Toneel zal deze storm overleven

Theu Boermans:

Ik ben net zo geschrokken als iedereen van de bezuinigingen. Maar omdat ik de afgelopen tien jaar alleen maar met crises te maken heb gehad, onder andere toen mijn Theatercompagnie plots geen subsidie meer kreeg, ben ik een beetje gepokt en gemazeld in het zetten van de tering naar de nering. Ik weet niet beter en ben niet van plan bij de pakken neer te zitten. En ik heb de rotsvaste overtuiging dat het toneel ook deze storm zal overleven, hoe rampzalig die ook is.

Het is van belang dat we kijken naar manieren om samen te werken, met name tussen de podia en de gezelschappen. Daar zitten de kansen: als theaters meer gaan samenwerken met producerende instellingen, kunnen we belangrijke stappen zetten. Dan kan wat gezelschappen maken en wat theaters tonen, beter op elkaar worden afgestemd. We hebben absoluut minder productie van nieuwe stukken nodig, zodat bestaande stukken langer en beter kunnen worden uitgebaat en een groter publiek kunnen bereiken. Nu worden producties na een jaar weggegooid, dat is een enorm verlies. Door het huidige bestel wordt kwaliteit onvoldoende benut.

Theatergezelschappen zullen zich duidelijker moeten gaan profileren, zodat het publiek weet waarvoor ze staan. Dan wordt het aanbod diverser. Wij profileren ons bijvoorbeeld met hoogwaardig teksttoneel. We zijn als het ware het Koninklijk Concertgebouworkest van het Nederlands toneel. Dat kunnen we nog beter ontwikkelen. We vragen ook wat van het toneelpubliek, dat moet ‘reisbaarder’ worden. Mensen reizen ook al voor musicals of De Nederlandse Opera.

Als de productiehuizen straks werkelijk zouden wegvallen, zullen wij het aanstormend talent opvangen. Jonge regisseurs, maar ook acteurs, moeten we gaan opleiden. Dat is er bij ingeschoten de afgelopen twintig jaar. Ik ben artistiek directeur van het internationale theaterschoolfestival Its, dat volgende week weer begint, en daar merk ik welke functie de productiehuizen hebben als draaideur tussen opleiding en theatersector.

Als de productiehuizen werkelijk zouden verdwijnen, moet Its daarin een grotere rol gaan spelen. Dat wordt ook verwacht van de grote toneelvoorzieningen – zonder dat ze daar geld voor krijgen. Dat gaat dus af van de reguliere producties. Wij kunnen dat enigszins opvangen, maar niet in die mate waarin de productiehuizen het nu doen.

Verder moeten we vooral meer gaan samenwerken, dat had sowieso moeten gebeuren. Het Nationale Toneel is al in gesprek over samenwerking met het Theater aan het Spui en met de Koninklijke Schouwburg.