Tortuur van de pers

De rubriek Intussen in Den Haag beschrijft elke zaterdag de achterkant van het politieke bedrijf. Deze week: bezuiniging en premier ontnemen het zicht op stuntelende ministers.

Hoe ‘teflon’ is premier Mark Rutte (VVD) eigenlijk? Sinds enige tijd licht hij wekelijks een forse bezuiniging toe. Maar kritiek lijkt vooralsnog van hem af te glijden.

De redenen daarvoor zijn vast complex, op een enkele na: de montere manier waarop hij de wekelijkse persconferentie geeft. Zijn voorganger, Jan Peter Balkenende, dreef met zijn droge voordracht en inhoudsloze herhalingsdrift het aanwezige Haagse journaille soms tot wanhoop. Bij Rutte lijken vooral de journalisten droog.

Natuurlijk, Rutte geeft soms ook nietszeggende antwoorden, maar die zijn dan tenminste nog gis geformuleerd. Of intrigerend. Gisteren kreeg hij vragen naar alweer het derde besluit over de Hedwigepolder. Journalist: „En u houdt dus opnieuw een slag om de arm?” Rutte: „Het parlement moet er nog over oordelen, inderdaad. Die slag om de arm zit al sinds 1848 in de Nederlandse grondwet.” Het lijkt een antwoord.

Het plezier dat Rutte in de bijeenkomsten zegt te hebben, zal de vijf nog levende oud-premiers verbazen. Die waren er niet allemaal even blij mee, zo blijkt uit een recent verschenen boek over de gebouwen aan de noordzijde van het Binnenhof. Ze worden er alle vijf in geïnterviewd. Dries van Agt (CDA) noemt de wekelijkse persconferentie in het boek zelfs regelrechte „tortuur”. Wim Kok vertelt dat hij zich de hele week afvroeg welke vragen hij zou krijgen. „Het kon immers overal over gaan.”

In theorie ja. In de praktijk gedragen journalisten zich vaak als lemmingen. Kok: „Ze holden allemaal achter één onderwerp aan.” Tot zijn „opluchting”. Hoewel, soms voelde hij zich ook „een beetje genomen”. Vooral als een relletje rond het koninklijk huis weer eens alle aandacht wegnam voor „een zwaar sociaal-economisch onderwerp” dat hij graag had toegelicht.

Rutte hoeft daar niet bang voor te zijn. De bezuinigingen zijn te ingrijpend om er voor journalisten aan voorbij te gaan. Dat is een geluk voor stuntelende ministers – en daar heeft dit kabinet er genoeg van. Neem Uri Rosenthal (Buitenlandse Zaken, VVD). Die komt geen overleg met de Kamer door zonder stamelend een brief van zijn ambtenaren te beloven die een uitspraak van hem glad moet strijken. Deze week nog, in een overleg over mensenrechten, ontkende hij bij herhaling („ik zeg het maar even parmantig”) dat Israël zich schuldig maakt aan ‘buitengerechtelijke executies’. Het bleek hem ook geheel ontgaan dat de Nederlandse regering Israël al jaren veroordeelt voor deze praktijken.

Ministers zijn om minder ten onder gegaan. Maar zolang de wekelijkse bezuiniging boven de 100 miljoen stijgt, hoeft Rutte zich geen zorgen te maken. En kritiek? „Die is nogal logisch”, zei de premier gisteren quasiverbaasd op een vraag over het pensioenakkoord. „Dit is de meest fundamentele herziening van ons pensioen sinds Drees sr. Wat had je dan verwacht?” Een tevreden grijns liet zien: hier verwachtte hij geen antwoord op.

Pieter van Os