Wimbledon win je niet, dat heb je in huis

SIMON: Vroeger dacht ik altijd: „Wat is nou het nut van Wimbledon?”

DAVID: Niet het urenlange tennis kijken, in elk geval.

SIMON: Zeker niet, maar uiteindelijk begreep ik het.

DAVID: Je had een eurekamoment?

SIMON: Twee jaar geleden, toen Wimbledon het nieuwe dak boven centre court installeerde –

DAVID: Het aloude en bijna heilige centre court –

SIMON: Het aloude en bijna heilige centre court. Nou, die dag zat ik op Wimbledon met de twee architecten die het dak hadden gebouwd. Wat zij vertelden, was erg interessant. Toen ze de opdracht kregen, had Wimbledon gezegd: „Denk eraan. Het idee van Wimbledon is tennis in een tuin op het Engelse platteland.”

DAVID: Vandaar de groene gazons, de aardbeien met slagroom en de regen.

SIMON: Precies. Toen zei Wimbledon: „Wij willen een dak dat niet op een dak lijkt.”

DAVID: Een dak dat niet op een dak lijkt?

SIMON: Wimbledon wist drommels goed dat centre court moest veranderen, dat wil zeggen: een dak krijgen, maar het moest onveranderd lijken. Een dak was nodig om de internationale sponsors en tv-zenders blij te maken. Wimbledon is gewoon een keiharde, commerciële onderneming, maar zelfs met dak moest het op centre court eeuwig 1913 blijven.

DAVID: 1913?

SIMON: Dat was het toppunt van het Britse imperium, net voor de Eerste Wereldoorlog. Het was het moment waarop alles gruwelijk misging. Wimbledon is geen tennistoernooi. Dat is slechts de vermomming. Je weet toch: Wimbledon is een metafoor voor het landelijke upper class-Engeland van net voor de val uit het paradijs.

DAVID: Dat wist ik niet.

SIMON: Denk eens na, man. De eerste aanwijzing: de mensen die Wimbledon runnen, heten de All England Lawn Tennis and Croquet Club.

DAVID: Is dat een aanwijzing?

SIMON: Concentreer je op de woorden England, lawn en zeker ook croquet.

DAVID: Ze hadden ook boterhammen met komkommer mogen noemen en Pimms en militaire uniforms en de koninklijke loge en tennissers in verplicht witte kleding.

SIMON: Dat is allemaal 1913, joh. Dat was de laatste ‘gouden zomer’, toen wij Britten nog de wereld runden. Boven de spelersingang op centre court hangt zelfs een dichtfragment van Kipling – niet het theemerk, maar de imperialistische schrijver.

DAVID: Wat mij altijd opvalt aan Wimbledon: ik vind het zeer groen. Ik bedoel, ontzettend, merkwaardig groen. Groen gras, groen stadium, groene blazers.

SIMON: Dat zal ik even voor je duiden. Wimbledon is Engeland als landelijk paradijs: het green and pleasant land van de krankzinnige dichter William Blake, of van Shakespeare: this other Eden, demi-paradise… this blessed plot, this earth, this realm, this England. Shakespeare heb je op school gehad. Blake ken je van de rugbyliedjes.

DAVID: Wimbledon een landelijk paradijs! Het vindt plaats in de grootste en smerigste stad van West-Europa. Maar ja, wij Britten houden inderdaad van het verleden. Het is in elk geval beter dan het heden.

SIMON: Het verzonnen verleden is weer iets beter. Bovendien verkoopt het goed. Buitenlanders zijn dol op het aloude landelijke upper class-Engeland.

DAVID: Het is alleen jammer dat wij nooit Wimbledon winnen. Wie was de laatste Britse man die won?

SIMON: Fred Perry, in 1936. Dat heb je toch ook op school gehad?

DAVID: Zelfs de Nederlanders hebben het sindsdien een keer gewonnen, met Richard Krajicek, maar misschien dat we dit jaar…

SIMON: Integendeel. Als Andy Murray zou winnen, zou dat alles verzieken. Fred Perry was typisch een Britse imperialistische held. Het falen van post-imperialistische Britten als Murray en Tim Henman bevestigt alleen maar de superioriteit van 1913, toen Britannia over de golven heerste en iedereen boterhammen met komkommer at. Kijk maar naar al die landjes die recentelijk Wimbledon hebben gewonnen: Tsjechië, Zweden en Zwitserland, nota bene. Dat kan toch niemand iets schelen? Je wordt geen groot land door Wimbledon te winnen. Je wordt een groot land door Wimbledon te hebben.

Simon kuper en david winner