Gewoon één biertje om het te vieren

Igor Sijsling maakt vandaag zijn debuut op Wimbledon, de Nederlander speelt tegen de Rus Igor Koenitsin.

Ook Robin Haase komt vandaag al in actie.

Tennisser Igor Sijsling (23) heeft zich voor het eerst in zijn carrière geplaatst voor het hoofdtoernooi van Wimbledon. De Amsterdammer won zaterdag in de derde ronde van het kwalificatietoernooi van de Belg David Goffin. Sijsling speelt vandaag op baan 9 tegen de Rus Igor Koenitsin. Later op de dag staat de partij van Robin Haase tegen de Spanjaard Pere Riba gepland op het heilige gras. Sijsling, tot gisteren de nummer 181 van de wereldranglijst, speelde nooit eerder een grandslamtoernooi.

Heb je ooit zo’n gelukzalig gevoel gehad als na het matchpoint tegen Goffin?

„Als het om tennis gaat niet nee. Dit is wel mijn belangrijkste zege. Als kleine jongen keek ik altijd naar Wimbledon. Dat was wel hét toernooi. Het is heel mooi om daar zelf nu te mogen spelen. En ik heb wel het spel voor gras. Maar ik ben niet iemand die het uitgebreid gaat zitten vieren met anderen. Daar heb ik geen behoefte aan. Ik heb één biertje genomen.”

Zie je dit als als een doorbraak?

„Dat weet ik niet. Het bereiken van de tophonderd is nog altijd een doel voor mij. Wanneer dat gebeurt is moeilijk te zeggen. Dat kan hier op Wimbledon al plaatsvinden. Maar het kan ook nog vijf jaar duren. Of ik een laatbloeier ben weet ik niet, dat moeten anderen maar beoordelen. Vandaag de dag ligt de gemiddelde leeftijd van profspelers die in de tophonderd komen boven de 24 jaar. Dus dan heb ik nog wel tijd. Een paar maanden.”

In de jeugd groeide je op met generatiegenoten als Robin Haase en Thiemo de Bakker, die al een tijdje op de grootste podia spelen. Trek jij je aan hen op?

„Dat is me wel vaker gevraagd de afgelopen zes jaar. We hebben veel aan elkaar gehad. Dan was de één weer wat verder en dan de ander. En misschien is het inderdaad zo dat ik me nu aan hen optrek. Ik probeer zo ver mogelijk te komen. Je moet je wel afvragen of het tennis lucratief is. Ik heb meer interesses zoals bijvoorbeeld een studie psychologie. In het tennis is het niet mogelijk om gedurende een hele partij geconcentreerd te zijn. Ook ik slaag daar niet in. Ik kan me best voorstellen dat tennissers met psychologen werken.”

Wie is je coach?

„Op dit moment heb ik eigenlijk geen echte vaste coach. Ik heb een tijdje in Amerika met een trainer gewerkt. Maar de laatste keer dat ik daar was, was nog voor de Australian Open. Ik reis nu met mijn neefje. Op zich heeft die geen tennisachtergrond, maar hij kan me wel op bepaalde dingen wijzen. Je moet als prof toch op tijd naar bed gaan en je niet volvreten.”

Hoe schat je je kansen in tegen Koenitsin?

„Ik heb één keer eerder tegen hem gespeeld. Toen heb ik dik verloren. Ik had het slechter, maar ook beter kunnen treffen.”