Vromans bron vloeit nog steeds rijkelijk

Elsbeth Etty neemt wekelijks de stapel binnengekomen boeken door, signaleert en geeft een eerste oordeel. Deze week onder meer van Mart Smeets en Siegfried Lenz.

Sportjournalist Mart Smeets is een verhalenverteller. Alles wat hij weet van Lance Armstrong, zeven keer winnaar van de Tour de France, moest hij nog snel even kwijt vóór het Amerikaanse onderzoek naar Armstrongs dopinggebruik is afgerond. Want dat kan de legende vernietigen en dat zou toch zonde zijn van de verzamelde anekdotes die Smeets nog in petto had over de ongenaakbare wielerheld, die de Fransen zeven keer hun trots van de maand juli afpakte. „Anders dan sommigen denken of beweren, ben ik niet dik bevriend met Lance Armstrong”, schrijft Smeets in De Lance factor (Nieuw Amsterdam, 256 blz. €14,95). Hij balanceert tussen bewondering en twijfel. „Ik kan Armstrong op basis van wat ik weet niet beschuldigen van het gebruik van stimulerende middelen.” Smeets stelt zich op dit punt defensief op. Hij bezweert ons nooit bang of te beroerd te zijn geweest om Armstrong vragen over doping te stellen. Helaas kreeg hij geen antwoord. De ‘omerta’, het grote zwijgen, heeft Smeets nooit kunnen doorbreken. So what? Volgens hem heeft „onze wereldse waarheid” nu eenmaal niets van doen met „de werkelijkheid van de wielerwereld”. Ik kan uit dit gekunstelde onderscheid tussen waarheid en werkelijkheid geen wijs worden. Maar ach, het gaat om de verhalen, die Smeets met veel goesting vertelt en bij hem mythische proporties aannemen.

Boven het dagelijkse journalistieke handwerk steekt ook de geschiedenis uit die Bart Middelburg in 1992 schreef over de twintig jaar geleden vermoorde maffiabaas Klaas Bruinsma: De dominee (L.J. Veen, 239 blz. €14,95). Dit boek is terecht een klassieker geworden, al is er ook kritiek op mogelijk: het steunt in hoge mate op de beweringen van een voormalige lijfwacht van Bruinsma, Geurt Roos, die een rekening met diens criminele ‘erven’ te vereffenen had, en op anonieme bronnen bij de politie. Roos kreeg achteraf ruzie met Middelburg omdat hij niet betaald werd. De reconstructie van de opkomst en ondergang van ‘dominee’ Bruinsma’s misdaadsyndicaat bleef echter intact. Anders dan de kaft belooft, is de herdruk niet geactualiseerd. Wél is aangevuld met een uitgebreid nawoord waarin latere publicaties van Middelburg over de Amsterdamse onderwereld zijn verwerkt.

Troost mij niet met „Nog enkele jaren/ en dan voor eeuwig rust.” Zo begint het gedicht Troost door Leo Vroman dat eindigt met de regels: „Wat moet ik met mijn eindgedachte/ en met mijn laatste zucht?” Het is een wonder. Ieder jaar verschijnt een dichtbundel van Vroman. In 2008 werd Nee nog niet dood gelezen als een afscheid van de toen 93-jarige, het jaar daarop kwam hij met het bekroonde Soms is alles eeuwig, dat werd gelezen als een scenario voor zijn eigen dood. Maar de bron blijft vloeien. De nu verschenen bundel Daar (Querido, 216 blz. €17,95) bevat tientallen onsentimentele, vaak speelse, soms filosofisch gestemde gedichten, veelal opnieuw over afscheid van het leven, afscheid van Tineke, van de wetenschap, de dieren, de dingen. Het titelgedicht Daar zegt: „Er staat een vorm naast mij, altijd/ met mijn afwezigheid gevuld.”

De gerenommeerde Duitse auteur Siegfried Lenz (1926) is vooral bekend om zijn romans, maar ook zijn korte verhalen zijn om te smullen, zoals blijkt uit de bundel Het begin van iets (samengesteld en vertaald door Gerrit Bussink, Van Gennep, 127 blz. €9,90) Van de negen verhalen, geschreven tussen 1953 en 1994, vond ik het oudste, De vloed komt op tijd het intrigerendst: vrouw neemt op gruwelijke wijze wraak op echtgenoot die een geslachtsziekte heeft opgelopen.

Om zo’n verbitterde, bedrogen echtgenote een beetje te begrijpen biedt Het geheim van de vrouw, geschreven door Élisa Brune en Yves Ferroul (vert. Nini Wielink en Alice Teekman, Contact , 424 blz. €24,95) de perfecte achtergrondinformatie. Het geheim van vrouwen is, als ik het goed begrijp, dat ’t voor ons lang niet zo eenvoudig is als voor mannen om een orgasme te krijgen. Op een wetenschappelijke maar bepaald niet droge manier wordt uitgelegd wat daarvan de biologische en cultuurhistorische oorzaken zijn. Fijne verhalen over hoe vrouwtjesdieren (vooral apinnen) de geslachtsdaad ervaren, mooie anekdotes over geleerden die proefondervindelijk te werk gingen bij het onderzoek naar vrouwelijke seksualiteit en vooral uitstekende adviezen. „De orgasmegevoeligheid van vrouwen lijkt zich permanent te kunnen ontwikkelen, maar je kunt er beter vroeg dan laat mee beginnen. In plaats van te voorkomen dat jonge meisjes masturberen, zouden we hen beter kunnen aanmoedigen.”