Ik pleit voor meer lef, geen branie of zelfoverschatting

Deze maand is Herman Bolhaar (55) begonnen als voorzitter van het college van procureurs-generaal. Het Openbaar Ministerie moet ‘slim, snel en zichtbaar’ opereren. En: ‘Werken is meer dan geld verdienen’.

Herman Bolhaar (55 jaar) is „een Philishave”. De nieuwe baas van het Openbaar Ministerie (OM) is „messcherp en scheert gladder dan glad”. De karakterisering komt van Harm Brouwer, die op 1 juni opstapte als voorzitter van het college van procureurs-generaal. Hij maakte de vergelijking op zijn afscheidsfeestje in de Ridderzaal.

In zijn werkkamer in Den Haag kijkt Bolhaar – blauwe stropdas vol kleine gele teckels – hoogst verbaasd als die typering ter sprake komt. De procureur-generaal stond weliswaar te luisteren naar de toespraak van zijn voorganger, maar aanprijzingen over een scheerapparaat zijn hem ontgaan. „Dat heb ik niet goed gehoord.”

Bent u het eens met de beschrijving?

„Ja, ik hou er van om scherp te zijn. Ik ben niet van de botte bijl.”

Brouwer noemde u ook ‘het beste afscheidsgeschenk’ dat hij zich had kunnen wensen. Dat moet overdrijving zijn?

„Ik weet dat hij het erg meent. Harm is degene die mij in 2004 belde met de vraag of ik interesse had om procureur-generaal te worden. Het was de tijd na de mislukte vervolging van militair Eric O. [een marinier die werd vervolgd wegens het lossen van een fataal waarschuwingsschot in Irak, red.] en de veroordeling van een onschuldige man voor de Schiedammer Parkmoord. Het OM verkeerde in een totaal isolement. We moesten op zoek naar verbinding met de samenleving. Ik heb met iedereen gesprekken gevoerd, van wetenschappers tot advocaten. Ik ben tot in Bosnië en Afghanistan geweest om de verhouding met Defensie te verbeteren. Daar heten die gesprekken overigens nog steeds de Bolhaarsessies. Ik heb me ook ingezet voor versterking van het OM. Nieuwe methoden en technieken moesten worden eigen gemaakt. Op forensisch gebied, het onderzoek in strafzaken, veranderden dingen waar we geen weet van hadden. Nieuwe ondervragingstechnieken, het horen van getuigen, psychologie en tegenspraak. Er kwam ook meer oog voor vaardigheden. Hoe houd je een goed requisitoir?”

In de niet aflatende stroom loftuitingen prees Brouwer ook Bolhaars „conceptuele manier” van denken. „In een aantal opzichten heeft hij het OM meer te bieden dan ik”, zei hij in het justitieblad Opportuun.

Klopt dat?

„ Ik ben steeds op zoek naar alternatieve manieren van werken. Maar ik ben weer niet iemand die altijd een uitmuntend, sluitend, conceptueel en theoretisch doorknede visie weet te geven. Ik ben erg praktisch ingesteld.”

De man die de komende zes jaar de voornaamste aanklager van het land zal zijn, is zoon van een autodealer. Zijn vader verdiende op de Veluwe de kost als bedrijfsleider bij een Ford-garage. Een veeleisende betrekking. Koopcontracten werden thuis getekend en als een auto in het weekeinde haperde werd er bij de Bolhaars aan de Populierenlaan in Epe aangebeld. „Ook ’s avonds om elf uur.” Door die achtergrond heeft de magistraat naar eigen zeggen geleerd om klantgericht te denken.

Op zijn achttiende begon Bolhaar een studie aan de Koninklijke Militaire Academie in Breda. Het was, zegt hij, een logische keuze voor een jongen die opgroeide in een decor van legerkazernes en militaire oefenterreinen. „Officier bij defensie leek me een uitdagend vak. Geen doorsneekantoorbaan maar omgang met gevaren en buiten actief zijn.”

Maar het vooruitzicht te worden opgeleid tot officier bleek al snel minder aantrekkelijk. Nog voor de Kerst verhuisde Bolhaar naar Nijmegen voor een studie rechten. „Ik kon niks anders. Ik had een echt alfa-vakkenpakket en met rechten kon je nog alle kanten op. Er ging trouwens al snel een wereld voor me open.”

Het romantische ideaal dat Bolhaar had van werken in de krijgsmacht, lijkt op het beeld dat hij onlangs schetste van het Openbaar Ministerie. Op een besloten tweedaags congres in Rolduc, waar hij vorige maand voor het eerst als aanvoerder zo’n vierhonderd aanklagers toesprak, zei Bolhaar: „Officier van justitie word je omdat je iets wilt doen tegen onrecht.”

Werken is meer dan geld verdienen?

„Ja, ik vind het belangrijk maatschappelijk iets te betekenen. Opkomen voor rechtvaardigheid is een drijfveer. Als lid van het OM heb je contacten met alle lagen in de maatschappij. Je bent iedere dag met je vak bezig. Zeven dagen in de week, 24 uur per dag. Die drive moet je ook echt voelen, anders vind je het niet leuk. Dit is geen reguliere baan.”

Officier van justitie is een roeping?

„Dat vind ik te zwaar. Roeping klinkt me te metafysisch. Het gaat mij om de uitdaging een bijdrage te kunnen leveren aan de samenleving. Ik heb een fase gehad waarin ik me oriënteerde in de wereld van consultancy. Maar toen kwam ik erachter dat alleen het adviseren zonder echte verantwoordelijkheid te nemen voor beslissingen, mij niet erg aantrok. Doordat ik veel van functie wisselde binnen het OM en kriskras door het land ging, ben ik fris gebleven.”

Voor het eerst sinds de instelling van een eenhoofdige leiding bij het OM in 1995 is de ‘super-pg’ eigen kweek. Arthur Docters van Leeuwen (1995-1998) was topambtenaar en hoofd van de BVD, Joan de Wijkerslooth (1998-2005) maakte naam als landsadvocaat en Harm Brouwer werkte bij Philips en was rechter. Bolhaar is er echt eentje van ons, jubelen zijn collega’s. Na een kort dienstverband bij de Raad van State werkt hij inmiddels al 28 jaar onafgebroken bij het Openbaar Ministerie. „Ik ken de mensen op de werkvloer.”

Bolhaar maakte een stille opmars binnen het OM. Hij is geliefd onder collega’s maar bij het grote publiek niet erg bekend. Een zoektocht naar zijn naam in het archief van deze krant levert een beperkt aantal hits op. De eerste vermelding dateert van 1993 als hij in Breda twaalf jaar cel eist tegen een man die drie Belgische meisjes verkrachtte. De volgende vondst is van december 2000 als Bolhaar wordt voorgedragen als hoofdofficier van justitie in Breda. In Brabant ‘ontdekt’ Harm Brouwer hem.

U heeft opvallend discreet carrière gemaakt.

„Ik ben niet iemand die met zijn eigen naam te koop loopt. Ik ben wel een man van ideeën, maar geen type dat proefballonnen oplaat waar je later nooit meer wat van hoort. Ik sta graag met beide benen op de grond, ben nuchter en realistisch.”

Het thema van het samenzijn van aanklagers in Rolduc was ‘lef’. „Als officier van justitie en advocaat-generaal heb je een flinke dosis lef nodig”, zei Bolhaar. „De samenleving heeft ons exclusieve en verregaande bevoegdheden gegeven. Met als opdracht de misdaad te bestrijden en de rechtsstaat te dienen. Die bevoegdheden moeten we durven toepassen.”

Wat bedoelt u precies?

„Ik pleit niet voor branie of zelfoverschatting maar voor zelfvertrouwen. Denk goed na, maar durf te handelen. Wees niet bang een fout te maken. Onderling overleg en de bereidheid elkaar te helpen kunnen fouten beperken. Als je middenin de nacht moet beslissen over de inzet van een arrestatieteam kun je maar enkele vragen stellen. Doe je dat ook en welke zijn dat dan? Kun je ’s nachts nog een collega bellen en neemt hij dan op? Een rechter kan over veertien dagen uitspraak doen. Wij moeten snel durven beslissen.”

Ontbreekt het justitie nu aan lef?

„Nee, ik wil alleen pleiten voor teamwork. Er moet bij het OM een veilige professionele omgeving zijn van mensen die elkaar rugdekking geven. De leiding moet actief interesse tonen in de werkvloer. Dat is echt anders dan vroeger.”

Wat gaat er veranderen bij het OM met Bolhaar aan de macht?

„Er moet veel meer aandacht komen voor slachtoffers van misdrijven. Wij moeten niet alleen met de kwaadwillende burger aan de slag maar juist de goedwillende burger, die ellende heeft ondervonden, meer centraal stellen. Onze eerste vraag aan een verdachte moet zijn: weet u of er schade is toegebracht aan iemand? Zo ja: wat is uw voorstel om de schade te herstellen? Als dat direct kan, zal de officier van justitie daar in de afdoening meer rekening mee houden.

„Ik vind ook dat we veel meer voorlichting moeten geven via de media, ook in lokale media over ons lik-op-stuk-beleid in buurten. Het is ook heel goed dat onze officier van justitie Susanne Terporten sinds kort vaste gast is bij RTL Boulevard. Het OM moet op veel podia acteren, want heel veel mensen hebben belangstelling voor wat wij doen. Ook in heel simpele taal moeten wij dingen uitleggen want strafrecht is voor een groot publiek.”

Het huidige kabinet kiest voor een meer op repressie gebaseerde aanpak van criminaliteit. Is dat een goede koers?

„Zware geweldscriminaliteit, roofovervallen en kinderporno zijn zaken waartegen je primair met het strafrecht moet optreden. Maar het is altijd goed om te kijken of er nog meer is dan strafrecht. Daar ben ik altijd erg mee bezig. Je moet je afvragen of een breder probleem achter een incident zichtbaar is. En soms moet je dan het bestuur of de private sector in staat stellen actie te ondernemen. Neem mensenhandel. Degenen die vrouwen mishandelen en tot prostitutie dwingen moet je inrekenen en opsluiten. Maar als dat het enige is, zal de concurrentie alleen maar zeggen: hartelijk dank, er is een mooi pand vrijgekomen. Als je een probleem uit de wereld wilt helpen, moet je ook anderen betrekken bij de aanpak. Internetproviders tegen kinderporno, de hotelbranche tegen illegale prostitutie en energiebedrijven tegen hennepteelt.”

Dus niet zwaarder straffen?

„Ik wil er geen woordspelletje van maken maar het moet in ons werk gaan om passend straffen. Dat kan bij vreselijke misdrijven een zware sanctie zijn als je vergelding tot uitdrukking wilt brengen. Maar het gaat ook om slim, snel en zo zichtbaar mogelijk reageren. Justice must be seen to be done. Plegers van buurtcriminaliteit moeten snel een werkstraf opgelegd krijgen die ze in dezelfde wijk uitvoeren.

„We moeten af van het beeld dat een opgepakte verdachte eerder op straat terug is dan de agent. Justitie moet geloofwaardig handelen. Als je de omgeving met raadsels opzadelt in de zin van ‘wordt er wel wat gedaan aan die straatrover?’ is dat dodelijk. Dat draagt ook niet bij aan de reputatie van de straatagent.”

De bewindslieden van justitie leggen vooral de nadruk op een hardere aanpak. Een selectie uit de voorstellen van de laatste twee maanden: verjaring van zware misdrijven moet afgeschaft, hooligans moeten harder worden aangepakt, geweldplegers onder invloed van alcohol moeten een zwaardere straf kunnen krijgen, jeugdgroepen moeten harder aangepakt, recidivisten van ernstige misdrijven moeten zwaarder gestraft, illegale hennepteelt moet harder aangepakt.

Het kabinet wil kortom dat u veel strenger optreedt.

„Het is een politieke vertaling van de wenselijkheid om bij te dragen aan zichtbare reacties. Daar ben ik wel een groot voorstander van. Wij hebben als magistraten zeker rekening te houden met maatschappelijke verontrusting en de geschokte rechtsorde. Maar we moeten niet alleen maar reageren op incidenten, niet alleen maar hard zijn. Strafrecht is meer dan alleen streng zijn.”