Tennis, zoals het heurt

Waarin Kelder en Van Regteren Altena terugverlangen naar de dagen dat tennis nog een reine sport was.

Stilisten hielden de adem in tijdens de recente finale op Roland Garros tussen Roger Federer en Rafael Nadal. Al in de eerste set was de visuele teloorgang van het tennis een feit: Federer stevende zonder zweetplekken af op zijn vernedering, maar Nadal dreef uit zijn glanzende stretchtricot met ronde hals. Sponsor Nike zal tevreden zijn, want de ‘swoosh’ stond zowel op Federers rode polo als op Nadals korenblauwe kunststof shirt. De heren tennissers waren van de sokken tot de haarband behangen met in totaal maar liefst achttien maal de sponsorafbeelding.

Staat ons dit visuele leed ook op Wimbledon te wachten, of spiegelen de leden van The All England Lawn Tennis and Croquet Club (sinds 1868) zich aan hun roeivrindjes van Henley Royal Regatta? Daar zijn de tribunes en de ‘hospitality-tenten’, laat staan de roeiboten, verschoond gebleven van sponsorinfo. Sport zonder logo’s; wie verlangt er niet naar? Ergens in de jaren zeventig ging het mis en raakten het roomkleurige katoen en de V-hals kabeltrui met bies op hun retour. Björn Borg kwam, en met hem de door sponsor Fila beplakte shirts. Toch was de dominante kleur op het rode gravel nog steeds wit. Smaak viel Jimmy Connors of John McEnroe niet aan te wrijven, maar pas echt fout was de outfit van Oost-Europeaan Ivan Lendl. Zonder reprimande van de umpire liet sponsor Adidas hem opdraven in shirtjes die de zwaarmoedige oogopslag van de Tsjech verklaarden: fel gekleurde roofvogels en warrige fantasiepatronen in fletse pasteltinten.

Voor waardige tennisdracht moeten we terug naar het tijdperk van de houten Dunlop Maxply; de gloriedagen van de linkshandige Rod Laver en gentlemanplayer Stan Smith. Het naar hem vernoemde, in sober wit uitgevoerde paar tennisschoenen met klein groen accent op de hak is nog steeds een hit en wint visueel moeiteloos van nieuw meniscusvriendelijk loopgerei.

Tennis heeft zelfs twee mode-iconen voortgebracht: René Lacoste en Fred Perry. De polootjes van Lacoste en Perry zijn vele decennia na de lancering nog altijd in hun oervorm verkrijgbaar. Met dank aan een koele piqué-weving vormden ze letterlijk een verademing voor de tot dan toe in zwang zijnde tennisoverhemden met lange mouwen. Het beroemde logo, en zijn vechtlust, leverde Lacoste de bijnaam ‘de krokodil’ op. Voor de Tweede Wereldoorlog verkocht Lacoste jaarlijks al driehonderdduizend exemplaren. Perry leek minder verguld met zijn eigen verrichtingen in de kledingbranche. Zo verzucht de meervoudig Wimbledonkampioen uit de jaren dertig in zijn biografie: „Mijn naam heeft wereldwijde bekendheid gekregen door Fred Perry-shirts, maar niet vanwege het driemaal op rij winnen van Wimbledon.”

Met de toegenomen welvaart kwam de kleurterreur. Eerst werd tennis en daarna hockey, skiën en golf een volkssport. De kledingcodes zijn nu vergelijkbaar met die van voetballers en darters: een veelkleurig palet vol dubieuze tinten.

Hoe overzichtelijk was het leven achter de heggen van de villawijken. Sport was een tijdverdrijf waar niet al te veel zweet aan te pas kwam; dat zou de kledingmores maar bezoedelen. Het Gooi, Wassenaar en Kennemerland koketteerde in de jaren zeventig nog met naar Engeland geurende clubregels, ballotage en rigide kledingvoorschriften. Die tijden zijn voorbij. De bordjes die ooit op de banen van de Haarlemsche Lawn Tennis Club prijkten, zouden nu met hoon worden begroet: ‘Na 1 mei witte tenniskleding verplicht.’

Voor de mens met hang naar een nette sport in combinatie met passende kledingetiquette, rest cricket en croquet. Sporten waarbij het belangrijkste doel het prettig verpozen tijdens de pauzes is. Bij cricket wijst op een enkele grasstreep na niets op ook maar een begin van inspanning. Spencertjes blijven maagdelijk wit en na tien wickets vallen de lange broeken nog immer in de plooi. Een fractie minder enerverend blijft het nobele croquetspel. Vele duizenden liefhebbers zijn in Engeland aangesloten bij The Croquet Association, daterend uit 1897 met beschermheilige HM Queen Elizabeth II. Zonder dat de reglementen het expliciet vereisen, spelen de leden van de verschillende federaties uniform in het wit. Wie twijfelt aan de sportieve uitdaging van het spel, trekt lering uit de volgende definitie: ‘Croquet is so civilized... In no other game you can sip tea or champagne, smoke a Havana and sit in a lounge chair between shots.’