Mijn vrienden vinden me heel principieel, vrees ik

Ahu Sahin (30) is D66-raadslid in Amsterdam en advocaat bij VMW Taxand. „De extra uren die ik had kunnen maken om mijn bonus te krijgen, heb ik aan me voorbij laten gaan.”

Twee banen

„Het is heel zwaar, de politiek. Zeker in combinatie met de advocatuur. De burgemeester, Eberhard van der Laan, zei tegen me: ‘Pas je wel op jezelf?’ Hij heeft zelf ook raadswerk gedaan als advocaat, dus hij weet hoe zwaar het is.

„Nu ik een jaar in de gemeenteraad zit, kan ik mijn twee banen stukken beter combineren. Ik weet nu dat ik niet altijd tot in detail dingen hoef voor te bereiden. Ik weet dat het vaak om de grote lijnen gaat in de politiek.

„Maar ik werk nog steeds hard, bijna zeven dagen in de week. Doordeweeks heb ik elke avond wat; bijeenkomsten, vergaderingen, advocatenpraktijk, in het weekend stukken voorbereiden voor mijn raadscommissies. Zondagmiddag ben ik vrij, dan doe ik boodschappen en maak ik mijn huis schoon. Maar ik ontspan ook wel, hoor. Ga ik een een avondje dansen, met vriendinnen op dancemuziek in de Westergasfabriek.

Up or out

„In de advocatuur is het gebruikelijk dat je begint als advocaatstagiair en opklimt naar medewerker, seniormedewerker, en uiteindelijk word je partner. Het is up or out. In november ben ik overgestapt van een middelgroot advocatenkantoor naar dit grotere kantoor, omdat hier meer van je wordt geëist.

„Er is meer concurrentie in het bedrijf, maar daar word je sterker en beter van. Dat er meerdere mensen voor dezelfde plek gaan, betekent dat niet iedereen kan winnen. Dat vind ik niet erg. Ik vind het niet erg om op m’n bek te gaan. Als er een betere collega is, dan is dat maar zo. In het begin, als je wat jonger bent, is het lastig om met concurrentie om te gaan. Maar als je zelfvertrouwen blijft houden, je werk goed doet en je afsluit voor negativiteit, kom je er wel.

„Als ik last heb van negativiteit haal ik mijn schouders op. Ik heb een groot relativeringsvermogen. Dat komt denk ik doordat mijn vader overleed toen ik 17 was. Sindsdien weet ik wat echt belangrijk is; dat het goed gaat met mijn dierbaren.”

D66

„Mijn leraar geschiedenis kon altijd leuk vertellen over politiek. Hij was stadsdeelvoorzitter van Bos en Lommer voor de PvdA. Hierdoor stemde ik in het begin ook op de PvdA. Zij wilden opkomen voor sociaal zwakkeren, dat vond ik mooi. Ik had me nooit verdiept in andere partijen, tijdens mijn studententijd ontdekte ik dat ik eigenlijk een liberaal ben. Ik kreeg Europees recht en leerde dat Europa belangrijk is voor vrede en veiligheid. Ik ontdekte dat ik niet ben voor overheidsinmenging in de persoonlijke levensfeer. Bovendien zijn liberalen per definitie sociaal, want ze gaan uit van de eigen kracht van mensen. Kort daarna werd ik lid van D66; ook omdat het een onderwijspartij is.

Nummer twee

„In 2009 heb ik voor de partij campagne gevoerd tijdens de Europese verkiezingen. Ik heb daar ontzettend veel tijd ingestoken. De extra uren die ik in de advocatuur had kunnen maken om mijn bonus te krijgen, heb ik aan me voorbij laten gaan. Als je dan de grootste wordt, is dat een kik. Op de een of andere manier viel ik op. En toen zeiden mensen: ‘Waarom kandideer je je niet voor de gemeenteraad?’ Niet wetende dat ik zo hoog op de lijst zou komen. Ik ben begonnen als nummer vier en ben uiteindelijk de nummer twee geworden.

Mannenwereld

„In mijn portefeuille zitten onderwijs, ruimtelijke ordening en grondbeheer. Ik wilde graag een harde, zware portefeuille omdat vrouwen altijd de zachte portefeuilles krijgen. Dat geldt ook voor mijn advocatenwerk. Mijn vakgebied, het ruimtelijk bestuursrecht, is vrij politiek en ingewikkeld. Vooral vastgoed, dat is een mannenwereld. De advocatuur is conservatief, maar er begint verandering in te komen. Gelukkig merk ik niets van dat conservatisme binnen mijn kantoor. Tijdens mijn partnerschap zou ik het misschien meer kunnen gaan merken, nu ben ik nog jong en heb ik geen kinderen.

„De advocatuur is ook wit, vooral de grote kantoren. Als ik op een advocatenborrel sta, is het er helemaal wit. Maar ik ben niet anders gewend, dus ik ben er niet mee bezig. Ik voel me niet anders dan mijn volbloed-Nederlandse collega’s. Ik werd pas geconfronteerd met mijn Turkse achtergrond toen ik de politiek in ging. De eerste vraag die de pers mij stelde was: ‘Wat vind je ervan dat er zo weinig Turkse mensen op de lijsten staan?’ Wat moet ík daar nou van vinden?”

Citotoets

„Op de basisschool kreeg ik een mavo-advies. Terwijl mijn Citotoets een havo/vwo-uitslag had en mijn schoolprestaties ook dat niveau hadden. Het argument was dat mijn ouders niet voldoende Nederlands spraken om me te helpen met mijn huiswerk. Nou, daar was ik het niet mee eens. Ik heb daar op die ouderavond mijn eerste pleidooi gehouden. Ik weet nog precies hoe ik daar stond; heel emotioneel.

„Ik heb de docent overtuigd, maar herinner me nog goed de frustratie die ik voelde. Vooral omdat er kinderen waren die een lagere Citoscore hadden, maar een hoger advies kregen omdat zij zogenaamd wel hulp thuis hadden. Dit gebeurt nog steeds, vergis je niet. Daarom ben ik zo gepassioneerd als het gaat om kinderen en onderwijs.”

Grote zus

„Ik heb een heel bijzondere band met mijn broertje; ik zou mijn leven geven voor hem. Hij is slechts twee jaar jonger, maar ik heb altijd het gevoel gehad dat ik hem moest beschermen omdat ik de grote zus ben. Heel grappig: hij wilde per se bij mij in de buurt een huis kopen. Terwijl we elkaar niet eens zoveel zien, maar wel veel spreken; we sturen elkaar elke dag een smsje. Als ik het even niet meer zie zitten, stelt hij me meteen gerust. Daar haal ik heel veel vertrouwen uit.

„Als ik vrijwillig lesgeef op de IMC weekendschool in Amsterdam-Noord merk ik dat die kinderen van verschillende afkomst me zien als grote zus, als voorbeeld. Soms haal ik twee, drie kinderen op met de pont in Noord en neem ze mee naar het stadhuis op het Waterlooplein. Ze vertellen me dat ze alleen het Buikslotermeerplein in Amsterdam-Noord kennen, terwijl het ras-Amsterdammers zijn, geboren in het AMC. Dat is echt een verschil met kinderen die opgroeien in een gezin waar alles is en die met hun ouders naar musea gaan. Deze kinderen een dag iets anders laten zien, geeft mij voldoening.”

Wilders

„De rechtszaak tegen Geert Wilders is een mediaproces. Maar ik heb alle vertrouwen in de rechters en de rechtstaat. Als je mij vraagt of ik vind dat deze zaak gevoerd had moeten worden, zeg ik nee. Een politicus moet in de Tweede Kamer aangepakt worden. Ik vind het lastig mensen om hun mening te vervolgen, tenzij het gaat om aanzetten tot haat of geweld. Dat vind ik wat anders dan wat Wilders zegt. Maar ik ben het niet met hem eens, laat dat duidelijk zijn.

„Ikzelf voel de verharding in de maatschappij niet. Ik laat me niet uit het veld slaan. Je moet kunnen incasseren. Dat zeg ik ook tegen mijn leerlingen van de weekendschool. Incasseren betekent: niet in een slachtofferrol schieten. Het lijkt alsof het makkelijk is voor mij om dat te zeggen, maar ik heb ook hard moeten werken. Er is heus over mij gedacht: oh, daar heb je haar weer, die Turkse. Ik ontken niet dat er vooroordelen zijn, maar bij de pakken neerzitten heeft geen zin.”

Principieel

„Mijn vrienden vinden me heel principieel, vrees ik. Ik wil geen concessies doen in bepaalde standpunten. Zoals mijn initiatief voor het onafhankelijk maken van de bezwaaradviescommissie van de gemeenteraad. Daar ben ik voorzitter van. Als een burger bezwaar maakt tegen de overheid, dan moet diezelfde overheid daarover adviseren. Ik hoop dat mijn initiatief door de gemeenteraad komt. Zo niet, dan stap ik op als voorzitter. Als je staat voor een correcte overheid, moet je eerst naar jezelf kijken.

„Dat geldt ook voor rechtsongelijkheid. Staatssecretaris Fred Teeven wil de pro-deovergoeding voor advocaten afschaffen. Terwijl in alle regelgeving, ook de Europese, staat dat een verdachte al tijdens het verhoor recht heeft op bijstand van een advocaat. Dus als je rijk bent of rijke ouders hebt, kun je je die bijstand veroorloven en als je arm bent niet. Hier is sprake van grote ongelijkheid in de rechtspositie van mensen. Ik vind dat niet kunnen.”

Passie

„Ik noem mezelf geen politicus. Het is me overkomen en ik begin het nu pas leuk te vinden. Voor mij is het belangrijk om vast te houden aan de advocatuur. De politiek is een bonus, de advocatuur is mijn anker. Als de politiek over drie jaar ophoudt, heb ik daar vrede mee. Dan zoek ik weer iets anders waar ik met veel passie tegenaan kan gaan.”