Gemiste kans voor open doel

De omroepverenigingen kozen vorige maand voor een vlucht naar voren. Wetend dat er in 2015 een bedrag van 200 miljoen euro moet zijn bezuinigd, presenteerde de Nederlandse Publieke Omroep (NPO) zelf alvast een plan om het aantal zendgemachtigden terug te dringen tot acht: drie grote fusieomroepen (AVRO/TROS, VARA/BNN en KRO/NCRV), drie kleinere eenlingen (EO, VPRO en MAX) en twee taakomroepen (NOS en NTR). De fusieomroepen hoopten zo te worden beloond voor hun meedenken met de regering.

Uitruilen is altijd de kern van het verzuilde bestel geweest. Maar dit keer niet. In haar mediabrief aan de Tweede Kamer dankt minister Van Bijsterveldt (OCW, CDA) de zes zuilen voor hun fusiebereidheid. Maar ze moeten niet denken dat ze meer zijn dan de som der delen. Hoewel de minister erkent dat „de hoogtijdagen van het klassieke broadcasten voorbij zijn”, moeten de omroepen ook nog hun activiteiten op internet en themakanalen beperken of geheel uit eigen middelen financieren.

VARA en BNN staakten uit woede meteen hun fusieplannen. De TROS dreigt ermee. Ze gokken op de Tweede Kamer, waar PvdA en CDA nog altijd bescherming bieden aan de oude zuilen. Maar de publieke omroep verliest hoe dan ook een aantal privileges. Het werd tijd. Deze valse concurrentie van de publieke omroep met ongesubsidieerde media is al heel lang onverteerbaar.

De omroepverenigingen zijn zich daarvan echter onvoldoende bewust, zo blijkt uit hun heftige reacties op het besluit van de minister om de jaarlijkse contributie van het ‘tientjeslid’ te verhogen van 5,72 naar 15 euro. VARA, MAX en PvdA hebben daar al hooggestemde bezwaren tegen geuit. Jongeren zouden geen 15 euro over hebben voor een lidmaatschap en „zwakkeren in de samenleving” zouden dit bedrag, niet groter dan een kabelaansluiting per maand, niet kunnen opbrengen.

Straks kijken alleen nog Biblebelt en grachtengordel televisie, zei Tweede Kamerlid Martijn van Dam (PvdA). Demagogie. Als burgers werkelijk geen 15 euro over (kunnen) hebben voor die „unieke maatschappelijke inbedding”, zoals de minister de verenigingsstructuur van het bestel noemt, dan is dat bestel kennelijk toch niet zo uitzonderlijk.

Dat is overigens al lang bekend. Er zijn in Europa talloze publieke omroepmodellen die ook een betrouwbaar informatief „kompas” zijn voor de burger die zich een mening wil vormen over de maatschappij, zoals de minister het formuleert. De BBC is het bekendste en intussen clichématige bewijs. Maar ARD en ZDF in Duitsland zouden ook tot een inspirerend voorbeeld kunnen zijn. In die zin heeft omroepminister Van Bijsterveldt een kans gemist om geschiedenis te schrijven. Jammer.