Griekenland bepaalt stemming op beurs

De beurzen worden gegijzeld door Griekenland. Met financiële instellingen wordt – op basis van vrijwilligheid – gesproken over doorrollen.

Doorrollen. Dat wordt de komende weken hét woord in de financiële wereld. De beurs wordt gegijzeld door de gebeurtenissen in Griekenland, ook omdat er weinig bedrijfscijfers worden gepubliceerd. Op de beurs zal de aandacht zich met name toespitsen op de banken, verzekeringsmaatschappijen en pensioenfondsen.

In een vannacht opgestelde verklaring hebben de ministers van Financiën van de eurolanden afgesproken dat de financiële instellingen alleen op vrijwillige basis hoeven bij te dragen aan een nieuw hulppakket voor Griekenland. Minister Jan Kees de Jager (Financiën, CDA) zei dat hij alleen over een nieuw pakket leningen wil praten als de private beleggers – banken en verzekeringsmaatschappijen – een substantiële bijdrage leveren. „Wij vinden dat de private sector een deel van deze rekening moet oppakken”, aldus De Jager.

De eurolanden beginnen, zo beloofde De Jager, zo snel mogelijk met besprekingen met beleggers over vrijwillige participatie. Nederlandse banken hadden volgens de meest recente cijfers eind vorig jaar 3,7 miljard euro uitstaan aan Griekenland, de pensioenfondsen enkele miljarden euro’s. Die ‘vrijwillige participatie’ moet uitmonden in het doorrollen van bestaande Griekse schuld op het einde van de looptijd. Beleggers zouden dan geld dat ze van Athene terugkrijgen, opnieuw in Griekse obligaties moeten steken.

Volgens het Griekse ministerie van Financiën loopt bijna 60 procent van de financiering van de Griekse schuld (350 miljard euro) binnen vijf jaar af. Als banken en fondsen vrijwillig obligaties langer aanhouden, verlaagt dit de druk op de Grieken om financiering te zoeken.

Waarom zouden banken de looptijd verlengen? In plaats van af te boeken omdat Athene niet kan betalen, wordt de looptijd verlengd in de hoop op betere tijden. Een tweede reden zou een vorm van klantenbinding kunnen zijn. Griekenland staat aan de vooravond van een omvangrijk privatiseringsprogramma. Dat zijn interessante projecten waar voor banken aan te verdienen valt. In ruil zou dan de looptijd van een lening kunnen worden verlengd.

Volgens DNB-president Nout Wellink lopen banken en pensioenfondsen risico’s als ze vrijwillig bijdragen aan redding van Griekenland. Dat zei Wellink afgelopen weekend in een afscheidsinterview met NRC Handelsblad. Wellink erkent dat er een maatschappelijke prikkel kan zijn voor financiële instellingen om Griekse staatsobligaties niet te dumpen en er langere looptijden voor te accepteren. Maar het is volgens de scheidende DNB-president „een bijzonder ingewikkelde zaak”.

Bij zo’n vrijwillige bijdrage wordt aan banken en pensioenfondsen gevraagd meer risico te lopen dan ze eigenlijk zouden willen. „Pensioenfondsen moeten doen wat in het belang is van de pensioengerechtigden. De fondsen hebben een plicht zich te gedragen als goed huisvader voor de belangen waarvoor zij zijn aangesteld”, aldus Wellink, die ook bestuurslid van de Europese Centrale Bank is.

Europese regeringsleiders, aangevoerd door Duitsland, wilden banken aanvankelijk dwingen aflopende staatsobligaties zeven jaar langer aan te houden om Griekenland zo ruimte te gunnen de economie te hervormen. Maar centrale bankiers vreesden dat financiële markten en kredietbeoordelaars zo’n dwang gelijk zouden stellen aan een Grieks faillissement. Griekse obligaties zouden waardeloos worden en de ECB zou het schuldpapier niet meer als onderpand kunnen gebruiken voor noodleningen aan Griekse banken. Om paniek te voorkomen is vrijwilligheid het credo.

Het vrijwillig doorrollen zal eind van de week aan de orde komen tijdens het jaarlijks congres van de Bank of International Settlements in Luzern. Bankiers en wetenschappers bespreken de vraag hoe budgettair beleid kan bijdragen aan monetaire en financiële stabiliteit.