Mijn vorming gun ik elk talent

Marlene Dumas:De vraag moet niet zijn wat gaan wij nu doen, maar wat vinden wij van de oorzaken van de bezuiniging? Het lijkt erop dat door verdachtmaking en minachting in kunst een zondebok is gevonden, een afleidingsmanoeuvre om de ware aard van de kredietcrisis te vergeten. We kwamen niet in een crisis omdat er te veel kunstenaars en instellingen zijn, maar omdat de financiële sector te veel risico’s heeft genomen met geld van anderen. Ik heb steun aan de kunsten nooit als een recht beschouwd, wel als een voorrecht. Bevoorrecht is een gemeenschap die waardering heeft voor dat waarvan de kwaliteit niet direct zichtbaar is. De afwegingen die gemaakt zijn bij de bezuinigingen zijn desastreus voor een gezonde ontwikkeling van de cultuur. Want wanneer men onkunde als winst beschouwt, verarmt een beschaving. Onze democratie is ook ingericht om impopulaire zaken te beschermen.

De waarde van de kunsten kan niet alleen met de economische lat gemeten worden. Toch gebeurt dat nu. Als alleen de marktwerking van kunst nog van belang is, dan bedroeft het me om in die hoofdprijs te vallen. De prestigieuze instellingen vinden veel makkelijker private sponsors dan kleine en experimentele. Daarom is het een politieke noodzaak juist innovatieve instituten te beschermen.

Zelf heb ik na mijn BA Fine Arts in Zuid-Afrika gekozen voor het unieke kunstenaarsinstituut De Ateliers. Op die plek ben ik gevormd door confrontatie met meerdere visies van belangrijke kunstenaars. Hier heb ik de gelegenheid gekregen tot een persoonlijk kunstenaarschap te komen. Deze vorming gun ik elk jong talent. Daarom ben ik als begeleider gepassioneerd verbonden aan De Ateliers.

Hoewel ik zelf niet direct subsidie geniet, ben ik mij ervan bewust dat mijn huidige positie mede is bepaald door de overheidssteun aan deze instelling, zoals later mijn museale presentaties in binnen- en buitenland mede met overheidssteun tot stand kwamen. De bezuinigingen raken mij niet direct financieel, wel emotioneel. Net als iedere belasting betalende Nederlander raakt het mij in de beperking van het culturele aanbod van vooral jongeren.

Ik spreek niet namens de hele kunstwereld. Een antwoord wordt bepaald door een vraag. Kunstenaar zijn is ‘zelf vragen stellen’. Het is mooi meegenomen als iedereen die van je houdt ook voor je wil betalen. Maar wie de geschiedenis kent, weet dat de waan van de dag niet altijd het oordeel van de tijd overleeft.

Kunst is verbeelding. Dit impliceert een proces van experimenteren en innoveren, met vallen en opstaan. Omdat kunst zich bezighoudt met de gelaagdheid van de werkelijkheid is het moeilijk om te reageren op een jargon dat heel anders met begrippen omgaat. En als we onze stem willen laten horen, worden brieven vaak niet gepubliceerd in de media. Mij wordt gevraagd een opbouwend antwoord te formuleren, terwijl de overheid afbreekt wat ik wil behouden.