Facebook weet precies wie jij bent, en waar je bent geweest

Facebook wil wereldwijd de grootste leverancier van identiteitsinformatie worden.

Via de wijdverbreide Like-knop volgt het bedrijf zijn leden, maar ook niet-leden.

Op een webcongres in San Francisco sprak Facebook-oprichter Mark Zuckerberg vorig jaar zijn verwachting uit dat het fenomeen privacy van voorbijgaande aard is en op termijn helemaal niet meer belangrijk zal worden gevonden. Kennelijk is hij overtuigd genoeg van zijn eigen gelijk om alvast de nodige stappen in die richting te zetten. De recente invoering van een nieuwe functie die Facebook in staat stelt gezichten van gebruikers te herkennen, is daar slechts een voorbeeld van.

Het invoeren van deze technologie is onderdeel van de strategie van het bedrijf om wereldwijd de grootste online identiteitsprovider te worden. Voor talloze diensten kan Facebook straks met grote zekerheid bevestigen of ontkrachten of iemand die zich aanmeldt daadwerkelijk is wie hij zegt te zijn. Andere online dienstaanbieders kunnen dan op basis van het oordeel van Facebook toegang verlenen of weigeren, of een product al dan niet aanbieden. Om dat te kunnen heeft Facebook accurate gegevens over personen nodig, dus elke bevestiging van een identiteit en bijbehorende gegevens is belangrijk. Facebook controleert al actief op de locaties van zijn leden door verificatie te vragen wanneer vanaf een afwijkend IP-adres is ingelogd op een account. Daarmee kunnen verschillende locaties en apparaten aan een persoon gekoppeld worden. Met gezichtsherkenning wil Facebook stimuleren dat leden een naam aan een foto van een persoon verbinden, oftewel: taggen, en dat draagt dus ook bij aan de precisie waarmee gebruikers in kaart worden gebracht. Voeg daarbij de verplichting om je echte naam te gebruiken op je profiel (waar ook controle op plaatsvindt) en Facebook kan van miljoenen mensen met zekerheid de identiteit bevestigen. Anoniem of onder pseudoniem internetdiensten afnemen is er niet meer bij.

Maar het gaat nog verder. Via de zogeheten ‘Vind ik leuk’-knop (Like-button) heeft Facebook het voor elkaar gekregen om van alle sites die zo’n knop tonen direct informatie te krijgen over welke leden de site en eventuele subpagina’s bezoeken. Oftewel: Facebook weet welke sites en artikelen zij interessant vinden. Het aanklikken van de knop is daarvoor niet eens nodig. Dit systeem was zelfs ingenieus genoeg om tot voor kort ook niet-leden te volgen. Via Facebook Connect, een andere toepassing die op tal van websites te vinden is, kregen niet-leden een cookie met een uniek identificatienummer op hun computer geplaatst door Facebook. Vanaf dat moment werd over deze mensen informatie over individueel surfgedrag doorgestuurd aan Facebook. Er was dus geen ontkomen aan. Gelukkig heeft Facebook de toepassing voor niet-leden aangepast nadat de privacyschending door ondergetekende (zie kader) was ontdekt en naar buiten gebracht. Het werd omschreven als een fout in de software, maar ik zou niet verbaasd zijn als een vergelijkbare inbreuk op de privacy binnenkort weer aan het licht komt.

Het opzoeken van de grenzen van privacy dient het doel van Facebook om identiteiten te verzamelen en die commercieel te gebruiken, zoals dat nu al gebeurt via gerichte advertenties. En de mogelijkheden daartoe zullen enorm toenemen. Ook van niet-leden zal Facebook proberen een gedetailleerd individueel profiel samen te stellen en de gegevens te gelde maken. Bij leden worden de geschreven interesses door gezichtsherkenning aangevuld met uiterlijke kenmerken. Facebook heeft de gegevens in handen en heeft via zijn algemene voorwaarden geregeld dat ze vrijwel onbeperkt gebruik van deze gegevens mag maken. Voor commerciële partijen wordt Facebook zo de meest aantrekkelijke tussenpersoon voor de verkoop van producten en het aanbieden van advertenties, want het bedrijf beschikt over het meest uitgebreide en accurate profielenbestand ter wereld. Deze profielen zullen alleen via Facebook toegankelijk zijn en vormen daarmee het echte kapitaal van Facebook.

Elke nieuwe stap die Facebook zet levert op het eerste gezicht slechts een nieuwe functie voor zijn gebruikers op. Het echte belang van de uitrol van toepassingen zit echter in het toevoegen van nieuwe gegevenssets aan de databanken van Facebook. Door de sterke persoonlijke koppeling wordt Facebook de grootste speler op de internationale advertentiemarkt en streeft zo zelfs Google voorbij. Dit commerciële bedrijf weet straks alles van je, wordt het belangrijkste referentiekader voor andere bedrijven en mogelijk ook overheden, en mag alles met je gegevens doen wat het wil. Wellicht ligt hier een taak voor de (Europese) overheid om grenzen te stellen aan de macht van Facebook.

De individuele gebruiker dient zich ondertussen bewust te zijn van het feit dat elke nieuwe dienst die Facebook aanbiedt slechts tot doel heeft de monopoliepositie van het bedrijf op het gebied van identiteitsinformatie te versterken. Een nieuwe functie als gezichtsherkenning heeft niet allen voor de gebruikers een toegevoegde waarde, maar vooral voor Facebook zelf.

Mr. Arnold Roosendaal is partner bij Fennell Roosendaal Onderzoek en Advies en tevens promovendus bij het Tilburg Institute for Law, Technology, and Society (TILT) aan Tilburg University. Hij deed onder andere onderzoek naar de Like-knop van Facebook.