Voor altijd gevangen in zijn imposante lichaam

Een monster wordt niet snel een vriendelijke reus. Als lijfwacht van de politici Hans Janmaat (Centrum Democraten) en Joop Glimmerveen, voormalig voorman van de Nederlandse Volks-Unie, kreeg Ton Hoogduin een stempel. En daar kwam Hoogduin, beter bekend als het ‘Monster van Laakkwartier’, met zijn 2.13 meter lange en gespierde voorkomen niet meer vanaf.

Die bijnaam verwierf de Hagenees als tiener uit het Laakkwartier. Er werd gevochten om kerstbomen voor vreugdevuren tijdens Oud en Nieuw. In zijn eentje stond hij tegenover een groep Spoorwijkers. Wegrennen durfde hij niet, vertelde hij later: „Ik was bang voor lafaard te worden uitgemaakt. Dus vocht ik in mijn eentje tegen twintig man.”

Hoogduin was allesbehalve een monster, vinden vrienden, buurtgenoten en medesupporters van ADO Den Haag. Dinsdag namen ze in het Zuiderpark afscheid van hem. Ze omschrijven hem als sociaal, behulpzaam en vriendelijk. „Een groot man met een klein hartje.” Hij knokte regelmatig in de binnenstad als „hij lucht kreeg van onrecht”, maar agressief was hij nooit. „Ton gebruikte alleen geweld als het niet anders kon”, zegt boezemvriend René Dulfer (53), die met hem opgroeide in de Piet Paaltjensstraat. En: „Hij zat in zijn grote lichaam gevangen. Zodra Ton ergens kwam werd de politie gebeld, omdat er rottigheid werd verwacht.”

Wel liet Hoogduin zich gemakkelijk meeslepen, vond hij ook zelf. Van zijn goedgelovigheid is volgens vrienden vaak misbruik gemaakt, bijvoorbeeld door ronselaars van de pro-Israëlische militie van kolonel Haddad in Libanon. En in het Haagse uitgaansleven of bij wedstrijden van ADO Den Haag wisten mensen met verkeerde bedoelingen Hoogduin voor hun karretje te spannen, vertelt diens vriend Hans ter Braak (52). Hoogduin was het boegbeeld van de North Side, de harde kern van ADO. „Bij uitwedstrijden liep Ton altijd voorop, de trein uit richting stadion. Zelfs de politie en de ME keken hun ogen uit.”

Hoogduin koesterde die reputatie, weet Dulfer, van stoere bink en vechtersbaas. „Op een gegeven moment is hij gaan geloven in zijn eigen mythe.” Maar de laatste jaren wilde Hoogduin van dat imago af. Ter Braak: „Hij was de negatieve aandacht zat.” Eenvoudig was dat niet: een baan bij de HTM liep hij mis vanwege zijn extreemrechtse verleden. Daarover zei Hoogduin: „Ik ben voor altijd gebrandmerkt. Terwijl de dingen die Janmaat destijds riep, nu doodgewoon zijn geworden. Pim [Fortuyn] gebruikte zelfs nog hardere woorden. Hij noemde de islam ‘een achterlijke cultuur’. Dat heb ik in de jaren tachtig niemand horen zeggen.”

De laatste jaren van zijn leven stonden in het teken van dochter Priscilla die uit huis was geplaatst. Hoogduin streed een strijd met zorginstellingen die zijn dochter in zijn ogen onrecht aandeden. „Dat vrat aan hem”, zegt Ter Braak. Uitlaatklep werd de sportschool, waar hij elke ochtend tot het middaguur uur te vinden was. Daar overleed hij vorige week maandag op 54-jarige leeftijd aan een hartstilstand.

Brian van der Bol