Deerniswekkende krekelvrouw

The Cricket Recovers van R. Ayres o.l.v. E. Siebens. 19/6 Compagnietheater A’dam. 20 en 21/6 aldaar.

Een mix van Samuel Beckett, Roald Dahl en Winnie de Pooh – zo omschrijft componist Richard Ayres de dierenparabels van Toon Tellegen. Hij verwerkte achttien ervan tot een operaatje, dat in 2005 de première beleefde in het Almeida Theatre in London.

Pierre Audi herneemt het werkje nu in zijn eigen Holland Festival in eigen enscenering, waarbij de menselijke diertjes weer mensen worden. Ze zijn dierlijk in hun motoriek en de geestig gestileerde mensenkostuums van Cristina Nyffeler (galworm = man met zwarte maillot over hoofd) maar toch: ze ogen vooral als mensen.

The Cricket bewijst de aantrekkingskracht van kleinschalig, dicht op de huid gespeeld muziektheater, waarvoor Audi tot nu toe vergeefs een tweede zaaltje bij De Nederlandse Opera nastreeft. De uitstekende solisten van VocaalLAB werkten hun personages uit via improvisatie. Dat pakt in het Anna Viebrock-achtige decor vol bloemenbehang en sleetse meubels wisselend succesvol uit.

De depressie van de krekel slaat aan door de deerniswekkende oogjes van Bauwien van der Meer („Is it possible for thoughts to bleed?”). Maar de klimgrage olifant van Arnout Lems – in olifantgrijs colbert – wil niet echt grappig of treurig worden. Dat is het gevaar van de vermenselijkte fabel: je mist de instant vertedering en vermakelijkheid van menselijke eigenschappen bij dieren.

Dat geldt niet voor Ayres muziek, een betoverende mix van kermisklanken, Rossini en salonmuziek in eigentijdse gedaante. Door ASKO/Schönberg voorbeeldig gepresenteerde instrumentatievondsten (ritselende takken, vogelfluitje) doen je steeds de oren spitsen.