Eetgedrag verandert door voedselprijzen

De voedselprijzen blijven het komende decennium structureel 20 hoger liggen dan de afgelopen tien jaar. Arme mensen moeten hun eetpatroon aanpassen.

Arme mensen zullen de komende jaren hun eetpatroon vermoedelijk verder moeten aanpassen aan de stijgende voedselprijzen. Dat blijkt uit twee recente publicaties. Eind vorige week meldden de Voedsel en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO) en de Organisatie voor Economische Ontwikkeling en Samenwerking (OECD) dat de prijzen van voedselgrondstoffen zoals graan het komende decennium structureel zo’n 20 procent hoger blijven liggen dan de afgelopen tien jaar. Onlangs publiceerde ontwikkelingsorganisatie Oxfam een uitgebreid onderzoek waaruit blijkt dat mensen de afgelopen twee jaar hun eetpatroon hebben veranderd door de voedselcrisis.

Zo’n 925 miljoen mensen hebben honger, op een wereldbevolking van bijna 7 miljard. Dat is minder dan tijdens de economische crisis, maar nog altijd hoger dan daarvoor. Dat wijst er volgens FAO en OECD op dat de voedselcrisis een structureler probleem is dan de economische crisis alleen. „Vooral armen die nu al 80 procent van hun inkomen aan voedsel besteden zullen getroffen worden”, zegt Angel Gurria, hoofd van de OECD, vrijdag in Parijs. „Zij zullen gedwongen woren om minder te eten, of andere bronnen van inkomsten te vinden.” De organisaties vrezen dat de droogte in Europa dit jaar voor verdere prijsstijgingen zal zorgen.

Volgens de Wereldbank zijn door forse prijsstijgingen van onder andere tarwe, maïs en suiker sinds juni 2010 wereldwijd zo’n 44 miljoen mensen onder de armoedegrens terechtgekomen.

De voedselcrisis begon in november 2007 toen plots de prijs voor rijst steeg, ondanks goede oogsten en uitgebreide mondiale voorraden. Exportbeperkingen, protectionistische maatregelen en paniekaankopen dreven de prijs in zes maanden met 140 procent omhoog. Bij andere gewassen en grondstoffen ging het op een vergelijkbare manier.

Oxfam, dat over twintig jaar zelfs een verdubbeling van de voedselprijzen voorziet, denkt dat klimaatverandering de helft van de prijsverhoging zal veroorzaken. Andere oorzaken zijn ecologische achteruitgang, bevolkingsgroei, stijgende energieprijzen, toenemende vraag naar vlees en verstedelijking. Vooral uit de opkomende economieën neemt de vraag naar dierlijke eiwitten toe. Chinezen en Indiërs hebben meer te besteden waardoor de vleesconsumptie toeneemt. Daarvoor is veel meer landbouwgrond en meer water nodig dan voor de productie van plantaardige eiwitten.

De prijs is het belangrijkste criterium bij het aanschaffen van voedsel. Dat zegt 66 procent van de 16.421 personen in zeventien landen die Oxfam ondervroeg. 53 procent zegt niet hetzelfde te eten als twee jaar geleden en 29 procent zegt dat dat komt omdat het voedsel nu te duur is. Volgens de hulporganisatie is het voedselsysteem „mislukt”. Zij roept op tot het afschaffen van de subsidies op biobrandstoffen, zodat er meer voedselgewassen verbouwd kunnen worden, en tot grotere investeringen in de vijfhonderd miljoen kleine boerenbedrijven in ontwikkelingslanden.

In het Westen en in Nederland, zegt Michiel Vergeer van het Centraal Bureau voor de Statistiek, is het effect van de voedselcrisis op het bestedingsgedrag beperkt. De resultaten uit het Oxfam-onderzoek komen in elk geval niet overeen met zijn bevindingen. Over langere tijd is te zien dat de voedselprijzen in de winkel ongeveer gelijk stijgen met de inflatie. Ook geven Nederlanders niet veel meer of minder aan ons voedsel uit. We spenderen gemiddeld op jaarbasis 4.775 euro aan eten en drinken, is inclusief etentjes buiten de deur. Het meest besteden we, na etentjes, aan ‘suikerhoudende artikelen en dranken’ (zoals suiker, zoet broodbeleg, chocolade).

De lichte daling in onze uitgaven in 2009 had met name te maken met de financiële crisis. Maar die gevolgen zijn veel sterker te zien in de uitgaven aan ‘duurzame goederen’ (auto’s, meubels).

Niet dat er geen voedselcrisis is, maar in Nederland is de prijs van de grondstof slechts een klein percentage van de uiteindelijke prijs van het product. Daarin zijn ook nog de kosten voor onder meer distributie, verpakking en het verkoopkanaal meegenomen. En de effecten zijn vertraagd zichtbaar omdat winkeliers langdurige contracten afspreken met leveranciers.

In ontwikkelingslanden zijn de gevolgen direct zichtbaar in de prijs die mensen moeten betalen voor hun voedsel. De distributiemarkt is in veel gevallen ook de afzetmarkt. Valt de oogst tegen, dan stijgt de prijs. En dat heeft onmiddellijk grote gevolgen voor de levensstandaard van huishoudens die een hoog percentage van hun inkomen aan voedsel besteden.