U wilt de executiekamer zien?

Op en rond de Lenin-boulevard in Jekaterinburg staan de theaters en concertzalen bijna aan elkaar geregen, zoveel zijn het er. Het ene is voor komedies, het tweede voor operettes, het volgende voor dans, het vierde herbergt de opera en ga zo maar door. De stad telt er in totaal 24, waarvan het eerste uit 1843 stamt. Sommige van de gezelschappen die er optreden, zoals het Theater voor Provinciale Dansen, behoren tot de top van wat de moderne kunst in Rusland te bieden heeft.

Ook heeft Jekaterinburg meer dan dertig musea. De collectie Nevjansk-iconen is zelfs uniek in de wereld. En vergeet ook niet de 9500 jaar oude Sjigirski-totempaal in het Regionaal Museum, het oudste houten beeld ter wereld.

Het is me aanvankelijk een raadsel, die samenballing van kunst- en cultuurpodia in een stad middenin de Oeral, op 1.600 kilometer van Moskou, daar waar Europa net is opgehouden en Azië begint. Waarom hier en niet in Tobolsk of Oefa? Voor een antwoord op die vraag, maar ook omdat ik de totempaal wil zien, dien ik me aan bij de directeur van het Regionaal Museum, Natalia Vjetrova.

Het is vrijdagmiddag tegen half zes, een half uur voor sluitingstijd. Vjetrova maakt zich in haar directiekamer op voor het weekeinde. Op de bank liggen enkele tasjes met westerse merkkleding, die ze zojuist heeft gekocht. Ze staat te popelen naar huis te gaan om haar koopjes aan te trekken. Maar voor een westerse correspondent heeft ze nog wel een kwartiertje over. „Wat brengt u hierheen?” vraagt ze beleefd flirtend, zoals de traditie veel Russische vrouwen gebiedt.

Als ik haar vraag naar de oorsprong van de culturele overdaad in haar stad, antwoordt ze: „Weet u, Michail, in de oorlog werden tal van hoogopgeleide Russen uit Leningrad en Moskou naar steden achter de Wolga geëvacueerd. Niet alleen ingenieurs voor de eveneens geëvacueerde fabrieken, maar ook acteurs, regisseurs, musici, dansers, schrijvers. Na de oorlog bleven sommigen, omdat ze het hier prettiger vonden. Zij hebben het lokale culturele niveau verhoogd.” Na 1945 bloeide de stad verder op. Ook door de metaalindustrie, die het officiële gemiddelde inkomen inmiddels heeft opgestuwd tot meer dan 500 euro per maand, al zetten sommigen daar vraagtekens bij.

Dan leidt Vjetrova me rond en toont ze haar unieke collectie. „En u moet inderdaad naar de totempaal”, zegt ze. „Maar die staat in een ander gebouw, zo’n half uur lopen hier vandaan. Hoe laat is het?” Als ik haar zeg dat me nog een kwartier rest, pakt ze de telefoon en belt naar wetenschappelijk hoofdmedewerker Svetlana Savtsjenko, die verantwoordelijk is voor de archeologische afdeling. „Mijn chauffeur rijdt u erheen”, zegt ze. „En Svetlana zal u een korte rondleiding geven. Onze totempaal mag u uw lezers niet onthouden. Hij is ouder dan de piramides.”

Na mijn confrontatie met de inderdaad indrukwekkende totempaal, wandel ik naar het einde van de Lenin-boulevard. Daar bevindt zich het luguberste museum van de stad: de Kathedraal op het Bloed, die op de plek staat waar in 1918 tsaar Nicolaas II en zijn gezin in het Ipatjev-huis door de bolsjewieken zijn geëxecuteerd. Het huis is in de jaren zeventig door de lokale partijleider Boris Jeltsin afgebroken om te voorkomen dat het een bedevaartsoord zou worden. Maar na de val van de Sovjet-Unie kwam die tsarenverering er alsnog en in 2003 verrees op de plek van de keizersmoord een kathedraal.

„U wilt de executiekamer zien?” vraagt de bewaarster van de onderaardse crypte. Ze wijst een collega aan, die met me langs de kleine stoet pelgrims loopt. Bij de plek van de terechtstelling van de Romanovs hangt een plechtige stilte. Er is niets dat aan die fatale dag in 1918 herinnert, maar de bezoekers doen alsof de lijken er nog liggen, zo aangeslagen zijn ze. Ingetogen wordt er gebeden voor het zielenheil van de laatste keizer, zijn vrouw en vijf kinderen. De tsaar, de tsarina en drie van hun dochters zijn in 1998 herbegraven in Sint-Petersburg. Van twee andere kinderen, Aleksej en Maria, werd pas tien jaar later aan de hand van gevonden DNA vastgesteld dat ook zij waren vermoord. Eindelijk kwam er een einde aan de mythe dat zij de executie zouden hebben overleefd.

Op 4 juli herdenken duizenden gelovige monarchisten hun lijden. Ze trekken naar de kathedraal als in een historisch toneelstuk. Op die dag smelt heel Jekaterinburg samen tot één groot religieus openluchtmuseum.

Michel Krielaars