In staat van ontbinding

Monique Snoeijen schrijft de soundtrack van haar leven. Deze week: het huisje.

Er zijn echtparen die bij elkaar blijven voor de kinderen. Zelf ben ik nog een paar jaar gebleven voor het huisje.

Het huisje is een oud Frans cafeetje tegenover een kerk, het valt in de categorie ‘rustiek gelegen, moet nog wel iets aan gebeuren’ en heeft een naam: ‘A la réunion des amis’.

Aanvankelijk was het een spookhuisje. Het werd al bijna dertig jaar bewoond door marters en er was geen elektriciteit of riolering. Wij, de nieuwe bewoners, poepten in het begin in een pannetje en leefden bij kaarslicht. Maar met de hulp van de burgemeester en de boer naast ons – en heel veel liters sterke koffie en eau de vie – werd het cafeetje een droomhuisje met gas en licht, een septic tank en taxe d’habitation. Het huisje vulde zich met vrienden en familie, met tafels vol worsten, kazen en wijn en sterke verhalen tot diep in de nacht.

Een huisje kan als een minnaar zijn. Het kan een betere versie van jezelf tevoorschijn halen: iemand die geduldig is met de kinderen, aandacht aan de maaltijd besteedt, een ezelin van de slacht redt, een lapje grond centimeter voor centimeter op bramenstruiken herovert, en – zonder een kik te geven – tripes eet met de naar ammoniak riekende buren.

Nu is het nogal makkelijk een betere versie van jezelf te zijn als er geen ontvangst is voor mobiele telefoon en computer, als de man een schuurtje heeft om gemotoriseerde uitvindingen te doen en de kinderen hun tijd noodgedwongen verdelen tussen trampoline springen, taarten bakken en rijden op de shetlander waar hun kinderen later ook weer op zullen rijden.

En het fijne van zo’n huisje: het is er altijd. Ook als je in Nederland in de stromende regen naar je werk fietst. Dan weet je hoe zo’n dreigend wolkendek je vierhonderd kilometer verderop gek van geluk kan maken. En als het in de stad miezert, hoef je je ogen maar dicht te doen om te ruiken hoe die zachte nevel de geur van houtvuur dragen kan.

Maar wat moet je met zo’n huisje als de liefde er niet meer woont? Als er alleen nog maar emptiness is en memories of what we had before. Als de marters weer bezit hebben genomen van de rommelige hoekjes. Als je de buren niet meer onder ogen durft te komen, omdat je jaren lief en leed met elkaar deelde – en er is veel leed op het platteland – maar nu tot hun verrassing opeens gescheiden bent. Wat als de trampoline langzaam overwoekerd raakt en de bakstenen in de voorgevel beginnen te rammelen als tanden in een oud mannengebit? En als je zelf niet klussen kunt – wat dan?

De ex trekt er nu met een trosje potige kerels naartoe om orde op zaken te stellen. En ik vrees voor mijn antieke glaasjes van de brocante. En voor mijn peer. Die zal inmiddels wel niet goed geworden zijn. Mijn peer zat in een kristallen karaf met eau de vie poire williams. En als hij maar altijd in alcohol ondergedompeld zou zijn, dan zou hij een eeuwigheid knap blijven. Dus telkens als hij dreigde droog te vallen, begoot ik hem met eau de vie. Hoezo had ik geen groene vingers? Die peer zou samen met mij het graf in gaan.

Maar laatst heeft iemand – ik noem geen namen – de bodem van de fles geraakt zonder hem bij te vullen. Over een paar weken ga ik kijken in welke staat van ontbinding mijn peer – en de rest van het sprookje – verkeert. De geest is vrees ik uit de fles.