Torenhoge huizen

In Loenen aan de Vecht verrees de zelfbouwwijk Cronenburg. Jules Zwijsen ontwierp er acht huizen.

ie Cronenburg, een nieuwbouwwijk in Loenen aan de Vecht, binnenrijdt, kan de torenwoning van Jules Zwijsen niet missen. Dat ligt niet zozeer aan de hoogte van 17,3 meter – er staan wel meer hoge woningen in Cronenburg – als wel aan de opvallende vorm. Op een vrij gewoon bakstenen onderstel van twee verdiepingen heeft architect Zwijsen een geknikt torentje gezet, dat, afgezien van de grote ramen, geheel is bekleed met grijze leien. „Ja, je ziet hem al van verre, hè. De weg vinden was vast niet moeilijk”, zegt Zwijsen lachend in de tuin van zijn huis. „Dit huis is onbedoeld een mooi beeldmerk voor mijn architectenbureau geworden.”

Met zijn expressionistische vorm wijkt de torenwoning af van alle andere woningen in Cronenburg. „Dat zijn bijna allemaal Monopolyhuizen”, zegt Zwijsen. „Voor het steden- bouwkundig ontwerp van Cronenburg heeft ontwerpbureau West 8 zich laten inspireren door het oude Loenen. Uit de richtlijnen die het bureau voor de huizen opstelde rolde een eigentijdse versie van een oud dorp. Zo moesten de meeste huizen pal aan de straat worden gebouwd, net als in het oude Loenen. En de meeste huizen hebben gevels van baksteen en puntdaken gekregen.”

Ook binnen is de toren van Zwijsen bijzonder. Van de begane grond tot de bovenste, vierde etage is een vide, waarin het licht van alle kanten binnenstroomt. Om de vide heen loopt een trap die onverwacht grote werk- en slaapkamers met elkaar verbindt. De kroon op de toren is een ruimte van ongeveer 3 bij 3 meter, met onder meer een leren bank en een open haard. „Dit noemen we de lounge”, zegt Zwijsen. „Hier borrelen we met vrienden en genieten we het uitzicht.”

Van de honderdtwintig woningen in de Loenense nieuwbouwwijk, waarvan de helft ‘zelfbouwers’, heeft Zwijsen er acht ontworpen. „In 2005 had ik me ingeschreven voor een kavel waarop volgens het stedenbouwkundig ontwerp van West 8 een zogenoemde special moest komen”, legt Zwijsen uit. „Een van de kenmerken van een dorp als Loenen is dat het ook een paar grote gebouwen kent, zoals de kerk of de bekende notariswoning. Zulke knoeperds moest Cronenburg ook krijgen.”

Probleem was alleen dat West 8, dat ook de supervisie van het wijkje deed, had bepaald dat de specials moesten worden ontworpen door architecten van naam en faam. Zwijsen: „Naam en faam bleek te betekenen dat het een architect moest zijn wiens werk eens in het Architectuurjaarboek had gestaan. Dat was met mij niet het geval. Maar toevallig werkte ik toen nog bij Hans Wagner, die een jaar of twintig geleden eens in het jaarboek heeft gestaan. Dat was voldoende.”

Familie

Toen Zwijsen eenmaal aan het bouwen sloeg, opende hij een site waar andere bouwers in Cronenburg zich konden melden om bepaalde dingen, zoals bodemonderzoek, samen te doen. „En onderaan de site zette ik dat ik architect was en ook wel een huis kon ontwerpen”, zegt Zwijsen. „Want een van de eisen van West 8 was dat alle particuliere bouwers met een architect moesten bouwen.” Uiteindelijk leverde hem dat zeven opdrachten op en kon hij zijn eigen bureau beginnen.

De acht huizen van Zwijsen, waarvan de laatste dit jaar werd opgeleverd, zijn familie van elkaar. Heel opvallend in zijn huizen is de bijzondere lichtinval”, zegt Sandy Witteveen, een van de zeven opdrachtgevers. „Pas in 2007 kochten we een kavel in Cronenburg. Volgens het plan van West 8 moest daar een ‘poortwoning’ op komen, met doorzicht naar de achtertuin. Toen we in de toen al gedeeltelijk voltooide buurt gingen kijken welke huizen we mooi vonden, zaten er een paar van Zwijsen tussen.”

Drie duidelijke eisen stelden Sandy Witteveen en haar man aan hun huis. De woonkamer moest op de eerste verdieping komen en de entree moest on-Nederlands ruim worden. „En ik wilde beslist geen schuine lijnen in de plattegrond”, zegt Sandy Witteveen. „Ik ben allergisch voor schuine lijnen, zei ik tegen Jules.” Toch kwam Zwijsen uiteindelijk met een ontwerp met tal van schuine lijnen. „Maar hij wist ons ervan te overtuigen dat dat door de uitzonderlijke vorm van de kavel het beste was. En zo wonen we nu heel tevreden in een huis vol schuine lijnen”, zegt Witteveen lachend.

De gewenste ruime entree in huize-Witteveen lijkt op de toren van Zwijsen en is een ruime hoge vide met trap geworden met licht van alle kanten. De woonkamer op de eerste verdieping is door een prachtige terrassentrap, met om de drie treden een terras, verbonden met de dertig meter diepe tuin. Toch moest er wel iets worden veranderd aan het eerste ontwerp. „Oorspronkelijk wilden we witgepleisterde gevels”, vertelt Witteveen. „Maar dat mocht niet van supervisor Edzo Bindels van West 8. We hebben ten slotte gekozen voor donkergrijze bakstenen. Achteraf vinden we dat zelf ook beter. Een wit huis is toch een beetje steriel.”

Ook Jules Zwijsen heeft de eisen van West 8 (en welstand) niet als knellend ervaren. „Beperkingen dwingen je tot het vinden van creatieve, onverwachte oplossingen. Het mooie van Cronenburg is dat ondanks de strikte eisen voor rooilijnen, goothoogtes en materialen alle particuliere huizen anders zijn geworden. Dat komt door de grote variaties in kavels, en natuurlijk ook de verschillende wensen en budgetten van de opdrachtgevers. De eisen hebben er voor gezorgd dat Cronenburg een eenheid is geworden. In wijken waar elke bouwer zijn gang kan gaan, schort het vaak aan samenhang. Hier in Cronenburg is het veelheid in eenheid.”