Overal neemt het nagelbijten over de eurocrisis toe

De eurocrisis zet pro-Europese partijen klem. Kiezen ze voor ‘Europa’ of voor hun achterban? Het lang verlangde debat over Europa is begonnen.

Het ging er deze week gewelddadig aan toe bij parlementen in Europa. Het traangas van de politie drong donderdag het Griekse parlement binnen, tijdens een chaotische vergadering over het dreigende faillissement van het land. Dezelfde dag moesten Catalaanse parlementariërs met politiebusjes een blokkade zien te omzeilen van betogers die zich verzetten tegen bezuinigingen.

Overal neemt het nagelbijten over de eurocrisis toe. De vergadering van de Europese Commissie verliep deze week naar verluidt in een crisissfeer. Maar buiten de bestuurskamers in Brussel, hebben nationale parlementen het niet minder moeilijk. Van Athene en Barcelona tot Helsinki en Berlijn staan volksvertegenwoordigers onder druk. Druk om beslissingen te nemen die noodzakelijk zijn voor de toekomst van de euro, maar die impopulair zijn bij kiezers.

Deze week waren alle ogen gericht op het Griekse parlement, waar leden van de regeringspartij Pasok uit onmacht wegliepen. In feite staan zij voor eenzelfde loyaliteitsconflict als Duitse en Nederlandse parlementariërs: tussen de grotere nationale en Europese belangen en hun eigen weerspannige kiezers. Binnen de Duitse regeringspartijen CDU en FDP bestaat openlijk verzet tegen hulp aan Griekenland.

Hoe dit dilemma op te lossen? Iedereen bemoeit zich met iedereen. De Zweedse minister van Financiën Anders Borg vindt dat de Griekse oppositie in een regering van nationale eenheid moet stappen. Dat zij dat dit niet doet grenst aan „criminele onverantwoordelijkheid”, vindt hij. Maar de Griekse parlementariërs van oppositiepartij Nieuwe Democratie laten zich aan deze Zweedse vermaning weinig gelegen liggen. De partij ruikt bloed van de regerende Pasok, eist nieuwe verkiezingen en neemt meer instabiliteit in de eurozone op de koop toe.

Bezuinigen moet. Het moet van Europa, van de financiële markten en van kredietbeoordelaars. Maar partijen die stemmen willen winnen of behouden, kunnen met die boodschap bij hun kiezers niet aankomen. Populisten trekken zich van internationale druk niets aan. De Italiaanse coalitiepartij Lega Nord eiste deze week dat minister van Financiën Tremonti – wiens beleid als enige basis wordt gezien van de stabiliteit van Italië – de belastingen verlaagt. Het tekort mag omhoog, als het de Lega stemmen oplevert.

Al jaren wordt in de Europese Unie gepraat over de macht van nationale parlementen, die door de Europese integratie geleidelijk is afgenomen. Het Verdrag van Lissabon probeert daar voor het eerst formeel iets aan te doen door nationale parlementen de mogelijkheid te geven bezwaar aan te tekenen tegen EU-wetgeving.

Maar het is de schuldencrisis die nationale parlementen onverwacht een sleutelrol heeft opgedrongen. Als parlementariërs van Zuid-Europese landen weigeren bezuinigingen goed te keuren, is dat riskant voor de hele eurozone. En als Noord-Europese partijen geen steun willen geven aan zwakke eurolanden, dan is dat ook in díe landen nieuws.

De spanningen in de eurozone leiden in menig parlement tot het ‘debat over Europa’ waar commentatoren al jaren voor pleiten. Maar dat komt vooral ten goede aan eurosceptische partijen. Finland beleeft een moeizame kabinetsformatie door na de doorbraak van de Ware Finnen, die campagne voerden tegen steun aan Portugal. In Nederland stijgt de PVV in de peilingen met een campagne tegen steun aan Griekenland.

De traditioneel pro-Europese middenpartijen worden door de eurocrisis vooral klemgezet tussen ‘Europa’ en hun achterban. De kloof tussen gevestigde partijen en eurosceptische kiezers tekende zich al af bij de mislukking van de Europese Grondwet en de moeizame ratificatie van het Verdrag van Lissabon. In Frankrijk, Nederland en Ierland wezen bevolkingen in referenda verdragsteksten af waar grote partijen in meerderheid juist vóór waren. Nationale parlementen stemden toen, temidden van groeiend onbehagen, alsnog in met het Lissabon-verdrag.

Nu zitten volksvertegenwoordigers opnieuw in een spagaat, alleen ditmaal gaat het ook nog eens over geld. De pro-Europese boodschap aan het volk is opeens heel hard, direct en concreet: er moet geld bij voor Griekenland, maar er moet worden bezuinigd op de eigen gezondheidszorg. Het is een boodschap die, bijvoorbeeld, het CDA en de PvdA hoofdbrekens bezorgt.

Onder regeringen bestaat dan ook toenemende nervositeit over de grillen van de eigen parlementariërs. De Franse regering probeert parlementaire bemoeienis met de euro zoveel mogelijk te beperken. President Sarkozy wil de Europese begrotingsregels in de grondwet vastleggen. Maar zijn medewerkers hebben een geplande zitting hierover van het Franse Congres stilletjes afgelast. De kans op afwijzing is te groot. „Dit onderwerp is te ernstig om over te leveren aan een politieke strijd,” aldus een bron in het Elysée in Franse kranten.

Dit kapitalisme is gedoemd: pagina 34 en 35

Europese politieke unie: pagina 47