Privénat

Reiziger van beroep Ivo Weyel trekt een baantje.

De burgemeester van Londen heeft een waarschuwing uitgevaardigd: er worden zoveel privétuinen geplaveid dat de stad de laatste tien jaar een oppervlakte van twee keer Hyde Park aan groen is kwijtgeraakt. Dat is slecht voor de afwatering van de stad. Het hemelwater krijgt daardoor minder ruimte in de grond te kunnen wegsijpelen zodat overstromingen op de loer liggen.

Ik zie een soortgelijk probleem in hoteltuinen. Te veel water. En dan heb ik het niet over regenwater. Ik weet het nog goed – was het twintig jaar geleden? Dertig misschien wel? – dat ik een nacht doorbracht in Le Mas d’Artigny, een hotel even buiten het Zuid-Franse plaatsje St. Paul de Vence. Dat was me toch een partij bijzonder. Het had namelijk kamers met een eigen zwembad. Dus niet een grote, gezamenlijke pool, maar elke kamer zijn eigen pooltje. Een unicum. De folder van het hotel (die bestonden toen nog, hotelfolders, ik verzamelde ze zoals een ander postzegels of munten) toonde trots een luchtfoto waarop al die kleine vierkante blokjes azuurblauw goed te zien waren. Toegegeven, baantjes trekken was niet mogelijk, daar waren ze veel te klein voor, één vlinderslag en je was al aan de overkant, maar het was een ongekende luxe. Het hotel was er wereldberoemd door.

Kom daar nu nog maar eens om. Het is langzamerhand lastiger geworden een hotel te vinden zonder privézwembad bij je kamer. Schromelijk overdreven natuurlijk, maar toch. In het duurdere segment is het wel bijna standaard geworden. En niet alleen in oorden als Dubai, de Malediven of Seychellen, maar ook dichter bij huis. Kreta (ga daar heen. Nu de drachme weer bijna terugkomt, is het er spotgoedkoop) telt alleen al zo’n twintig hotels met watervilla’s en -suites. In het Gran Melia heb je al zo’n ding voor 279 euro per nacht. De verwende hotelgast krijgt iets gaperigs over zich als voor de zoveelste keer de balkondeuren worden geopend en de hotel- dame vol trots – tadá – het privénat openbaart. Boeiend. Gaap. Hier fooitje, en nou wegwezen.

Nee heus, snob of niet, zo’n klein pierebadje is niet meer afdoende. Ze groeien groter de laatste tijd. Op Bali kun je bijna in alle vijf sterrenhotels echt baantjes trekken in je eigen bassin, het Banyan Tree in Phuket heeft Double Pool Villa’s (twee stuks dus!) en in hotel Lagonissi, even buiten Athene, hebben de duurste kamers elk een zwembad van 21 meter, plus nog wat kleine vijvertjes en plunge pools on the side. Hotels worden echt drijfnat. Zelfs midden in Parijs heeft hotel Murano kamers met piscine privée. En in Londen neemt het nieuwe Corinthia die honneurs waar. Het is slechts een kwestie van tijd voor de eerste burgemeester gaat klagen over te veel zwembaden in zijn stad.