'Als Gaddafi valt, gaan we naar Tripoli'

De rebellenraad in Benghazi heeft een plan aangenomen voor de tijd na Gaddafi. Zelfs topmensen uit dat regime zijn dan welkom.

Een ‘voorlopige grondwet voor de overgangsperiode’, heet het document dat gisteren in Benghazi werd ondertekend door de leden van de Nationale Overgangsraad (NTC) van de Libische rebellen. Dat klinkt niet erg opwindend. Maar de woordkeuze was belangrijk, zegt Fathi Mohammed Baja, die in de raad verantwoordelijk is voor politieke zaken. „Dit is niet de nieuwe Libische grondwet. We mogen vooral niet de indruk wekken dat wij in Benghazi beslissingen nemen over de toekomst van Libië”.

Om dezelfde reden hebben alle leden van de rebellenraad een document ondertekend waarin ze beloven dat ze zich niet kandidaat zullen stellen voor de eerste parlements- en presidentsverkiezingen. „Het nieuwe Libië zal niet worden gerund vanuit Benghazi”, zegt Baja. „De dag waarop wij de val van Gaddafi aankondigen, is de dag waarop wij allemaal in een vliegtuig naar Tripoli stappen.”

De NTC zag het licht kort na het uitbreken van de opstand tegen het regime van Gaddafi in Benghazi op 15 februari. Tal van landen, waaronder Frankrijk, Duitsland, Spanje en Italië, hebben de raad inmiddels erkend als de enige rechtmatige vertegenwoordiger van het Libische volk. Andere landen, waaronder Nederland, houden de boot nog af.

Sinds de instelling van een tijdelijke regering, op 23 maart, vervult de raad de rol van parlement. En in die hoedanigheid keurde de raad gisteren een voorlopige grondwet goed. Dat is volgens het boekje, maar het kan voor de nodige verwarring zorgen omdat in het Westen zelden het onderscheid wordt gemaakt tussen ‘regering’ en ‘parlement’ van de rebellen. „Dit document creëert een wettelijk kader waarbinnen de voorlopige regering kan werken”, zegt Baja, die geen noemenswaardige problemen over de tekst verwacht. „Als mensen het echt grondig oneens zijn met de tekst die later deze week wordt vrijgegeven, kunnen ze altijd nog de straat op gaan”.

De laatste weken werd vanuit westerse hoofdsteden steeds meer druk uitgeoefend op de rebellen om met een plan te komen voor de post-Gaddafi-periode. Ook in de eigen media klonk verontwaardiging over het feit dat de ministers van het voorlopige bestuur zoveel tijd in het buitenland doorbrachten. Na aanmaningen van NTC-leden en een straatbetoging in Benghazi keerden alle ministers de afgelopen weken terug naar Libië.

„De kritiek was terecht”, zegt minister Naji Barakat (Gezondheid). „Er waren goede redenen waarom wij de voorbije maanden zoveel tijd in het buitenland waren: er moesten contacten worden gelegd en er waren problemen met veiligheid en communicatiemiddelen.” Na drie weken intensief vergaderen in Benghazi is veel vooruitgang geboekt, zegt Barakat, wiens diensten een plan hebben uitgewerkt voor de gezondheidssector na de val van Gaddafi. „Maar de tijd was gekomen om werk te maken van de post-Gaddafi-periode”.

Veel zal afhangen van de rol die mensen uit de omgeving van Gaddafi krijgen. De rebellen stellen zich verzoenend op. „Er zijn te veel mensen die met Gaddafi hebben gecollaboreerd”, zegt Barakat, „Die kun je niet allemaal executeren of in de gevangenis zetten. Er zijn hooguit dertig tot veertig mensen uit de omgeving van Gaddafi die voor ons helemaal uitgesloten zijn.”

De rebellenraad volgt die zienswijze, als het ‘parlement’ van de rebellen. Volgens het plan dat de raad gisteren aannam, zal de NTC na de val van Gaddafi worden uitgebreid van de huidige 45 leden tot zestig.

„We gaan daarvoor putten uit de bestaande plaatselijke bestuursraden”, zegt Baja. „Onze medestanders in Tripoli zeggen dat zij in het geheim al vier van zulke bestuursraden hebben opgericht. We zullen zien. Van de stamhoofden die recentelijk bijeen waren in Dubai hebben we nog eens acht namen gekregen uit Gaddafi-gebied. Verder voorzien wij tien plaatsen voor mensen uit de naaste omgeving van Gaddafi. Dat zijn mensen die geen bloed aan hun handen hebben, maar die de geheimen van Gaddafi kennen. Wij zullen die mensen nodig hebben. Met een aantal van hen hebben we al geheime contacten gehad en zij zijn akkoord gegaan.”

Van snelle verkiezingen kan volgens Baja geen sprake zijn. „In Benghazi moesten wij deze week nog tussenbeide komen toen de verkiezingen voor de plaatselijke schoolraad in een vuurgevecht dreigden uit te monden. Zo’n scenario willen we in Tripoli absoluut vermijden”.

De rebellen geven zichzelf tien tot dertien maanden de tijd tussen de overwinning en presidentsverkiezingen. Na de uitbreiding van de rebellenraad en de aanstelling van een nieuwe tijdelijke regering door een uitgebreide NTC zullen vijftien mensen worden aangesteld om een nieuwe grondwet op te stellen. In de voorlopige grondwet is al een aantal grondbeginselen vastgelegd. De islam wordt de officiële godsdienst van Libië, maar de vrijheid van godsdienst zal in de grondwet worden vastgelegd.

De islam zal „een bron” zijn voor grondwet en rechtspraak maar niet „de enige bron” zoals sommigen hadden gewild. „Over het verschil tussen ‘een’ en ‘de’ is lang gediscussieerd”, zegt Baja.

Anderhalve maand nadat de nieuwe grondwet klaar is zal die aan een referendum worden onderworpen. Vier maanden daarna moeten parlementsverkiezingen plaatsvinden en twee maanden later moeten presidentsverkiezingen volgen.

Probleem is dat de troepen van Gaddafi ondanks drie maanden NAVO-bombardementen nog steeds fel weerstand bieden. Wel moeten de regeringstroepen nu op vier fronten tegelijk vechten: in het oosten, in Misrata en Zawiya en tegen de Berbers in de Westelijke Bergen.

Vertrekkend Amerikaans minister Robert Gates (Defensie) verklaarde gisteren nog eens dat de val van het Gaddafi-regime „een kwestie van tijd” is. Maar die tijd dringt. En in Benghazi zei de Libische ‘rebellenminister’ Ali Tarhouni (Olie en Financiën) tegen het persagentschap Reuters dat de rebellen helemaal blut zijn.