Zeg gewoon: Europese politieke unie

De enig mogelijke uitweg uit de Europese financiële crisis lijkt verdacht veel op een politieke unie. Zoals een gevlekt dier met een lange hals een giraffe heet. Als euroscepticus schrikt Arend Jan Boekestijn van zijn eigen conclusie.

Iedereen kan op de achterkant van een envelop uitrekenen dat terugbetaling van de Griekse schulden Chinese groeicijfers vereisen. Een mix van tegenvallende inkomsten uit privatiseringen en belastinginning, moeizame hervormingen en draconische bezuinigingen zal de Griekse economie echter eerder verstikken dan laten groeien. Gedeeltelijke afboeking van schulden is onvermijdelijk, maar wordt door de Europese Centrale Bank (ECB) en Wellink afgewezen omdat zij vrezen dat dan heel Club Med in de gevarenzone komt.

In Athene wankelt het kabinet en wordt de bevolking met traangas op afstand gehouden. In eigen land kiest Wilders grote woorden. De misère is nu zo groot dat alleen een veelomvattend plan waarin het Zuiden onder curatele wordt gesteld nog uitkomst kan bieden. Zo’n plan lijkt echter verdacht veel op een politieke unie. Als euroscepticus schrik ik van mijn conclusie. Iedereen in Den Haag die de uitdrukking ‘politieke unie’ in de mond neemt wordt pleegt politieke zelfmoord.

De architecten van de gemeenschappelijke munt droomden niet van een Europese staat, maar wilden als puntje bij paaltje kwam bovenal hun eigen nationale model exporteren. Voor Helmut Kohl, die in zijn studententijd nog grenspalen uit de grond trok, waren federalistische vergezichten nog dierbaar, maar uiteindelijk was hij pragmaticus genoeg om in 1991 het Nederlandse federalistische voorstel voor een politieke unie in Maastricht af te schieten. Bovendien was de Bundesbank alleen bereid de Deutschmark op te geven als de overige EU-lidstaten net zo zuinig werden als de Duitsers, hetgeen met behulp van een aantal criteria in een stabiliteitspact zou moeten worden gemeten en afgedwongen. Tevens verzette de Bundesbank zich succesvol tegen een overdrachtsunie waarbij het rijke Noorden schier onbeperkt het arme Zuiden financieel zou moeten bijstaan. Dat was een grote teleurstelling voor Parijs maar er was ook een lichtpuntje. De Fransen konden zich eindelijk verlossen van het Duitse rentedictaat en kregen nu eindelijk invloed op het rentebeleid via hun zetel in de ECB.

Dit was allemaal prachtig, ware het niet dat er tussen droom en daad een aantal obstakels opdoken. In de eerste plaats werden er staten lid van de monetaire unie die daar eigenlijk niets te zoeken hadden. Zo kon Italië, lid van de Founding Fathers, niet buitengesloten worden, terwijl iedereen weet dat niet alleen het boekhouden zelf, maar ook het creatief boekhouden in dit land is uitgevonden. Ook werden Ierland, Spanje, Portugal en zelfs Griekenland toegelaten. Deze landen hebben een grote staatsschuld en een hoog begrotingstekort en veelal zijn hun economie en arbeidsmarkt niet op orde.

Vervolgens gingen in het najaar van 2003, notabene op initiatief van Duitsland zelf, de regels van het stabiliteitspact op de helling. De Commissie kon immers gewoon de boete uitschrijven, maar deed dat niet omdat men elkaar in Brussel steeds weer nodig heeft.

De gevolgen daarvan waren nefast. Wellink die ooit de hoop uitsprak dat Griekenland door de EMU meer op ons zou gaan lijken, ging steeds meer in het omgekeerde geloven. Griekenland en de overige leden van Club Med kregen in ruil voor hun lidmaatschap van de EMU een lage rente cadeau die de nationale sinterklazerij tot ongekende hoogte opstuwde.

Iedereen keek een andere kant op. In de tussentijd verdienden pensioenfondsen en banken, vooral de Franse en Duitse, goud geld met Griekse obligaties. De kapitaalmarkten hadden steeds minder vertrouwen in Griekenland en vroegen steeds hogere rentepercentages. Toen Griekenland geen geld meer kon lenen op de kapitaalmarkt werd de verwevenheid nog onaangenamer. Een besluit om de Griekse schulden dan maar af te boeken impliceerde minder druk op Athene en de andere probleemlanden om de buikriem aan te halen. Het impliceerde tevens nationale steun voor de eigen banken en de pensioenfondsen. Politici voelden weinig aandrang om aan het publiek te gaan uitleggen dat banken winsten privatiseren en verliezen socialiseren.

Het gevolg was inertie. Eigenlijk werd de ECB misbruikt maar zij liet zich ook misbruiken, toen zij vorig jaar Griekse obligaties van banken begon op te kopen. Axel Weber verzette zich tegen deze maatregel omdat hij terecht inflatie en koersverlies vreesde. Hij verloor echter de interne strijd en besloot zich tot grote woede van Merkel terug te trekken uit de race voor opvolging van Trichet.

Hoe het ook zij, de omvang van de Griekse staatsschuld en de instabiliteit van de Griekse politiek maken afboeken onvermijdelijk. Het woord blijft echter taboe omdat dit de druk op Griekenland om te bezuinigen, privatiseren en te hervormen verlaagt en bovendien het besmettingsgevaar kan vergroten. Sommige economen relativeren dit gevaar, maar ik vrees dat Wellink hier wel degelijk een punt heeft.

De geschiedenis kent een aantal voorbeelden van ordelijke herstructurering maar niet in omstandigheden die zo complex zijn als in het huidige eurozone. Juist omdat we daar zo weinig over weten, is de toepassing van het voorzorgsbeginsel hier op zijn plaats.

Door alle gebrek aan leiderschap, misbruik van de ECB en economische verwevenheid is de manoeuvreerruimte angstaanjagend klein geworden. Noordelijke Europese leiders zullen zich niet te soepel Griekenland moeten opstellen, omdat hun kiezers dat eenvoudigweg niet zullen pikken. Tegelijkertijd kunnen zij zich geen al te grote strengheid veroorloven, omdat de Grieken zonder perspectief op geheel of gedeeltelijk afboeken in opstand zullen komen, omdat zij niets meer te verliezen hebben dan stagnatie en contractie.

Het zou helpen indien Europese ministers van Financiën zo snel mogelijk met een plan komen waarbij een Griekse herstructurering gecombineerd wordt met een groter vangnet voor de overige risicolanden om besmettingsgevaar tegen te gaan en tegelijkertijd om banken duidelijk maken dat automatische staatsgaranties niet meer bestaan. Een dergelijk veelomvattend plan vereist eigenlijk een Europees stabiliteitsmechanisme waarin herstructurering zo ordelijk mogelijk kan plaatsvinden. Zo’n plan kost tijd en het is de vraag of ons die tijd gegeven is.

Stel nu eens dat Europa op tijd een dergelijk veelomvattend plan in stelling kan brengen en dat men er in een periode van tien jaar in slaagt om de risicolanden economisch te disciplineren. Ik geef toe, dit scenario ligt niet erg voor de hand, maar stel nu eens dat het toch lukt. Dan is er iets onvoorstelbaars gebeurd. Dan zijn de EU en de Europese leiders erin geslaagd om een politieke unie tot stand te brengen in een tijdsgewricht waarin dat politiek onhaalbaar was. Wat zijn afgedwongen privatiseringen, arbeidsmarkthervormingen, pensioenhervormingen en bezuinigingen immers anders dan een opgelegde politieke unie? We kunnen wel blijven spreken over een gevlekt dier met een lange hals en lange poten maar het is toch echt een giraffe!

Ik besef dat ik hier een gevoelige snaar raak. Veel Eurosceptici hebben vanaf het begin een gemeenschappelijke munt afgewezen, omdat zij vreesden dat dit automatisch zou leiden tot een vermaledijde politieke unie. Indien ik nu hier loop te beweren dat een succesvolle disciplinering van Club Med eigenlijk neerkomt op federalism via the backdoor dan zal niet iedereen mijn politieke timing op prijs stellen.

Europese leiders zouden echter inspiratie kunnen ontlenen aan de woorden van Abraham Lincoln: ‘You can fool all the people some of the time and some of the people all the time but you cannot fool all the people all the time’. We kunnen natuurlijk elke gelegenheid aangrijpen om het falen van de EU te benadrukken. Er valt in de EU inderdaad nog een hoop te verbeteren. Indien echter Europese politici elke lening aan Club Med om electorale redenen afwijzen, dan ontkennen zij de economische verwevenheid en suggereren zij dat aan een dergelijke keuze geen prijskaartje hangt.

Hetzelfde geldt voor de afwijzing van federalisme. Natuurlijk is Europa geen staat en kent het gemeenschappelijke taal noch geschiedenis. Natuurlijk zoekt Europa vooral zijn kracht in verscheidenheid. Natuurlijk past de conceptie van een politieke unie niet bij het heterogene karakter van Europa. Het lijkt mij echter onverstandig om onder alle omstandigheden een politieke unie principieel te blijven afwijzen terwijl wij in werkelijkheid diep ingrijpen in de binnenlandse politiek van probleemlanden. Is het niet veel intelligenter om dit feit te erkennen in plaats van te verdoezelen. En tegelijkertijd er zorg voor te dragen dat een politieke unie niet veel meer behelst dan garanties dat men zuinig op de centjes is, arbeidsmarkt en pensioenen hervormt, onnodige bureaucratie wiedt en overlegt over buitenlandse politiek en defensie. Dan blijft er nog een hoop ruimte over om onze verscheidenheid te vieren. Als politici deze boodschap gaan verkondigen, krijgen populisten het nog moeilijk in ons land.

Arend Jan Boekestijn is historicus en is verbonden aan de Universiteit Utrecht. Hij was lid van de Tweede Kamerfractie van de VVD.