De VVD’er doet rechten in Leiden en zit bij Minerva

Voor een toekomstige carrière bij de VVD zit Ewout Zwaaneveld (18) statistisch gezien op de juiste plek. De eerstejaars student koos voor rechten aan de universiteit Leiden. Van alle universiteitsgangers uit de partij, ging 20 procent hem op deze faculteit voor. Daarmee is niet gezegd dat VVD’ers alleen rechten doen: ze studeren van alles. Maar wel vooral in Leiden. Daar deden er bijvoorbeeld ook veel politicologie, en relatief veel wis-, natuur- of scheikunde. En de meeste VVD’ers die een taal- of letterenstudie deden, deden dat ook in Leiden.

Zwaaneveld is behalve student rechten penningmeester bij de JOVD Leiden, de jongerenafdeling van de liberale partij. Van de honderd studiegenoten die hij kent, zijn er „een stuk of tien” actief bij VVD of JOVD. Verder kent hij er nog vijf die actief zijn bij D66 of jongerenafdeling Jonge Democraten. „Maar”, zegt hij, „ik ken bijna niemand buiten mijn vereniging, Minerva”. De eerstejaars is met dat lidmaatschap een model-VVD’er. Minerva, de Leidse afdeling van het studentencorps, is van oudsher hofleverancier van liberale politici. Van de 22 oud-Minervanen van wie het lidmaatschap op parlement.com bekend is, is bijna de helft lid van de VVD. Een kleine kwart is lid van D66, 15 procent van het CDA.

„Ik ben zelf bij de JOVD gekomen via vrienden van Minerva”, zegt Zwaaneveld. „De JOVD Leiden telt 110 leden, daarvan is schat ik tweederde student en zijn er 15 tot 20 lid van Minerva. Een vrij hoog percentage dus.” De JOVD, met twee Minervanen in het bestuur, organiseerde een lezing met minister Melanie Schultz van Haegen, Leidenaar, oud-Minervaan, VVD’er.

Helpt het je verder in de politiek, om bij Minerva te zitten? „Reünisten zeggen altijd: Minerva vormt je tot wat je bent”, zegt Marit de Vos, commissaris van Minerva’s Reünistenvereniging. „Spreken in het openbaar leer je hier. Het is een ideale leerschool”. Een subvereniging waar over politiek wordt gepraat heeft Minerva niet. En de Minervanen in het huidige kabinet leerden elkaar waarschijnlijk ook niet daar kennen: ze werden lid in drie verschillende decennia. De Vos: „In die tijd hadden we soms meer dan vijfhonderd nieuwe leden per jaar. Meestal ken je, net als bij een studie, je eigen jaar, het jaar onder je en het jaar boven je.” Op een reünie zouden ze elkaar wel kunnen treffen.

Dat er bij Minerva veel liberalen zitten, heeft volgens De Vos niets met de vereniging zelf te maken, maar is eerder iets „epidemiologisch of sociologisch”. Ofwel: Minerva is eerder een kweekvijver dan een bolwerk.