodat zij zich laten zien

Het wild op de Veluwe laat zich vaak wegjagen door jagers. Tijd voor regels. Jagen mag alleen nog aan de rand van het gebied. En niet meer schieten vanuit de auto.

De jager zet zijn groene bestelauto stil. Schakelt de motor uit. En begint te fluisteren. „Zo’n auto is een koepel en de geluiden dragen ver.” Op honderd meter afstand staat een hert. Met kalf. Twee beige vlekken staan roerloos tussen het groen van de bossen rondom Hoog Buurlo, een plaatsje bij Ugchelen midden op de Veluwe, om na twintig tellen weg te dansen.

Jan Borren is ondernemer en heeft als „intensieve hobby” de jacht. „Het is mijn passie.” Hij voelt zich natuurbeheerder. Dit uitdrukkelijk ter onderscheid van mensen die het jagen en vooral het schieten als een „statussymbool” zien, vertelt hij. „Snelle jongens” die het jachtgebied betreden om „even de vinger krom te leggen” en daar later sterke verhalen over vertellen. „Daar gruw ik van.”

Over twee weken begint het jachtseizoen. Dan laat Staatsbosbeheer conform het faunabeleid van de provincie Gelderland op de Midden-Veluwe weer zwijnen afschieten. Zwartwild. Een maand later mag er ook op herten worden gejaagd. Roodwild. Het wild is onlangs geteld en vastgesteld is dat er relatief weinig dieren lopen. Een gevolg van een jaar met weinig voeding; er waren niet zo veel eikels en beukennootjes. Bovendien was de winter redelijk streng. Er zal relatief weinig worden geschoten.

De jacht wordt anders. Districtshoofd Leen Jacobs van Staatsbosbeheer: „Tot nu toe werden de jachtrechten voor zes jaar verpacht. Staatsbosbeheer was geen jachthouder. We hadden weinig invloed op de manier van jagen. Nu hebben we de regie in eigen hand genomen. Onze grote wens is om meer wild te laten zien aan het publiek. We hopen dat onze bezoekers hier straks op de hei wat vaker oog in oog komen te staan met een hert, een zwijn of een ree. De aanwezigheid van dat wild is voor dit gebied de kip met de gouden eieren. Daar deden we eigenlijk niets mee.”

Om de kans op een toevallige ontmoeting met wild te vergroten, gaan jagers voortaan aan de randen van het gebied op pad. Niet meer mogen ze het hele gebied doorkruisen. Zij mijden de jachtvrije zones en terreinen waarlangs het wild via ecoducten naar elders trekt. Boswachter Paul Suurmond: „Vroeger kwam het regelmatig voor dat je tijdens een excursie op zoek was naar wild. Ineens klinkt er paf!!! Weg kans op een ontmoeting met wild.”

Een ander voordeel van jagen langs de randen van de Midden-Veluwe is dat dáár de dieren het meeste schade aanrichten. Ze worden aangereden op autowegen, vreten gewassen weg in landbouwenclaves en wroeten in dorpen tuinen stuk. „Laatst stonden er dieren voor het postkantoor in Epe.” Ook tijdens de bronst wordt er niet meer geschoten. Zodat betaalde bronstexcursies een groter succes worden. Jacobs: „Het is niet de bedoeling om veel geld met die excursies te verdienen. Wij hebben als Staatsbosbeheer een publieke functie. Maar het is wel leuk als een boswachter daarmee zijn eigen salaris terugverdient. Zeker met de bezuinigingen die ons zijn opgelegd.”

Staatsbosbeheer heeft dit jaar veertien jagers of fauna-uitvoerders aangesteld. Zij moeten niet alleen jaarlijks een vergoeding neertellen om überhaupt mee te mogen doen, maar hebben ook moeten solliciteren. Ze beschikken over verscheidene diploma’s en kunnen uitleg geven aan bezoekers. Ze moeten loyaal zijn aan de werkwijze van Staatsbosbeheer en regelmatig overleggen. Gebruik van loodvrije kogels is verplicht. Gastjagers zijn niet welkom. Schieten vanuit een auto is verboden. Wie een dier heeft geschoten, moet een sms versturen. Wildbraad behoort toe aan Staatsbosbeheer. Etcetera. De jagers worden jaarlijks beoordeeld. Wie zich misdraagt, krijgt een gele of rode kaart.

Jan Borren verwacht de jaarlijkse beoordeling wel te doorstaan. „Ik ben zeer betrokken.” En hij weet veel. Borren rijdt op een bospad en wijst op sporen van wild. Hier een poel waar een zwijn heeft liggen wroeten. Eromheen staan bomen waarvan de bast is besmeurd met modder. „De varkens schuren er tegenaan om de jeuk kwijt te raken. Ze zitten vol met insekten en parasieten zoals teken.” Langs het pad staan kleine beukjes waarvan herten de top hebben afgeknabbeld. „Dat doen ze tot het moment dat de beuk zo breed is gegroeid dat ze niet meer bij de top kunnen. Daarom zien de bomen eruit als piramiden.”

Borren stapt weer in zijn auto en rijdt over een kleine weg als hij bij een grote open plaats twee wilde zwijnen ziet. „Een kilo of vijftig.” Nauwelijks zichtbaar scharrelen in de buurt zo’n tien jongen. „Net marmotten hè. Een kilo per stuk.” Voorzichtig wandelt hij terug naar de auto. De verslaggever neemt plaats in de passagiersstoel en trekt onachtzaam het portier hard dicht. Borren: „Dat had wel wat zachter gekund.” De geschrokken zwijnen vluchten het bos in. „Nu zien andere bezoekers hen niet meer.”