Oerol is bamboemuziek en Jefferson Airplane

Op het Festival Oerol klinken strijdvaardige woorden over de cultuurbezuinigingen. Maar ook windfluiten, trommels en zeegeruis.

„Ik geloof het niet”, zei artistiek directeur Joop Mulder gisteravond bij de opening van het jubilerende Festival Oerol 2011. „Ik geloof niet dat het kabinet op Oerol zal bezuinigen. En als de stekker er toch uit gaat, dan heeft de overheid een probleem: dan moeten er volgend jaar nieuwe verkiezingen komen. Anders maken wij de Grote Verkiezingsshow. Want zoveel tienduizenden mensen steunen Oerol, dat mag en kan Den Haag niet ontgaan.”

Strijdvaardig en optimistisch: dat is de toonzetting van het theater- en muziekfestival dat dit jaar dertig jaar bestaat. „Na dertig jaar begint de toekomst pas echt”, aldus Mulder. „Jonge theatermakers zijn hier begonnen en tot volwaardige talenten uitgegroeid. Met ons nieuwe initiatief, Atelier Oerol, geven we aankomende talenten een kans, zoals we al dertig jaar doen.”

Oerol heeft onder de festivals een voorbeeldfunctie. Een breed publiek bezoekt het festival, bovendien is Oerol een toonbeeld van cultureel ondernemerschap: het genereert 70 procent eigen inkomsten. Mulder ging tijdens zijn openingstoespraak niet in op zijn eerder gedane uitspraak dat hij het festival „na 2012 wil opheffen wegens de aangekondigde bezuiniging”. Hij zei: „In Den Haag krijgt niemand Oerol klein.”

Tijdens de openingsvoorstelling Harmonic Fields kwam een extra element aan bod: het theater in samenhang met de natuur. Onder de noemer Tien dagen het geluid van een eiland spelen zich tal van voorstellingen af waarin strand-, vogel en zeegeluiden de boventoon voeren. In samenwerking met Staatbosbeheer (SBB) krijgt Oerol de beschikking over een uitgestrekt nieuw duingebied, waar eerst een monotoon woud van zeedennen stond. Staatbosbeheer herschiep het tot een authentiek duinlandschap. Het Franse gezelschap Lieux Publics plaatst hier op duintoppen en in valleien tientallen installaties waarin de wind de muzikant is. Het zijn vogelverschrikkers uit alle werelddelen die op betoverende wijze harmoniëren met de omgeving. Heldere Balinese klanken zingen en tingelen naast melancholieke Japanse tonen. Er zijn windfluiten van bamboe en trommels waarin de wind sonoor waait. De installaties roepen het fantasievolle werk van Jean Tinguely in herinnering. De titel, Harmonic Fields, bewijst dat Oerol steeds meer opschuift naar een festival dat rust op twee pijlers: cultuur en natuur. Volgens SBB-boswachter Remi Hougee van Terschelling gaat zowel zijn organisatie als Oerol „zwaar weer tegemoet”. Samenwerking kan leiden tot „wederzijdse inspiratie”. „Beide organisaties zetten zich in voor twee kernwaarden voor de mens: natuur en cultuur”, aldus Hougee.

Dat niet alleen natuurgeluiden het festival overheersen, blijkt uit de soundscape die regisseur Karina Kroft meegeeft aan haar regie van Hiroshima mon amour van Marguerite Duras: de opzwepende muziek van popgroep Jefferson Airplane jaagt actrice Johanna ter Steege op tot schitterend spel in haar monoloog over een gepassioneerde liefde. Dat is Oerol: Jefferson Airplane en bamboemuziek.

Azië is sterk vertegenwoordigd met de voorstelling Peking Opera door de Staatsopera uit Beijing, opgevoerd in een circustent in Oosterend. Heel het dorp is getransformeerd tot een Chinese wijk. De opera grijpt terug op de eeuwenoude traditie van Koning Aap die verlichting bereikt. Begeleid door percussie, gongs en traditionele Chinese instrumenten verbeeldt de opera de kracht van muziek, gesteund door rijk gekostumeerde dansers.

Inl: www.oerol.nl. T/m 26/6