Integreren moet je eerst leren

Het kabinet vindt dat migranten zelf moeten zorgen dat ze integreren. In speeltuin Millinx weten ze dat dat soms te veel is gevraagd. „Er zijn er die een zetje nodig hebben.”

Speeltuin Millinx is zo’n plek waar de integratie geslaagd is. Althans, als de integratie geslaagd is als iedereen meedoet. In speeltuin Millinx, in de Rotterdamse Millinxbuurt, speelt iedereen met elkaar. Kinderen van Antilliaanse, Marokkaanse, Turkse, Surinaamse en autochtone komaf.

Niet alleen de kinderen, ook de volwassenen integreren. Ze zitten aan de picknicktafels en de bankjes. Of ze drinken binnen in het gebouwtje met de speeltuinbeheerders een kop koffie.

De Millinxbuurt in Rotterdam had misschien een slechte naam, zegt beheerder Anja van Grinsven (55). Ze is net als de andere beheerders te herkennen aan een knalblauwe fleece-trui. „Maar iedereen gaat hier met elkaar om. Het is net een dorp. Als ik de lamellen ‘s morgens niet open doe, wordt er aangebeld. ‘Buurvrouw, alles in orde?’” Dat kan haar Kaapverdiaanse buurvrouw zijn of haar Turkse overbuurvrouw. „We letten op elkaar.”

Maar dat gaat niet vanzelf, denkt Anja van Grinsven. Ze vindt het kabinetsbeleid op het gebied van integratie, maar niks. Ze had nog niet gehoord van de integratienota die minister Donner (Binnenlandse Zaken, CDA), eind deze week naar de Kamer stuurde. Maar als ze verneemt wat erin staat, verbaast haar dat niet. Immigranten zijn zelf verantwoordelijk voor hun integratie in de Nederlandse samenleving. „Tja, dat is wel zo’n beetje de tendens, ja.” Slim vindt ze het niet. „ Natuurlijk is iedereen verantwoordelijk voor zichzelf. Maar er zijn er die een zetje nodig hebben.”

Het kabinet wil ook het specifieke doelgroepenbeleid afschaffen. Verschillende belangenverenigingen vrezen voor hun bestaan. In de speeltuin worden geen activiteiten voor specifieke etnische doelgroepen georganiseerd - iedereen is welkom. Maar de activiteiten trekken wél een specifieke doelgroep. Zo is de sportles voor vrouwen geliefd bij Turkse dames. De fietslessen op het nabijgelegen Afrikaanderplein worden bezocht door allochtone vrouwen. „Als je dat afschaft”, zegt Anja van Grinsven, „krijg je weer allemaal groepjes. Dan trekt iedereen zich weer terug achter zijn eigen voordeur.”

Van Grinsven is vrijwilliger, net als ‘Huipie’ (Huibertje) Versluis (51) en Tamara Scholten (27). Je hebt hier een brede taak, zegt Tamara. Ik zorg dat het goed gaat in de speeltuin, maar ik ben ook opvoeder. „ Als hier een kind binnenkomt dat roept: ‘Snoep!’, dan leg ik uit dat het moet zeggen: ‘Ik wil graag een snoepje kopen.’ Daarnaast is ze een soort maatschappelijk werkster. „Als de moeders je kennen, vertellen ze alles. Ook hun problemen.”

Integratie kan niet zonder hulp, vinden ze alledrie. Dat is vragen om moeilijkheden. „Je kunt wel zeggen, ik geef geen geld meer voor specifieke groepen”, zegt Tamara Scholten, „maar als ik activiteiten gedurende de zomervakantie organiseer, dan ís dat voor een specifieke groep. Het is voor de kinderen van wie de ouders het niet makkelijk kunnen betalen.”

Trouwens, zelfs voor de activiteiten voor de kinderen in de zomervakantie, is het lastig om geld te krijgen van de deelgemeente Charlois. Ze somt het lijstje op. Ze wil met de kinderen naar de kinderboerderij, een keer picknicken in de speeltuin, een dagje naar het zwembad, naar een ouderenopvang met mandjes fruit, een middag knutselen, zelf T-shirts versieren en dan een mode-show houden, een tafeltennistoernooi. 2.000 euro vraagt ze.

Het groepje jongeren dat in een hoek achter de Xbox zit, joelt. ‘We willen ook een dag naar een pretpark.’ Tamara zucht. „Weten jullie wel wat dát kost?”

Buiten keuvelen drie Turkse vrouwen met elkaar. Twee hebben een inburgeringscursus gevolgd, een nog niet. Het Nederlands is toch nog lastig. Een dochter vertaalt af en toe. De vrouwen zouden best fietsles willen krijgen. Ze kunnen wel rechtop blijven, maar zijn angstig in het verkeer. Yasemen Korkmaz heeft twee jaar zwemles gehad. „Alleen met vrouwen, dat vind ik prettiger.” Het was flink gesubsidieerd. Ze betaalde 150 euro voor een heel jaar les. Dat was ook de reden dat ze het kon doen. „Ik heb vier kinderen, alleen mijn man werkt. Dan kan je alleen iets extra´s doen, als het niet te duur is.”

Een jonge vrouw: „Als iedereen verantwoordelijk wordt voor zijn eigen integratie, dan moeten ze de belasting verlagen!”