Verenigd Koninkrijk wil EVRM niet opzeggen

Het Verenigd Koninkrijk is geenszins van plan om het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) op te zeggen, zoals in het artikel ‘„We mogen mensenrechten niet politiseren”’ (NRC Handelsblad, 9 juni) wordt gesuggereerd. De Britse regering blijft zich, 62 jaar nadat door middel van het Verdrag van Londen de Raad van Europa in het leven werd geroepen, op zowel nationaal als internationaal niveau onverminderd inzetten voor een maatschappij waarbij mensenrechten en democratische waarden hoog in het vaandel staan.

Juist om mensenrechten te beschermen, moeten de zwakke plekken van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens worden aangepakt. Daarom zal het Britse voorzitterschap van de Raad van Europa vanaf november trachten om, samen met alle andere 46 lidstaten, het mensenrechtenhof zo te hervormen dat het zich sneller, efficiënter en transparanter kan richten op de belangrijke zaken die zijn aandacht verdienen.

Een belangrijk onderdeel hiervan is dat de eerste verantwoordelijkheid voor eerbiediging van het EVRM ligt bij de nationale parlementen en nationale rechtbanken. We moeten ervoor waken dat het Hof – dat een achterstand heeft van meer dan 140.000 zaken en zich steeds meer richt op zaken waarvoor de opstellers van het EVRM het niet hadden bedoeld – niet de plaats zal innemen van nationale Hoge Raden.

Alleen een krachtig en effectief Hof, dat inspringt waar nationale rechtbanken in gebreke blijven, kan het vertrouwen van de Europese burgers in de bescherming van hun mensenrechten vasthouden. Het Verenigd Koninkrijk is vastberaden om tijdens haar voorzitterschap deze belangrijke hervorming te realiseren.

Paul Arkwright

Britse ambassadeur in Nederland, Den Haag