Actieheld die niemand meer wil spelen

Het over het paard getilde gamepersonage was vijftien jaar geleden een verfrissende held in de gamesindustrie.

Die wereld werd intussen volwassen, Duke Nukem niet.

Na een paar uur spelen, kan ik niet meer. Ik word gek. Gek van het rondjes rennen in saaie, afgebakende levels. Gek van elke figurant in het spel die weer een stompzinnigere soundbite heeft dan de vorige. Gek van het ouderwetse geklooi met mijn wapen en mijn camera en van het monotone schieten. Ik word, kortom, gek van de jaren negentig.

En het had zo mooi kunnen zijn. We kennen Duke Nukem. Hoofdrolspeler in een paar cruciale platform- en first person shooter-spellen in de gamegeschiedenis. Een waar icoon. Hij was altijd al een irritante, lompe actieheld maar wat maakte dat uit? Het vorige deel, het vijftien jaar (!) oude Duke Nukem 3D, was in zijn tijd een ijzersterk schietspel. De over het paard getilde, seksbeluste protagonist, was wel zo verfrissend in het vaak dodelijk serieuze genre.

Het afgelopen anderhalve decennium werd dit nieuwe deel vooral bekend omdat het door een lang slepende industriesoap maar niet uitkwam. Nu het spel er eindelijk ligt, zijn de eerste verkoopcijfers, op basis van de naam en reputatie van Duke Nukem, vrij gunstig. De verwachtingen zijn echter veel minder rooskleurig en de recensies ronduit vernietigend.

Volgens onderzoeksbureau Marketwatch daalden de aandelen van uitgever Take-Two Interactive Software Inc. op de dag dat Duke Nukem Forever uitkwam, met 4 procent. Het bureau citeert een memo van investeerder Doug Creutz van Cowen & Co, die gelooft dat de winstverwachting naar beneden moet worden bijgesteld na de ‘extreem slechte’ recensies.

Ach, Duke toch… En dat terwijl hij in het spel zelf zo on-ge-loof-lijk tevreden is met zichzelf. Dat is meteen het enige echt leuke onderdeel van het spel. De omgeving wordt Las Vegas genoemd maar dat is onzin. Dit is Dukeland. En Dukeland is Egoland. In vergelijking met Duke, is Narcissus een bibberend watje dat met zijn zelfbeeld worstelt. Duke is de steroïden slikkende held die kreunend van genot zichzelf in de spiegel bekijkt, en hij wordt daar zelfs sterker van.

Het hele spel lijkt een droom van zelfverheerlijking van de hoofdrolspeler, waarin ik als speler ben vast komen te zitten. In een gang waardoor ik loop, hangen aan de muur de immense plaatjes die Duke’s grootsheid onderstrepen. Gewonnen Oscars; een beklommen Mount Everest; een gevangen reuzenvis. Vanzelfsprekend is er het Duke Nukem-museum; wil elke man een handtekening en elke vrouw het liefst nog veel meer. En wanneer de aarde wordt aangevallen door aliens, belt de president direct met Duke. Sterker nog: de aliens komen voor Duke.

Al snel geloof ik niemand meer, terwijl ik als Duke in de wereld van mijn opgeblazen ego rondloop. Maar terwijl ik als speler de verveling voel, geniet de van elke vorm van ironie gespeende held van alle bewonderende blikken. Want Duke Nukem Forever is geen intelligente parodie op een sterrencultus maar lomp en hersenloos vermaak. Ik zit muurvast in een lelijke, slechte B-film.

Ik had het al een beetje kunnen weten. Bij spellen stuurt de uitgever soms ook nog iets mee naar de recensenten. Bij een racespel, kwam de wat verbouwereerde postbode me ooit een hele autoband brengen. Nu kreeg ik twee pakjes Duke Nukem Forever-condooms toegestuurd. Met op de voorkant Duke met getrokken pistool in zijn troon, en twee kortgerokte meisjes op de grond die zich bevallig aan zijn benen vastklampen; dezelfde meisjes die Duke in het spel oraal bevredigen, terwijl hij zijn eigen game zit te spelen. Egoland…

De gamewereld zelf is sinds het laatste deel van Duke Nukem wel volwassen geworden. De gemiddelde leeftijd van gamers is inmiddels 32 jaar. Lang richtten games zich op soms hilarisch doorzichtige wijze op de archetypische puber; in Command & Conquer werden veldslagen onderbroken door filmpjes met militaire adviseuses die nog net niet uit de kleren gingen. In de modernere tijd komen seks en geweld vaak op wat intelligentere wijze voorbij. Zoals in de Grand Theft Auto-reeks; over-the-top maar voor de goede verstaander ook met duidelijk satirische ondertoon.

Zo niet in Duke Nukem Forever. Hier zijn er ‘wall boobs’. Dat zijn muren. Waar borsten aanhangen. En tegen die grote borsten kun je dan slaan, terwijl je de Duke in zichzelf hoort grinniken en hij snedige dingen zegt als: ‘Got milk?’

Eigenlijk had ik het de eerste seconde al door. Het eerste wat ik als Duke mag doen, is plassen in een pisbak. Ha. Ha. Ha. Wanneer ik later per abuis een toilet inloop, hoor ik iemand met veel krampachtig geluid zijn behoefte doen. Ha. Ha. Ha. Ik kijk met een schuin oog naar mijn echtgenote. Die is gelukkig te druk bezig met iets anders om getuige te zijn van mijn puberale flashbacks.

Er zijn wel schaarse momenten dat ik even, heel even geniet. Het gaf wel een kick om als klein poppetje in een speelgoedauto te racen en te stunten. Het was best een kluif om dat gigantische moederschip uit de lucht te schieten. En het is wel geinig dat Duke na het drinken van een blikje bier, veel meer schade kan hebben dan wanneer hij nuchter is.

Maar het is sowieso te weinig, Duke. Ik kan niet meer, ik wil niet meer, ik geef het op… Dankjewel voor wie je was enzovoort, maar het is wel mooi geweest. Ik ga niet nog tweeduizend aliens op klungelige wijze omleggen, voetballen met hun hoofden en dan steevast een botte oneliner de ruimte in slingeren. En ik wil al helemaal niet meer dat elke godvergeten vrouw in elk godvergeten level op matig gespeeld ondeugende toon over seks begint.

Het is 2011, Duke. Wie wil in godsnaam nog Schwarzenegger spelen?