Intimidatie, agressie en botheid op het werk

Titel: Intimidatie op het werk

Auteur: Marie-France Hirigoyen

Uitgever: Wereldbibliotheek

ISBN 9028422889, 336 blz, 22,50 euro

Morele intimidatie is kwaadwillig. Met plagen of pesten op het werk heeft het intrigerende fenomeen dat de Franse psychiater Marie-France Hirigoyen beschrijft nauwelijks te maken. Morele intimidatie is regelrechte psychische terreur, schrijft zij in haar boek Intimidatie op het werk. Terreur die op de werkvloer steeds vaker voorkomt en bij werknemers ernstige psychosomatische stoornissen veroorzaakt. Op termijn kunnen de gevolgen verwoestend zijn. Het leidt tot depressie, slapeloosheid en soms tot zelfmoord.

Morele intimidatie op het werk houdt in dat iemand langzaam en stelselmatig kapot wordt gemaakt, schrijft Hirigoyen. Werknemers worden voortdurend vernederd. Druk wordt uitgeoefend om onmogelijke prestaties te leveren. Mensen worden op slinkse wijze van hun collega’s geïsoleerd of bij voortduring openlijk aangevallen. Het zijn enkele voorbeelden uit een bloemlezing aan praktijkgevallen die Hirigoyen in Frankrijk en de Verenigde Staten heeft onderzocht.

Hirigoyen definieert morele intimidatie op het werk nadrukkelijk als elke verkeerde handelwijze die stelselmatig voorkomt en schade toebrengt aan de psychische of fysieke integriteit van een persoon. Daardoor verslechtert het werkklimaat en komt de baan van de werknemer in gevaar. Meestal zijn het leidinggevenden die deze vorm van agressie uitoefenen. Maar anders dan bij ‘mobbing’, waarbij een persoon openlijk en collectief wordt gekweld, is morele intimidatie volgens de Franse psychiater een subtiele en moeilijk te bewijzen vorm van psychisch geweld.

Is de korte ‘affaire’ die Dominique Strauss-Kahn, de gevallen topman van het Internationaal Monetair Fonds (IMF), bleek te hebben gehad met een medewerker bij het fonds, hiervan een voorbeeld? De kwestie kwam aan het licht in het kielzog van de vermeende verkrachting van een kamermeisje in New York.

De vrouw, een Hongaarse econome die bij het IMF werkte, beweert van wel. „I was damned if I did and damned if I didn’t”, liet ze weten. Strauss-Kahn had zijn macht gebruikt om „intiem” te worden met zijn ondergeschikte, stelde ze. De Hongaarse nam haar ontslag nog voordat de onderzoekscommissie van advocaten, die het IMF-bestuur destijds had ingesteld, tot de slotsom kwam dat Strauss-Kahn zich niet aan machtsmisbruik schuldig had gemaakt.

Hirigoyen waarschuwt er voor niet alle vormen van intimidatie over één kam te scheren. Seksueel geweld, dat onder het wetboek van strafrecht valt, overbelasting door stress of een openlijk arbeidsconflict zijn voor haar geen vormen van morele intimidatie.

Tegelijkertijd noemt ze het onderscheid tussen morele en seksuele intimidatie theoretisch, want in de praktijk gaat vaak het een over in het ander.

Volgens Hirigoyen heeft zo’n 2 procent van de werknemers last van seksuele intimidatie op de werkvloer. De groep die gekweld wordt door morele intimidatie is vijf keer zo groot. De schrijfster sprak ook met de daders en leidinggevenden, want in meeste gevallen beschrijft ze geestelijke mishandeling door het management. Hoe hoger in de hiërarchie van een bedrijf of organisatie, en dus op de sociaal-culturele ladder, hoe geraffineerder en perverser de agressie volgens haar is.

Ze noemt in haar boek twee oorzaken van psychisch geweld op het werk. Er zijn de narcistische persoonlijkheden, die zich zelfverzekerd en egocentrisch gedragen maar innerlijk heel onzeker zijn. Voor hun zelfbewustzijn hebben zij voortdurend bevestiging nodig. Ze reageren op kritiek van ondergeschikten en op vermeende concurrentie met afgunst en kwaadaardigheid.

Een tweede oorzaak is de veranderde structuur op de arbeidsmarkt met onzekere en tijdelijke arbeidscontracten een toenemende dreiging van werkloosheid. Gevolg? In veel bedrijven wordt de inzet van macht en rivaliteit de norm.

Angst is volgens de Franse psychiater een essentiële motor van morele intimidatie, want angst leidt tot agressie. Mensen zijn bang voor hun baan en slaan terug nog voor ze zelf zijn aangevallen. Dit geldt voor zowel werknemers als leidinggevenden. De vrees om taken niet aan te kunnen, om de chef niet te bevallen. Angst voor verandering, angst voor fouten waardoor ontslag dreigt.

Angst draagt bij aan uniformering van werknemers waardoor leidinggevenden ongebreideld hun gang kunnen gaan. Werknemers worden soms zo geïntimideerd dat ze uit zichzelf opstappen. Bij reorganisaties, zo stelt Hirigoyen, is morele intimidatie dan ook een beproefd middel om van werknemers af te komen die anders lastig ontslagen kunnen worden.

Hirigoyens boek is prikkelend en pakkend geschreven. Zij draagt talrijke voorbeelden aan uit haar onderzoeken. Daaruit blijkt dat jongeren onder 25 jaar, alleenstaande vrouwen en oudere werknemers met een onzekere positie veelal het mikpunt zijn. Het boek is een hartstochtelijk pleidooi voor respect op de werkvloer. Hirigoyen wil tegenwicht bieden aan de ruwere omgangsvormen in veel bedrijven. Want botheid en intimidatie leiden tot onderling wantrouwen. Veranderingen en creativiteit worden afgeremd en geblokkeerd – terwijl beide aspecten juist hard nodig zijn om bedrijven te versterken in de slag om de toekomst.

Michèle de Waard