Eindhoven telt twee keer zoveel autisten

In de hightech-regio Eindhoven komt autisme ruim twee keer zo vaak voor als in de rest van Nederland. Dit blijkt uit onderzoek van de vooraanstaande Britse autismespecialist Simon Baron-Cohen van de universiteit van Cambridge, dat online is gepubliceerd in het Journal of Autism and Developmental Disorders.

Het onderzoek bevestigt het vermoeden dat autisme vaker voorkomt in regio’s waar veel technologiebedrijven zijn gevestigd. Behalve over Eindhoven bestaat het vermoeden ook bij andere hightech-regio’s zoals Silicon Valley, München en Stockholm. Om dit te staven heeft het Autism Reseach Center (ARC) van Baron-Cohen het aantal leerlingen met een officiële autismediagnose geteld op scholen in drie Nederlandse regio’s.

In Eindhoven bleken 229 kinderen per 10.000 (2,3 procent) zo’n diagnose te hebben; gemiddeld komt autisme voor bij ongeveer 1 procent van de bevolking. In Utrecht en Haarlem werden 57 en 84 autistische kinderen per 10.000 kinderen geteld. Aan het onderzoek deden 369 scholen mee met in totaal 62.505 leerlingen.

Eindhoven (Veldhoven en Waalre meegerekend) geldt als een uniek onderzoeksgebied omdat hier dankzij Philips (anno 1891) al zo lang ‘bèta-mensen’ naar toe trekken. Inmiddels is de regio, waar 30 procent van alle banen te maken heeft met techniek, een van de belangrijkste hightech-gebieden ter wereld. Onlangs werd de regio uitgeroepen tot slimste ter wereld door het Intelligent Community Forum, een internationale denktank.

Over de relatie tussen autisme en techniek heeft Baron-Cohen alleen een hypothese. Werknemers met een technische aanleg hebben in hightech-regio’s een grotere kans op een gelijkgestemde levenspartner en daarmee mogelijk ook de kans dat zij samen een autistisch kind krijgen. Want dezelfde genen die bij de ouders voor technisch inzicht zorgen, kunnen bij hun nakomelingen leiden tot autisme.

Autisme en techniek: pagina 18