Duke is een kind van de jaren negentig

Game

Duke Nukem Forever

Van 3D Realms, Triptych Games, Gearbox Software, Piranha Games. Voor Windows, Xbox 360, PlayStation 3 *

Er zitten heus wel leuke ideeën in Duke Nukem Forever. Zo begint de game met de eindbaas van Duke Nukem 3D uit 1996. Versla je hem, dan blijkt dat Duke zijn eigen spel zit te spelen. Tegelijk wordt hij gepijpt door twee vriendinnetjes – en nog verveelt hij zich. Tot er een alien invasion aanvangt. Eindelijk! Gedurende het spel krimpt Duke af en toe tot formaatje action figure en moet je naast schieten ook klimmen en springen. En laat je hem speciale dingen doen zoals gewichtheffen, vieze plaatjes kijken of zichzelf bewonderen in de spiegel.

Jammer dat de game verder in vrijwel alle opzichten achterhaald is. De beelden zijn lelijk – andere personages kijken permanent verbaasd en de omgevingen zijn glad en kaal. Het schieten, toch 80 procent van de speeltijd, is herhalend en vervelend. Dit alles verraadt de moeizame totstandkoming. Duke Nukem Forever is gewoon al te lang in de maak om een frisse shooter te kunnen zijn.

De hamvraag is of Duke Nukem anno 2011 überhaupt nog bestaansrecht heeft. Als brute eikel die stompzinnige oneliners gromt – „Oh yeah, it's ass-kicking time!” – is hij een kind van de jaren negentig. Inmiddels zijn we de ironie voorbij. We gedogen actiehelden zolang ze hun kwetsbare kant laten zien, zoals Jean-Claude van Damme deed in zijn film JCVD. Zelfs Batman is nu grimmig en getroebleerd. Een geblondeerde Schwarzenegger-kloon met een dikke sigaar tussen zijn tanden mist daardoor ieder effect.

Diep in zijn Duke Cave vraagt de president aan onze held om niet meteen te gaan schieten. Men wil nog onderhandelen met de buitenaardsen. „Dit is een ander tijdperk”, dringt de leider aan. Maar Duke luistert niet.

Niels ’t Hooft