Wimbledonwinnaar hoeft niet met metro

Richard Krajicek is sinds zijn Wimbledontitel in 1996 voor de rest van zijn leven lid van de All England Lawn Tennis and Croquet Club. Met alle voordelen van dien. „Ik verplaats me altijd in een auto van de organisatie.”

Op Wimbledon wordt een dubbeltje vrijwel nooit een kwartje. Richard Krajicek is een uitzondering. Hij veranderde van een tennisser met afkeer van gras tot Wimbledonwinnaar en is sindsdien zijn leven lang member of the club. „Dat lidmaatschap is misschien nog mooier dan de beker”, zegt de Nederlander vijftien jaar na zijn zege. „Ik mag tot september op de banen tennissen. Af en toe doe ik dat met wat vrienden. Dan sta je naast oud-spelers als Peter Flemmings of Pat Cash.”

Net als in de gewone maatschappij is het onderscheid tussen de verschillende klassen op The All England Lawn Tennis and Croquet Club in vrijwel alles merkbaar. Tennissers, suppoosten, toeschouwers en óók journalisten zijn er in alle gradaties. NRC Handelsblad werd pas na tientallen jaren lobbyen Centre Court Seat Holder en heeft daarmee een streepje voor op de media met een Nine Day Pass en de Rovers. Zo mogen alleen journalisten met een Centre Court Pass zonder extra ticket de trainingsbanen bezoeken. Alleen geplaatste tennissers mogen daar een half uur per dag op trainen. Suppoosten houden toeschouwers op een gepaste afstand van de Aorangi Park Practice Courts.

Krajicek weet nog als de dag van gisteren dat hij zich in 1991 voor het eerst als tennisser op Wimbledon meldde. De servicevolleyspecialist won van de Venezolaan Maurice Ruah en de Zweed Magnus Larsson en werd in de derde ronde uitgeschakeld door een in hagelwit gestoken André Agassi. „Het was heel speciaal om te debuteren op Wimbledon. Er viel toen zoveel regen, dat ik pas op vrijdag mijn eerste partij speelde. Dat wachten was een drama. Je zat met zijn allen opgepakt in een kleine lounge. Maar ik had het geluk dat ik bij de beste vijftig spelers hoorde, waardoor ik in kleedkamer 1 terecht kwam. Ik heb me later ook nooit hoeven omkleden in kleedkamer 2 of 3. Die zaten niet bij het centercourt.”

Toch duurde het voor Krajicek nog vijf jaar voordat hij echt van Wimbledon ging houden. De lange tennisser voelde zich niet thuis op gras en had moeite met bewegen. Het toernooi van 1994 werd in verschillende opzichten een deceptie. „Ik had net zoals andere spelers voor veel geld een huis gehuurd vlakbij Wimbledon. Ik moest voor twee weken betalen, maar lag er al in de eerste ronde uit. Dat kostte flink wat. Sindsdien zit ik tijdens Wimbledon altijd in een hotel in [de nabijgelegen Londense wijk] Chelsea. Ook dit jaar weer. Ik doe mee aan het veteranentoernooi.”

Na een nieuwe deceptie in 1995, met verlies in de eerste ronde tegen de Amerikaan Bryan Shelton, overwoog Krajicek het toernooi in 1996 aanvankelijk over te slaan. „Het beeld van het prachtige Wimbledon had voor mij een flinke barst opgelopen. Ik was zo gefrustreerd dat ik niet wilde gaan. Uiteindelijk heb ik het toch geprobeerd. In de voorbereiding trainde ik op hardcourt om mijn ritme niet te verliezen. Twee weken later pakte ik de titel. In Engeland is de impact enorm. Je status verandert. Als je een verzoek indient, wordt dat wat flexibeler behandeld.”

Krajicek keerde in 1997 terug als titelverdediger en lid van de in 1868 opgerichte club. Toen het servicekanon in de vierde ronde op Tim Henman stuitte, voelde het alsof hij tegen een heel land speelde. Engeland mag dan wel het sprekende voorbeeld zijn van een klassenmaatschappij, maar fans van Engelse tennissers komen uit alle geledingen.

De Schot Andy Murray is komende weken tijdens de 125ste editie Britse tennishoop. Hij heeft aanhangers die zich met een Rolls Royce voor de deur van de All England Club laten afzetten en hem volgen vanuit de Royal Box. Anderen hebben er een nacht slapen in een tent voor over om samen met duizenden fans vanaf een heuvel – de Henman Hill heet nu Murray Mountain – te mogen kijken naar de rechtstreekse tv-beelden van hun held. Krajicek: „Ik heb als erelid het recht voor elke dag twee toegangskaarten centercourt te kopen.”

Op het complex van de All England Lawn Tennis and Croquet Club bewegen tennisfans zich in een tijdloze omgeving. Paarse en roze bloemen staan vol in bloei. Tegen het gebouw van het centercourt groeit groene klimop. Op de terrasjes prikken de toeschouwers in bakjes aardbeien en slagroom. Traditie wint het in Londen nog altijd van de commercie. „Wimbledon heeft gewoon iets magisch”, stelt Krajicek, die in 2002 met een plaats in de kwartfinales afscheid nam van het toernooi in Zuid-West Londen. „De Australian Open, Roland Garros en de US Open zijn ook mooi. Maar Wimbledon is de oudste en de allergrootste.”

De komende twee weken is de rust verdwenen in het ‘dorp’ dat in de Middeleeuwen aan de aartsbisschop van Canterbury toebehoorde. Het gewone volk loopt dan in een lange sliert vanaf metrostation Southfields naar het tennispark aan de statige Church Road. Krajicek zal zich niet tussen de menigte begeven. „Ik verplaats me altijd in een auto van de organisatie.” Een Wimbledonkampioen gaat niet met de underground.