Vakbond nieuwe stijl

De Freelancers Union in New York is met 150.000 leden ’s werelds grootste vakbond voor zzp’ers. Geheim van het succes: de bond is tegelijkertijd een verzekeringsmaatschappij.

‘Ik vind het heerlijk om freelancer te zijn”, zegt David Shulman, copywriter voor grote reclamebureaus als Ogilvy & Mather, Grey Group en Lost Boys. ,,Ik zal nooit een voltijd werknemer worden voor iemand die vervolgens alle vruchten van mijn werk opstrijkt.”

Toch kijkt Shulman af en toe met enige jaloezie naar vrienden die wél gekozen hebben voor een vaste baan. „Sommige werkgevers bieden hun werknemers juridische bijstand, bijvoorbeeld in conflicten met de huisbaas of met de ziektekostenverzekeraar. Dat zou ik ook wel willen.”

Mocht Shulman zelf nog eens een bedrijf beginnen, dan zou hij bij voorkeur met freelancers werken – want „ik houd van hun benadering.” Denkbeeldig is dat zeker niet, want hij heeft ondernemersbloed door de aderen stromen. Zo ontwierp hij enkele jaren terug T-shirts met de opdruk Breuckelen – de oorspronkelijke naam voor de agrarische gemeenschap die later zou uitgroeien tot Brooklyn. Shulman verkocht de shirtjes zelf, maar ging ook partnerschappen aan met winkeliers. Een daarvan betaalde hem echter niet en ging er vlak voor zijn faillissement met Shulmans koopwaar vandoor. Het was niet voor het eerst dat Shulman niet betaald werd. „In totaal heb ik enkele duizenden dollars verloren aan cliënten die niet betaalden.”

Als je als freelancer een contract tekent, werkt dat tegen je, stelt Shulman. ,,Als jij je niet aan het contract houdt, zet de opdrachtgever zijn juridische afdeling aan het werk. Betaalt de opdrachtgever niet, dan moet je maar hopen dat hij dat op een dag wel doet. Ik heb namelijk niet de middelen om een advocaat in te schakelen. Vaak is dat ook niet de moeite waard in verhouding tot het bedrag waarom het gaat. Dat weten opdrachtgevers.”

Het Amerikaanse recht helpt ook niet, zegt Shulman. „Een bedrijf moet er wel heel slecht aan toe zijn wil het zijn werknemers niet betalen. Dat is verplicht. Freelancers worden in mindere tijden echter als eerste niet betaald. En bij een faillissement sta je achteraan. Dat geeft een machteloos gevoel.”

Het is een gevoel dat menig Amerikaans freelancer zal herkennen. „Driekwart van onze leden heeft in hun carrière wel eens meegemaakt dat ze niet betaald werden voor hun werk”, zegt Sara Horowitz, directeur van de Freelancers Union, ’s werelds grootste vakbond voor zelfstandige professionals. „We werken hard om dat te veranderen.”

Dat harde werk vindt deels letterlijk onder de brug plaats: het kantoor van de Freelancers Union staat pal onder de Manhattan Bridge, in de sinds enkele jaren gewilde wijk Dumbo. De organisatie is gevestigd in een voormalig pakhuis. Van binnen lijkt de ruimte meer op een pas opgericht technologiebedrijf dan op een vakbond. Aan de tientallen tafels op de gerenoveerde plankenvloer zitten voornamelijk jonge mensen – veel jongens met baarden en meisjes met tatoeages – gekluisterd aan hun beeldschermen. Langs de wanden staan de mountainbikes waarop ze ’s ochtends zijn gearriveerd. De cappuccino wordt er uit keramiek gedronken, al is het alleen maar omdat plastic wegwerpbekertjes slecht zijn voor het milieu.

Dit is geen gewone vakbond, beaamt Horowitz. „Wij runnen een verzekeringsbedrijf met een jaaromzet van 100 miljoen dollar. Ik ken geen andere vakbond die dat doet. De mensen die je daar aan het werk ziet, dat zijn projectmanagers, grafische ontwerpers, accountants en communicatiespecialisten. Dit is een serieuze operatie.”

Stakingen en werkonderbrekingen, de klassieke wapens van vakbonden, horen er niet bij. Dat hoeft ook niet, zegt Horowitz. „In het begin van de twintigste eeuw, toen massaproductie gemeengoed was geworden, was staken een nuttig wapen in de onderhandelingen met het grootkapitaal. Maar dat model was gebaseerd op het gegeven dat mensen jarenlang op dezelfde plek voor dezelfde werkgever werkten. Freelancers gaan daarentegen van project naar project.”

Die mobiliteit, zo realiseerde Horowitz zich in 1995 toen ze de vakbond oprichtte, vraagt om een ander soort belangenbehartiging. Het bewerken van de politiek is een belangrijk onderdeel daarvan. „Uit onze onderzoeken blijkt dat betaling de meest prangende kwestie is voor freelancers. Daarom lobbyen we hard voor een wet die ervoor moet zorgen dat freelancers dezelfde bescherming tegen wanbetaling krijgen als vaste werknemers.”

Op 17 mei vertrokken vanuit Dumbo een dozijn bussen gevuld met freelancers naar Albany, de hoofdstad van de staat New York, om het wetsvoorstel middels acties kracht bij te zetten. De slogan was: Get paid, not played. Horowitz verwacht succes. „Het is ons ook gelukt om de self-employment tax, in feite een freelancersbelasting, afgeschaft te krijgen.”

De Amerikaanse maatschappelijke instituten zijn volgens Horowitz nog altijd ingericht naar de arbeidsmarkt zoals die ooit vorm kreeg dankzij de New Deal, de hervormingen die president Roosevelt in de jaren ’30 doorvoerde. Zo worden de premies voor ziektekostenverzekeringen nog altijd grotendeels door werkgevers betaald – en hoe groter de werkgever, hoe lager de premies.

Freelancers zijn echter gedwongen zich individueel op de peperdure Amerikaanse zorgmarkt te begeven. „Daarom zijn we sinds 2001 ziektekostenverzekeringen gaan aanbieden, later ook arbeidsongeschiktheidsverzekeringen en levensverzekeringen.”

Om dit succesvol te kunnen doen, moet de vakbond winst maken. Dat geeft scheve ogen, begrijpt Horowitz. „Maar we moeten dat wel doen: om geld vrij te maken voor innovatie en onderzoek, om reserves op te bouwen en om investeerders terug te betalen.”

In een land waar volgens schattingen van het Commonwealth Fund een kleine 50 miljoen mensen geen ziektekostenverzekering hebben, is een betaalbare polis zoals die van de Freelancers Union een goede ledentrekker. De rek is er echter nog lang niet uit, stelt Horowitz. „Alleen de staat New York heeft al een miljoen freelancers. We zitten dus nog maar op 10 procent.”

Het fors gestegen ledental zorgde er ook voor dat de vakbond als een heuse consumentenorganisatie kon gaan fungeren – met als gevolg dat de bond nu nieuwe leden kan lokken met fikse kortingen op onder meer yogalessen, lidmaatschappen van sportclubs en boodschappen bij de drogisterij. Zo groeit de Freelancers Union in een tijdperk waarin de traditionele Amerikaanse vakbonden het zwaar hebben.

Afgelopen winter hadden vooral de ambtenarenbonden het zwaar, met name in staten met Republikeinse gouverneurs, zoals Wisconsin en Ohio. Hen werd middels nieuwe wetten het recht op collectief onderhandelen ontnomen. Horowitz vond het „hartverscheurend en choquerend.” „Momenteel roepen we in de metro’s van New York met advertenties op tot solidariteit met traditionele vakbonden.”

De Amerikaanse arbeidersklasse wordt geheel aan haar lot overgelaten, vindt Horowitz. „We hebben de grootste inkomensongelijkheid sinds honderd jaar en elk jaar wordt het erger.” Als voorbeeld noemt ze Ariana Huffington, de oprichter van de webpublicatie The Huffington Post die in februari voor 315 miljoen dollar door AOL werd overgenomen. „Die liet jarenlang schrijvers onbetaald bijdragen aan haar website. Daarmee maak je de inkomensongelijkheid erger.”

Ondanks deze belijdenis van arbeiderssolidariteit zal Horowitz en haar Freelancers Union niet snel gaan samenwerken met traditionele vakbonden als de United Auto Workers of de Teachers Union. „Onze strategieën verschillen teveel.”

Maar dat is niet het enige verschil. „Het gaat ons niet om een beter inkomen zodat we ons een tweede auto en een huis met centrale airconditioning kunnen veroorloven. Ja, sommige leden zijn alleen geïnteresseerd in de kortingen en verzekeringen, maar we hebben ook zat leden die de samenleving beter willen maken.”

Daarom is de food movement, de verzamelnaam voor activisten die zich inzetten voor gezond en betaalbaar voedsel voor iedereen, een betere partner voor de Freelancers Union. „Die kijken ook naar duurzaamheid en naar andere manieren om een onderneming te leiden – niet hiërarchisch, maar coöperatief. En ook zij maken zich druk om onze verslaving aan olie, of de obesitasepidemie in dit land.”

Met de eigen zorgverzekering heeft de vakbond in ieder geval al een grote stap vooruit gezet, constateert Horowitz tevreden. „Als dit straks door meer vakbonden wordt opgepikt , dan hebben we het raamwerk van de Amerikaanse zorg voorgoed veranderd. Dat doet me denken aan een mooi gezegde: ‘De toekomst is hier, hij is alleen nog niet eerlijk verdeeld’.”