Ook van de jaren tien word je flink duizelig

Ze zijn er nog, strategen die vijf jaar vooruit durven te kijken. Donderdag kwam zakenbank Goldman Sachs met een periodieke bijstelling van de wisselkoersen in 2016. Gekkenwerk, zo lijkt het op het eerste gezicht. Het voorspellen van wisselkoersen is extreem lastig, zo niet onmogelijk. Er werken te veel factoren op in: van economische grootheden tot geopolitieke verhoudingen en gebeurtenissen. En een wisselkoers speelt niet simpel tussen twee valuta’s. Het gaat hier om een dynamisch systeem van onderlinge verhoudingen tussen een veelheid aan munten.

Heeft het zin om die vijf jaar vooruit te voorspellen? De wereld, zo heet het, is te complex geworden om te ver vooruit te plannen. Niet veel mensen hadden in juni 2006 kunnen voorzien dat we vijf jaar, een kredietcrisis en een dijk van een recessie later, midden in een bijna fatale Europese schuldencrisis zouden zijn beland. Of in juni 2001 dat Afghanistan en Irak vijf jaar later zouden zijn bezet in het kader van een Oorlog tegen Terreur nadat een groep terroristen met verkeersvliegtuigen de Twin Towers te gronde had gericht. Of in juni 1996 dat vijf jaar later een enorme internetzeepbel op de beurzen was opgeblazen én alweer leeggelopen.

In werkelijkheid is de wereld natuurlijk niet alleen recent te complex geworden om te voorspellen. Dat denken we maar omdat we er nu in leven. Maar lees een van de beste non-fictieboeken van vorig jaar, De Duizelingwekkende Jaren van Philipp Blom er eens op na, over de periode 1900 tot 1914. Toen woedde er een technologische en maatschappelijke revolutie waarbij ons internettijdperk echt verbleekt.

Het maken van toekomstscenario’s, vanaf de helft van de jaren zestig in zwang bij wat destijds de multinationals begonnen te worden genoemd, werd in 1994 in zijn toenmalige vorm al zo goed als ook dood verklaard door de managementgoeroe Henry Mintzberg in The Rise and Fall of Strategic Planning.

Tegelijk is het voor bedrijven of overheden moeilijk om geen strategie te bepalen voor de langere termijn, en die kan op zijn beurt weer niet zonder aannames. Wisselkoersen worden dan extra interessant, juist omdat in wezen de hele wereld in hen samenkomt. Goldman Sachs heeft bovendien een naam op te houden in fundamenteel onderzoek op dit gebied.

Wat voorspellen ze voor 2016? Allereerst een dollar-eurokoers van 1,18 dollar per euro. Dat is vrijwel exact de koers waarop de euro in 1999 zijn leven begon, en houdt in dat de euro tegen die tijd met een zesde in waarde is gedaald tegenover de dollar, vanaf het huidige niveau van 1,42.

Interessanter is de voorspelde koers van de Chinese yuan. Die is nu 6,48 yuan per dollar, en gaat naar 5,50 yuan per dollar. Dat is een appreciatie van 15 procent voor de Chinese munt. Voor de euro zijn de gevolgen dus extra groot: onze munt zakt met bijna een derde tegenover die van China, tal van andere Aziatische landen, en ook Brazilië. De onderliggende boodschap is duidelijk: de opkomende economieën worden koopkrachtiger. Niet alleen productie ter plekke, maar ook export naar die gebieden wordt fors aantrekkelijker én winstgevender.

Een strategische planner oude stijl zou het dus wel weten: vol inzetten op China. Maar niemand minder dan de econoom Nouriel Roubini, die sterstatus verwierf door zijn prognose van de kredietcrisis, zei twee weken geleden juist dat dat land na 2013 een economische crash zal beleven, met name als gevolg van overinvesteringen. Wat te doen? Plannen. Want duizelig word je toch. Ook nu.

Maarten Schinkel