Epke is merknaam en knuffelbeer in één

Turner Epke Zonderland behoort volgend jaar tot de kanshebbers voor de olympische titel aan rek. De populaire Fries heeft zich ontpopt tot een geweldige promotor van de sport.

Bij het noemen van Epke is Zonderland een overbodige toevoeging geworden. Het is tegenwoordig Epke voor en Epke na. De voornaam van de turner is een merknaam geworden. Iedereen houdt van Epke. Vanwege zijn buitengewone turnprestaties, maar vooral vanwege zijn innemende verschijning. De adoratie gaat zover dat bondsvoorzitter Jos Geukers hem zaterdag uitriep tot de ‘Knuffelbeer uit Lemmer’.

Geukers refereerde aan Rintje Ritsma, de schaatsende krachtpatser die ‘Beer uit Lemmer’ werd genoemd. Epke is eveneens een krachtige sportman, maar in vele opzichten net wat verfijnder dan zijn oud-plaatsgenoot. Waar de voormalige schaatskampioen nog weleens kribbig of bot wilde reageren, is Epke altijd de rust en hoffelijkheid zelve. Geukers wilde maar zeggen dat Epke een hoog knuffelgehalte heeft. Een imago dat de bond graag versterkte door hem zaterdag na afloop van de Nederlandse kampioenschappen in Epkes woonplaats Heerenveen de gouden bondsspeld voor verdienste uit te reiken.

Rijkelijk vroeg voor een 25-jarige sportman die nog volop in de running is, erkende Geukers. „Maar zie het als een stimulans voor een groot plan dat in 2012 tijdens de Olympische Spelen in Londen voltooid moet worden.” Maar uit Geukers’ kwalificatie sprak ook en vooral de behoefte om de geur van cocaïne te verdrijven die Yuri van Gelder heeft achtergelaten. Het nieuwe, positieve turngezicht heet Epke. En dat kan in bondsogen niet sterk genoeg benadrukt worden.

Eervol die gouden speld. En Epke ontving het kleinood in dankbaarheid. Maar de turner aast op ander goud. Hij wil volgend jaar olympisch kampioen aan de rekstok worden. Daarop is Epkes leven momenteel ingericht. Mooi die twee Nederlandse titels (rek en brug) van afgelopen weekeinde, vindt Epke, maar niet meer dan een stimulans op weg naar ‘Londen’.

Epke is realistisch Hij is de Europees kampioen aan rek,tweevoudig winnaar van zilver bij de wereldkampioenschappen en tienvoudig winnaar van wereldbekerwedstrijden. En ieder die het weten kan, bezweert dat Epke het in zich heeft olympisch goud te winnen. Omdat hij technisch en mentaal gelijkwaardig is aan zijn Chinese, Duitse, Japanse en Amerikaanse concurrenten, maar vooral omdat hij facilitair zijn zaakjes volledig op orde heeft.

De breuk met zijn trainer Gerard Speerstra, na een samenwerking die vijftien jaar heeft geduurd, is volgens een insider het beste wat Epke is overkomen. Niet vanwege Speerstra, maar vanwege de rust die hij rondom zijn persoon heeft gecreëerd. Onder Speerstra, die anderhalf jaar terug na een conflict met de turnbond werd gedumpt, was er altijd wel wat; er ging geen jaar zonder problemen voorbij.

Epke besloot destijds niet zijn veto over het ontslag van Speerstra uit te spreken, maar het moment aan te grijpen zijn begeleidingsstaf opnieuw in te richten. De relatief onervaren juniorentrainer Daniel Knibbeler werd zijn coach, op afstand bijgestaan door de ervaren Brit Mitch Fenner en de gerenommeerde Japanse trainer Sadao Hamada. Verder liet Epke vanaf dat moment zijn publicitaire en zakelijke verplichtingen regelen door manager Johan Boesjes. Anderhalf jaar na alle opwinding zit die constructie hem als gegoten.

Fenner vertelt waaraan het Epke- team werkt: de verfijning van zijn oefening om de puntenaftrek tot een minimum te beperken. Epke gaat ervan uit dat zijn concurrenten in Londen gelijkwaardige oefeningen zullen turnen. Het zal daar aankomen op de uitvoering, de zogeheten E-score. Dat is het technische verhaal. Maar wat Fenner vooral opvalt bij zijn bezoeken aan Heerenveen: Epkes jeugdige volwassenheid. „Ondanks zijn ervaring en zijn statuur is hij een jeugdig rolmodel gebleven. Ik vind het steeds weer speciaal als ik Epke op zijn skateboard naar de training zie komen.”

Knibbeler verbaast zich nog bijna dagelijks over zijn status als coach van een topturner. Nu is hij blij dat hij is teruggekomen op zijn aanvankelijke weigering Epke te begeleiden. „Ik had gedacht deze carrièrelijn over twintig jaar uit te smeren en niet over vijf jaar. Toen mij gevraagd werd Epke te coachen had ik alleen nog maar met junioren gewerkt. Epke is van een ander niveau. Dan is het toch niet verwonderlijk dat je twijfelt? Ik vroeg me af of ik dat niveau wel aankon. Maar ik heb in anderhalf jaar ontzettend veel geleerd en ben in mijn rol gegroeid. Ik doe ook ongelooflijk mijn best en ben zeven dagen per week dag en nacht met mijn werk bezig. Ik zie mezelf vooral als de ogen van Epke. Door zijn ervaring weet Epke grotendeels zelf wat hij doen moet.”

Wat niet wegneemt dat het klikt tussen beiden. De turner is tevreden over Knibbeler, vooral omdat de coach zijn eigen belang niet boven dat van de sporter stelt. En dat kan niet van iedere trainer gezegd worden. Knibbeler is er altijd als de turner hem nodig heeft. „Daar word ik voor betaald”, is zijn nuchtere reactie. „Als ik van mijn sporters verlang dat ze hun leven volledig in dienst van de prestatie stellen, moet ik het goede voorbeeld geven.”

Dat Epke volgend jaar tot de favorieten voor de olympische titel aan rek behoort, is voor broer Herre een vanzelfsprekendheid. „Samen met onze broer Johan zijn we met turnen begonnen. Maar Epke was de talentvolste. Hij had gevoel voor de oefeningen en het lef om ze uit te voeren. Hij heeft controle over zijn lichaam. Epke voelt precies aan wat hij moet doen. Daarom vindt hij altijd een oplossing als tijdens de oefening iets fout gaat. Hoewel Epke een emotionele en gevoelige jongen is, is hij mentaal sterk. Komt mede door zijn onbevangenheid. Van ons drieën was Epke het minst bezig met de uitgangswaarden en scores. Ik maakte oefeningen, dat vond ik interessant, maar hij turnde ze gewoon. Nee, ik heb nooit aan hem getwijfeld. Hij had altijd de minste zenuwen voor een wedstrijd. Dat is nog zo.”

Als broer en vertrouwenspersoon speelt Herre een belangrijke rol in de carrière van Epke. Ze hebben een sterke band. „Omdat we elkaar blindelings vertrouwen”, zegt Herre. „Ik denk altijd met hem mee. Ik weet hoe hij in elkaar steekt. En Epke weet dat hij nooit vergeefs een beroep op mij doet. Ik ben er wanneer hij me nodig heeft. Dat is een automatisme.”

Herre schildert een jaar voor de Olympische Spelen gouden contouren. En niet uit emotionele overwegingen. „Als hij Europees kampioen kan worden met een matige oefening, is er in Londen veel mogelijk. En als Epke dan turnt zoals alleen hij dat kan, is hij moeilijk te verslaan.”