Donners nota helpt ons geen stap verder

Minister Donner wil dat migranten zich bezighouden met de toekomst en minder aandacht schenken aan hun afkomst. Maar volgens Shervin Nekuee zal die toekomst ons weinig goeds brengen. Anno 2011 is het jaar van de dominante meerderheid. Alles wat afwijkt van de middelmaat, moet het ontgelden.

In de nieuwe integratienota van Minister Donner (Binnenlandse Zaken, CDA) is staatssubsidie voor initiatieven die op etnische identiteit zijn geënt, uit den boze. Migranten moeten zich voegen naar de Nederlandse samenleving en haar kernwaarden. Stop met melancholie over je afkomst. Buig voor de realiteit van hier en nu. „Niet afkomst, maar toekomst telt.”

Ik ken Piet Hein Donner niet persoonlijk, al heb ik een sterk vermoeden dat we wijkgenoten zijn. Ik zie hem in het Haagse Statenkwartier weleens fietsen en boodschappen doen. Hij is een minister die een zeldzaam archaïsch beeld uitstraalt van Hollandse nuchterheid – en dat in tijden van een lawaaierige, dolgedraaide tv-elite, die alleen overleeft door om aandacht te schreeuwen. Het mag duidelijk zijn dat ik Donner sympathiek vind. Ik ben hem erkentelijk dat hij mij een cruciaal inzicht bijbracht over de historische ontwikkeling van Nederland.

Tijdens een lezing over terrorismebestrijding van Harvard-geleerde Jessica Stern op Paleis Noordeinde zes jaar geleden in aanwezigheid van onze Majesteit, wist hij met een rake toevoeging Nederland in één klap begrijpelijker te maken. Donner stond op om een corrigerende opmerking te maken omtrent het romantische beeld van de betekenis van ‘tolerantie’ als een van de kernwaarden van Nederland. De exacte formulering van Donner blijf ik u schuldig, maar het kwam erop neer dat de intolerante volksaard van de Nederlander en de dreigende maatschappelijke catastrofe van voortdurend religieus geruzie de elite en de bevolking ertoe gedwongen hadden de tolerantie te institutionaliseren om het land te kunnen behouden.

Dit was voor mij de missing link tussen het Nederland van de 16de eeuw, dat met zijn gewillige Beeldenstorm misschien het belangrijkste rolmodel was voor de Talibaan bij het vernietigen van Boeddhabeelden in de 21ste eeuw en het Nederland van de Gouden Eeuw, dat naast het Istanbul van de moslimsultans de belangrijkste vluchthaven voor Joodse intelligentsia en handelaren was geworden.

Het was een compacte, inzicht gevende verklaring over het Nederlandse grondkarakter en de ontwikkeling ervan. Een zinnetje of twee, maar wel van een kwaliteit waar je als zoekend socioloog (én in mijn geval een eerste generatie immigrant) die op jacht was naar de juiste sporen om Nederland het beste te treffen en te vatten, je vingers bij aflikt.

Sinds die avond op het Paleis heb ik Piet Hein Donner hoog zitten. In tegenstelling tot zijn huidige premier en het grote deel van de huidige politieke elite kent hij de diepere grondvesten en de historische logica van zijn Hollandse afkomst.

Des te groter is dan ook mijn teleurstelling over zijn integratienota. Het is de zoveelste spijtbetuiging van de Hollandse politiek van haar naïviteit in de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw wat de multiculturele samenleving. Dat de komst van immigranten het land vanzelf veel moois, lekkers en goeds zou brengen was naïef, ja. Maar hoe vaak moet dat nog gezegd worden? Door het steeds te herhalen komt er nog geen nieuwe visie over hoe we de nieuwe samenleving, met al zijn verschillen, productief kunnen organiseren. Ik had van Donner, gezien zijn gewortelde kennis over Nederland, inspirerende vergezichten verwacht, die ons uit deze doodlopende en improductieve toestand van verbittering zouden kunnen terugbrengen naar een werkelijke weg voorwaarts,

Wat die vergezichten moeten zijn, is niet zo eenvoudig te zeggen. Tolerantie als een sleutelbegrip dat van Nederland in de Gouden Eeuw voor velen (van protestanten en papenhaters tot sciëntisten en atheïsten tot agnosten, orthodoxe joden én katholieken) een naar verhouding zeer leefbaar land maakte, werkte goed in de wederkerige toestand van een land dat bestond uit collectief georganiseerde rivaliserende minderheden. Anno 2011 zijn het de hoogtijdagen van een dominante meerderheid in Nederland. Het is een middenklasse die aangemoedigd en geconstrueerd is door de uniforme aard van het massakapitalisme (IKEA en McWorld). Een niet bepaald erudiete massa die toch niet op zijn mondje is gevallen. Deze meerderheid heeft een tamelijk homogene consument-/gebruiker-/kijker-/kopermentaliteit: gauw verveeld en ongeduldig met elke ongevraagde complexiteit. Het is niet voor niets dat alles wat afwijkt van de overzichtelijke middelmaat het moet ontgelden. Ieder beroep op tolerantie in het huidige Nederland zou eenrichtingsverkeer naar deze meerderheid zijn, en zou deze machtige meerderheid al snel intoleranter maken.

De tolerantie in haar nuchtere historische gewortelde betekenis, zoals de wijze Donner dat op die herfstavond in het Paleis meesterlijk schetste, biedt dus in de huidige tijd ons geen soulaas. Maar het irrelevant verklaren van de afkomst (van de immigrant) zoals minister Donner nu doet, is ook niet de oplossing. Erger nog, het is vragen om meer moeilijkheden. Keer op keer is het bewezen: een mens, gemeenschap of samenleving zonder identiteit is kwetsbaar, onevenwichtig en overgeleverd aan de grillen van het moment. Geen enkele menselijke identiteit kan alleen geënt zijn op de toekomst of het heden. Wij zijn wezens die ons ‘zijn’ definiëren op basis van wat in de joodse traditie zochrot heet en in de islamitische traditie zikr heet: herinneren. Het is inherent aan het mens-zijn: het oproepen van herinneringen die het heden en onze persoonlijke levensjaren overtreffen; de verhalen over onze wortels en geschiedenis van onze voorouders – en in het geval van mystici ook onze sacrale oorsprong – kortom, onze afkomst.

Ik denk dat als een grotere groep Nederlandse generatiegenoten van Donner, de babyboomers, het verleden van dit land, zijn vorming en zijn grondvesten beter hadden begrepen en niet al te modieus waren meegelopen met de protestmarsen van de jaren 70 van de vorige eeuw voor het afschaffen van het verleden, Nederland niet zo hulpeloos was gevallen voor de lege populistische retoriek van neonationalisten van het type Wilders en Verdonk.

Als de tweede en derde generatie Turken en Marokkanen in dit land niet alleen waren aangewezen op de kennis van hun analfabete of nauwelijks geschoolde ouders over hun historische, culturele en religieuze achtergrond, was hun afkomst geen blok aan hun been, maar een rijk gevulde rugzak die hen op de steile weg naar integratie goed van pas was kunnen komen. Dan zouden de Turkse jongeren de trots over de rijke geschiedenis van hun voorouders niet verwarren met het militante Grijze Wolven nationalisme; en zou de dorre en prozaïsche woestijnbeleving van de islam uit Saoedi-Arabië niet zo in trek zijn geweest onder de Marokkaanse jongeren maar een van de vele humanistische; poëtische en vooruitstrevender lezingen uit de rijke traditie van Islam.

Donners integratienota helpt ons geen stap vooruit. Met meer mensen die diepgeworteld zijn en zich net als Donner bewust zijn van hun afkomst, zou het leven hier een stuk aangenamer worden.

Shervin Nekuee is socioloog en schrijver. In 2006 schreef hij De Perzische paradox. Verhalen uit de Islamitische Republiek Iran (Arbeiderspers 2006). Hij werkt aan een boek met de titel Heimwee & Hoffelijkheid: Om Nederland te helen. Levenslessen van een moslim mysticus uit 13e eeuw. Hij is medeoprichter van eutopiainstitute.nl en hoofdredacteur van TehranReview.net