Alfa of bèta, dat maakt weinig uit

Heeft een talenmens of een rekenaar meer aanleg voor politiek? De voorlopige conclusie: het maakt niet veel uit. Van de 1.440 onderzochte politici melden 545 van de oudere generatie of zij op de middelbare school de alfa- of bètarichting kozen. In totaal zijn er iets meer bèta’s (289) dan alfa’s (256). De gymnasiasten zijn beduidend meer alfa (146 tegenover 118), de hbs’ers vaker bèta (156 tegenover 97).

De grote groep alfa-gymnasiasten kan deels worden verklaard uit de vele juristen in de Kamer. Voor rechten was gymnasium-a de vooropleiding. De hbs-b’ers zijn minder eenvoudig te duiden. Hbs-b was de vooropleiding voor technische studies, maar relatief weinig politici hebben die gedaan. Ook bij economen was hbs-b (of gymnasium-b) als vooropleiding mogelijk, maar bijna evenveel economen met hbs-a als met hbs-b belandden in de politiek. Wellicht was die vooropleiding in het algemeen groter.

Eenmaal aan het studeren, gaat het niet meer om woordenschat of erlenmeyers. Rechten, economische en politieke studies zijn de meest gevolgde opleidingen: bijna de helft deed iets in die richting. Vergelijk dat met wis-, natuur- en scheikundigen: nog geen 7 procent, een op vijf van hen zit bij de VVD. Academische technici belanden slechts bij uitzondering in de politiek: uit Delft bijvoorbeeld kwamen er slechts zeven, lid van CDA of PvdA. Medici, nog geen 3 procent, zijn het vaakst lid van CDA en D66.